Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Real Life > Pauline: ‘Teruggaan naar je ex, dat vond ik altijd ontzettend kansloos, tot ik het zelf deed’

Pauline: ‘Teruggaan naar je ex, dat vond ik altijd ontzettend kansloos, tot ik het zelf deed’

Pauline: ‘Teruggaan naar je ex, dat vond ik altijd ontzettend kansloos, tot ik het zelf deed’

Terug naar je ex. Pauline (31) vond dat altijd een zwaktebod. Tot haar eigen ex weer op de stoep stond. Toen vroeg ze zich af: kán het, een succesvolle relatie hebben met iemand die bij je wegging?

Persoonlijk

Het was op een vrijdagavond, ik hing met een glas rode wijn op de bank en de bel ging. Ik zag eerst een bos rode rozen voor mijn deur staan, daarachter een hoofd: het hoofd van De Ex. Hij stamelde, werd net zo rood als de bloemen – zo had ik hem nog nooit gezien. “Het spijt me. Ik ben stom geweest.” Vier maanden daarvoor had hij het uitgemaakt. Die beslissing –  “Misschien is het beter zo”  – kwam voor mij als donderslag bij heldere hemel, maar ergens voelde ik ook dat het geen zin had ertegen in te gaan.

Ontmoeting

Frank en ik ontmoetten elkaar tijdens carnaval, het was liefde op het eerste gezicht. Niet veel later begonnen we af te spreken. Drankjes, uit eten, strand, terras, zwemmen, dierentuin, weekendjes Antwerpen en Brussel – en op een gegeven moment ook verjaardagen van vrienden, familie-etentjes. Toen bankhangavonden zonder seks hun intrede deden, beseften we allebei: dit is een relatie. Ik was daar blij mee, ik vlijde me nog wat dichter tegen hem aan, hij rook ook zo lekker, het voelde zo goed, het had nog nooit zo goed gevoeld met iemand.

Maar hoe vaker ik aan zijn zijde was, hoe benauwder Frank het kreeg. Hij appte traag terug, was vaak te laat, belde nooit en ‘de toekomst’ werd de roze olifant in de kamer, want daar praatten we niet over. Na vijf maanden nam hij zijn besluit. “Misschien is het beter zo.”  Prima Frank, prima lul, wat jij wilt, zoek het uit, dacht ik. Ik jankte mijn ogen uit mijn kop en bracht vervolgens mijn avonden dansend door met vriendinnen in de kroeg of hoopvol tinderend op de bank.

Doorgaan

Ik ga door, zei ik tegen mezelf, en ik deed het ook echt: doorgaan. Totdat die bos rozen zijn intrede deed. Ik heb lang getwijfeld. Teruggaan naar je ex, dat vond ik altijd een ongelooflijk zwaktebod. Als ik zoiets hoorde, dacht ik: kansloos. Zoiets deden alleen mensen die niet alleen konden zijn, die het verdriet niet konden handelen. Niet mensen zoals ik. Die wel alleen kunnen zijn, die het verdriet wel kunnen handelen en vooral: die zich niet zomaar laten inpakken en terugnemen zodra het De Ex weer uitkomt.

Na een paar weken daten, goede en ook wel zware gesprekken – wat zou er anders moeten, waar ging het mis? – zwichtte ik. Niet omdat ik zo van rozen hou, maar ik hou gewoon zo veel van hém.

Hoeveel mensen gaan terug naar ex?

Ik ging googelen. Omdat ik wilde weten: hoeveel mensen doen zoiets? Het liefst wilde ik ook weten: hoeveel procent kans op slagen hebben De Ex en ik? Cijfers over hoeveel ex-partners het na een breuk weer met elkaar proberen, zijn er niet echt, leerde Google me. Maar een Amerikaanse hoogleraar psychologie aan de universiteit van Californië, Nancy Kalish, deed er wel onderzoek naar. Voor haar boek Lost and found lovers: facts and fantasies of rekindled romances interviewde zij 1001 stellen van over de hele wereld die samen hun tweede kans met beide handen aangrepen.

