Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relatie & Seks > Gevers zijn gelukkiger, nemers doen het beter op werk: wie is er leuker?

Gevers zijn gelukkiger, nemers doen het beter op werk: wie is er leuker?

Gevers zijn gelukkiger, nemers doen het beter op werk: wie is er leuker?

De een kan geven met het grootste gemak. Dat hoeft niet altijd iets tastbaars te zijn. Aandacht is ook een cadeau. Denk aan een verjaardagskaart of een appje met de vraag hoe je vakantie was. Bij de ander komt het niet op om zoiets te doen. We hebben het hier dus over: de gever en de nemer. Maar wie ben jij?

Over het algemeen zijn mannen vaker nemers en zijn vrouwen wat meer gevers. Maar het is ook een kwestie van karakter, want bij jonge kinderen is al duidelijk welk type ze zijn. 

Iemand die niet graag deelt, zouden we een nemer kunnen noemen. Maar dat betekent niet dat zo iemand nóóit geeft. De meeste mensen zitten ertussenin, het hangt vaak van de situatie af. Op het werk denken de meeste mensen wat meer in een balans: ik doe dit, dan moet iemand anders maar even dat doen. Thuis gaan de meeste vrouwen verder in het geven. Ze regelen de vakantie, zorgen dat het thuis op rolletjes loopt, koken het meest en cijferen zichzelf een beetje weg, zodat hun man zondagochtend kan mountainbiken. 

Maar wacht even, doen vrouwen dat omdat ze het leuk vinden of omdat ze zo de controle houden? Is dit geven puur om te geven, of is het ook beetje nemen? Want die complimentjes voor het heerlijke eten zijn natuurlijk wel een prettige tegenprestatie. 

Gevers en nemers

Echte gevers staan wel altijd klaar voor anderen. Het zijn de mensen die zich onmiddellijk aanbieden om de buurtbarbecue of het jaarlijkse familie-uitje te regelen. Ze staan liever niet in het middelpunt van de belangstelling, want anders dan nemers hebben ze weinig behoefte aan aandacht.

En dan zijn er de echte nemers, we kennen er allemaal wel een. Iemand die nooit eens zal vragen hoe het gaat, die vooral praat over zichzelf, over de buurvrouw of de vriendin van een vriendin of nog onbekender, en die nooit de tijd neemt om te luisteren naar jóúw verhaal. Nu lijkt het misschien alsof nemers alle energie wegzuigen en alleen maar aan zichzelf denken. Maar misschien steekt er geen kwade opzet achter. Het kost nemers simpelweg veel energie om te geven, omdat het niet in hun aard ligt. 

Zoals gevers bijna automatisch informeren hoe het is op het werk, of het goed gaat met de kinderen of hoe het nu is na die scheiding, lijkt het nemers niet te boeien wat je bezighoudt. Nemers willen waarschijnlijk best horen dat het zwaar valt om alleen door te moeten en dat het verdrietig is dat het gezin uit elkaar is gevallen. Ze denken er alleen niet aan om ernaar te vragen. Het zit niet in hun systeem. 

Nemers komen ook vaak te laat, want er moest nog iets worden afgemaakt of ze zijn gewoon te laat van huis vertrokken. Nemers zijn nu eenmaal meer met zichzelf bezig dan met de mensen om hen heen. Een gever zal niet snel te laat komen, die zal er altijd voor zorgen op tijd te zijn. Want te laat komen, dat voelt als het stelen van iemands tijd.

Geen zorgen

Hoewel het klinkt alsof nemers niet de leukste mensen zijn, is er natuurlijk niets mis met zorgen voor jezelf. En daarin overtreft de nemer de gever. Op de werkvloer doen ze het bijvoorbeeld vaak beter. Een Amerikaans onderzoek onder studenten medicijnen liet bijvoorbeeld zien dat de studenten met de slechtste cijfers de studenten zijn die hoog scoren op de stelling: ik houd ervan om anderen te helpen. Met andere woorden: misschien is het beter om een arts te hebben die meer geïnteresseerd is in de ziekte dan in de patiënt. Iemand die te veel meevoelt met de patiënt, kan uit het oog verliezen dat het de zíékte is die aandacht nodig heeft.

Bij gevers zit er nóg een addertje onder het gras. Ze doen veel voor anderen, denken aan anderen en staan klaar voor anderen, maar doen dat vaak om de ander een goed gevoel te geven, waar ze zélf weer een goed gevoel van krijgen. Ook dat is een vorm van eigenbelang en daarmee dus stiekem ook ‘nemen’. Er zijn maar weinig mensen die iets doen voor een ander zonder er iets voor terug te verwachten.

Maak het bespreekbaar

Bij vrienden en familie werkt het anders. Beate Völker is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in vriendschappen. “Bij vrienden ben je niet heel strikt als het gaat om geven en nemen. Bij buren of collega’s, de zogeheten zwakkere relaties, is dat anders, dan zijn we strenger. Als jij de buren vaak uitnodigt voor een borrel en zij jou nooit, komt er vrij snel een moment dat je daar iets van vindt.

Bij vrienden rekenen we het geven en nemen minder door. Bij hen hebben we een langere adem voordat we iets terugverwachten. Dat komt wel een keer, denken we dan.” Toch kan het ook bij vrienden op een dag op zijn. “Als die vriendin maar blíjft praten over haar verbroken relatie terwijl jij nooit eens even je hart kunt luchten, stopt het een keer. Er kunnen jaren overheen gaan, maar er is een grens.”

Het is overigens wel verstandig om de zaak bespreekbaar te maken, want het kan best zijn dat de nemer niet doorheeft dat haar vriendin hulp nodig heeft. Het gebeurt vaak genoeg dat iemand in zo’n geval zegt: ‘Sorry, ik zag niet dat je me nodig had. Maar nu ik het weet, ben ik er voor je.’ Als gever is het belangrijk om om hulp te leren vragen.

Lees ook
Mentale weerbaarheid maakt je gelukkiger: ‘Vrouwen zijn vaak bang om krengerig over te komen’

Misbruik vermijden

En hoe kunnen we het best omgaan met die tante die met kerst en op verjaardagen steeds alle aandacht opeist? Of een (schoon)moeder die alles op zichzelf betrekt? 

Het advies van familiepsycholoog Dave Niks is eenvoudig: “Maak geen problemen die er niet zijn. Als je zo’n tante vier keer per jaar op een verjaardag ziet, moet je haar vooral lekker laten praten. Met de een heb je nu eenmaal minder dan met de ander.” 

Daarnaast vindt hij dat we best vaker zouden kunnen onderzoeken waaróm iemand zo de aandacht opeist. “Sommige mensen zijn bang om stiltes te laten vallen, daarom praten ze maar door. Hun angst uit zich in ‘neemgedrag’. Maar daar zit dus soms iets heel anders achter.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

tekst: Monique Kitzen | beeld: Getty Images