Kalish stelt dat het niet vaak voorkomt. Ze gokt dat ongeveer 6 procent een ‘doorstart’ maakt. Maar ze ontdekte ook dat van de 1001 stellen die ze sprak, 64 procent succes had bij de herkansing. Opvallend: geen enkel stel zei dat het ‘net als vroeger was’. De liefde was hetzelfde, sterker misschien, maar de relatie was totaal anders. De sleutel, volgens de psycholoog: meer praten, beter en opener communiceren en meer tijd in de relatie investeren.

Taboe

Toch is er een taboe rondom teruggaan naar je ex. “Je kunt zoiets niet denken zonder dat er een waarschuwing volgt,”  meent Susanne Donders, psycholoog en relatietherapeut. “Of het is je omgeving die zegt: ‘Kijk uit,’ of het zijn je eigen innerlijke alarmbellen die afgaan.” Ze ziet het ook in haar praktijk: teruggaan naar je ex is not done. “Mensen die het overwegen, of er zelfs maar aan dénken, vegen die gedachte of overweging al snel onder het tapijt. Ze zeggen tegen zichzelf: ik moet hier even door-heen. Ze halen kracht uit het feit dat de beslissing is genomen, dat ze ondanks de pijn door zijn gegaan met hun leven en rechten daardoor hun rug.”

Het is volgens Donders moeilijk om toe te geven dat de beslissing van de breuk in sommige gevallen niet juist is.  “Dat voelt toch als falen. Want je hebt – als je er zelf of samen een punt achter hebt gezet – én de verkeerde keuze gemaakt én je krijgt het gevoel dat je al die pijn, al dat verdriet, voor niets hebt moeten doorstaan.”  Terwijl dat niet zo is. Een breuk kan twee dingen doen. Hij kan leiden tot het besef: het is goed dat we uit elkaar zijn. En hij kan leiden tot het besef: shit, ik wil je terug. Beide zijn niet per se iets om je voor te schamen, toch?

Is het slim om terug te gaan?

Maar vervolgens is het de vraag: hoe verstandig is het om terug te gaan? Uit onderzoek van psychologen aan het Ursinus College in het Amerikaanse Pennsylvania blijkt dat veel mensen die een oude relatie ‘heropenen’ een gebrek aan eigenwaarde hebben. De onderzoekers stellen dat deze mensen niet goed weten wie ze zijn als persoon. Daarom is het belangrijk om geen overhaaste beslissing te nemen, stelt Donders. “Bedenk goed of je de persoon en de relatie écht mist en terug wilt, met z’n hele hebben en houden, of dat je liever niet alleen wilt zijn, het zou doen voor de kinderen, of het zou doen om dat liefdesverdriet niet te hoeven voelen. Sommige mensen gaan terug naar hun ex uit angst voor leegte.”

Goed leermoment

Als je wilt weten of je alles door een extreem roze bril bekijkt, in die veilige liefdesrollercoaster van vroeger zit en bezig bent met een goedmaakmove, kun je het best aankloppen bij vrienden of familie. “Die hebben vaak veel vanaf een afstandje, dus objectiever, meegemaakt,” zegt Donders. “Je omgeving loopt vaak achter op jou. Als jij al helemaal hoteldebotel bent, hebben zij nog wat terughoudendheid. En als zij zeggen:  ‘Nou, ik heb er een hard hoofd in,’ of als ze na je breuk zeiden: ‘Ik vond jullie al nooit bij elkaar passen,’ moet je misschien wel naar deze mensen luisteren.” 

Donders herinnert zich een stel dat een jaar na hun vechtscheiding besloot om het weer te proberen. Ze gaven een groot feest om het te vieren – en er kwam niemand.  “Iedereen had zoiets van:  ‘Zijn jullie helemaal gek geworden?’” Detail: het stel heeft het niet volgehouden samen en is voor de tweede keer uit elkaar gegaan. Maar het is ook goed om te beseffen: het leven is veranderlijk en mensen zijn dat ook. Tuurlijk kunnen we in onze aard niet veranderen, een jaloers iemand zal nooit niet jaloers worden en een extravert wordt nooit een introvert. “Maar relaties kunnen wel veranderen,” zegt Donders.

“En mensen kunnen zich in die relaties ook ontwikkelen. Een crisis tussen twee mensen kan een heel goed leermoment zijn.” Zo heb ik in ‘ronde twee’, zoals Frank en ik onze tweede relatie noemen, geleerd om iets duidelijker aan te geven wat ik nodig heb, en tegelijkertijd iets minder van Frank te eisen (onafhankelijke vrouwen zijn aantrekkelijke vrouwen, weet ik nu). En zo heeft Frank geleerd meer te investeren en communiceren in onze relatie dan hij – fervent telaatkomer, slechte apper, niet-beller – deed tijdens ronde één (halleluja).  Daar komt bij: liefde is timing. Je kunt elkaar tegenkomen op het moment dat de een er nog niet helemaal aan toe is, zoals bij Frank en mij het geval was.  ‘Rijpen in de relationele bereidheid,’ noemt Donders het, en ook: rijpen in je vaardigheden, openstaan voor de liefde, eraan toe durven geven, je bindingsangst of relatieweerstand overwinnen. “Zoiets kun je niet versnellen. Daar is tijd voor nodig. Misschien was de eerste relatie niet het op juiste moment, maar de tweede wel.”

Behoud je zelfstandigheid

Als je elkaar een tijdje na de breuk weer tegenkomt, en er is niet te veel haat en nijd, kun je elkaar weer zo zien zoals voor jullie relatie. Dat zegt Jan Geurtz, auteur van bestsellers over de liefde, waaronder Verslaafd aan liefde en Over liefde en loslaten.  “Dan zie je elkaar ineens weer als twee zelfstandige individuen. Met een eigen huis, eigen vriendenkring, eigen inkomen, eigen léven. En dat is aantrekkelijk.” Maar goed. Stel, je blijft elkaar aantrekkelijk vinden, je doet iets met die aantrekkingskracht: drankje, etentje, en voor je het weet sta je ordinair te tongen op de hoek van de straat zoals Frank en ik, en ga je voor een nieuwe ronde, nieuwe kansen. Hoe zorg je er dan voor dat het deze keer wel werkt?

“Behoud je zelfstandigheid,” zegt Geurtz. “Voorkom dat twee levens compleet vermengd worden tot één leven.” Want die zelfstandige persoon, dat is de persoon op wie jij verliefd bent geworden. Sommige mensen lukt dat door hun eigen inkomen te behouden, dingen alleen te doen en niet altijd alles maar in stelletjessamenstelling. Voor andere mensen is dat niet genoeg, die hebben er baat bij om apart van elkaar te wonen. Het is ook goed om te bedenken of je echt over je bindingsangst heen bent – of je partner. Waaraan constateerde je toen, tijdens ronde één, dat jij of de ander daar niet aan toe was? En hoe is dat nu? Alleen als die angst weg is, kun je samen opnieuw beginnen.

Praten, praten, praten

En dat heeft alles te maken met patronen, stelt Donders.  “Slechte patronen, bijvoorbeeld dat de een de partner wegduwt en de weggeduwde partner nog aanhankelijker wordt, zijn te doorbreken.”Dat geldt niet alleen als je bij je ex terugkomt, maar ook als je een nieuwe relatie begint met een nieuw iemand, stelt Geurtz.

“In feite is een nieuwe relatie met je ex niet heel anders. Het gaat erom dat je leert van het verleden. Zodat je die patronen kunt herkennen, weet hoe het anders moet en daarover kunt praten.” Praten. Nog zoiets. Zowel Geurtz als Donders zegt: blijven doen. Openheid. Kwetsbaarheid. Termen die misschien een beetje clichématig zijn, maar wel waar. Benoemen waardoor het de vorige keer misging is belangrijk. “En dan geen beloftes doen als: ‘We doen het nóóit meer,’” zegt Geurtz. “Dan leg je er veel te veel druk op.” 

Datzelfde geldt voor wat je van elkaar verwacht. Temper die verwachtingen een beetje, want de eerste keer werden ze ook niet allemaal waargemaakt. “De lat wat lager leggen kan sowieso geen kwaad,” zegt Donders.  “Dan zul je zien dat je een veel relaxtere relatie krijgt en juist eerder wordt verrast.” Zoals ik. Door Frank. Met zijn rode rozen en stamelende verklaring. Misschien was, achteraf bezien, die breuk de beste manier om de relatie te krijgen die we uiteindelijk wilden. Ik ben er na anderhalf jaar nog steeds heel gelukkig mee.  

Dit verhaal stond eerder in Flair.

Om privacyredenen zijn de namen gefingeerd