Joline (29) koos voor een abortus door haar prenatale depressie:
Joline (29) koos voor een abortus door haar prenatale depressie: "Ik wilde dit kind niet, ik moest er zo snel mogelijk vanaf"Beeld Unsplash

PREMIUM

Joline (29) koos voor een abortus door haar prenatale depressie: ‘Ik was zo de weg kwijt’

Joline wilde niets liever dan moeder worden. Maar toen ze zwanger raakte, werd ze vreselijk somber. Ze bleek een prenatale depressie te hebben en koos uiteindelijk voor abortus. ‘Ik moet kijken hoe ik dit een volgende keer kan voorkomen. Want ja, ik wil nog steeds kinderen’

“Ik ben nog steeds verbijsterd over wat er mij overkomen is. Ik voel me beurs, alsof ik in elkaar geslagen ben. Werken gaat nog niet, ik zit hele dagen verdwaasd op de bank. Ik tel de uren tot Maarten thuiskomt. Pas als hij komt, dan komen de tranen, in zijn veilige armen. Als die gevloeid zijn, kan ik me een beetje ontspannen, samen eten, afleiding zoeken bij een film."

Loodzware last

" ’s Avonds voor het slapengaan denk ik: misschien gaat het morgen wel beter. Maar ik zie nog geen licht aan het einde van de tunnel. Mijn ouders en schoonouders, collega’s en andere mensen om mij heen denken dat ik overspannen ben. Een burn-out heb, of een depressie. Ik laat ze in die waan – dat wat er echt gebeurd is krijg ik niet over mijn lippen. Het heeft zeker met depressie te maken maar met een aanleiding die juist prachtig had moeten zijn. En met een vreselijk gevolg.

Driekwart jaar geleden ben ik gestopt met de pil. Ik wilde het al een tijdje proberen, Maarten had nog wat drempelvrees. Tijdens onze laatste vakantie zei hij opeens dat hij er klaar voor was. Enthousiast en vol vertrouwen gingen we aan de slag. Vier maanden laten sloeg mijn stemming om. Ik begon slecht te slapen en piekerde over dingen waar ik me anders nooit druk om maak. Vanuit het niets werd mijn werk me te veel en zat ik elke morgen huilend in de auto naar kantoor. Pas toen ik een zwangerschapstest deed en die positief bleek, besefte ik dat dit de oorzaak moest zijn van mijn akelige stemming. Ik hoopte dat ik die door dit goede nieuws meteen zou kunnen relativeren maar het staafje met het plusje in mijn handen maakte me allesbehalve blij.

Het voelde als een loodzware last. Maarten was wél opgetogen en ving me goed op. Hij vond dat ik een weekje thuis moest blijven om lekker bij te slapen. Dan zou ik me heus weer beter voelen. Dit was toch wat ik zo graag gewild had? Hij herhaalde alle fantasieën over een kind waarmee ik hem eerder had willen overtuigen. Een baby tussen ons in op bed, met genen van ons allebei, die ons extra zou binden. De leuke dingen die we konden doen, hoe mooi het zou zijn als we ons kindje zouden zien opgroeien.”

Van kwaad tot erger

“Zijn verhalen gingen langs me heen. In mijn hoofd was het pikzwart. Ik kon amper nog logisch denken. Het enige wat ik deed, was piekeren. Ik wist opeens zeker dat ik het moederschap niet aan zou kunnen. Dat het Maarten en mij uit elkaar zou drijven. Dat we het financieel niet zouden redden. Het ging van kwaad tot erger.

De vreselijkste doemscenario’s doken op. Ik deelde ze huilend met Maarten. Hij probeerde er voor me te zijn maar al snel zat hij met zijn handen in het haar. Ik lag hele dagen in bed, werken was uitgesloten. Ik was zo verschrikkelijk moe. En naarmate de weken voorbijgingen, werd één gedachte steeds sterker: ik wilde dit kind niet. Het zou een grote fout zijn. Ik moest ervanaf, zo snel mogelijk."

"Als Maarten naar zijn werk was, rende ik de trappen op en neer, om een miskraam op te roepen. Dat had ik ooit in een film gezien, wist ik veel. Ik sloeg op mijn buik. En las op internet over abortus; dat ik dat zou overwegen, was iets wat ik mij vroeger nooit, maar dan ook echt nooit, had kunnen voorstellen. Bij dat speuren stuitte ik op de term prenatale depressie. Dat gaf me het extra laatste zetje om te doen waar Maarten al steeds op aandrong: praten met onze huisarts.

Die bevestigde wat ik al gelezen had; sommige vrouwen raken door een zwangerschap hormonaal zo van slag dat ze een depressie krijgen. Uitzitten, was zijn advies; meestal gaat het na drie maanden over. Al moest hij toegeven dat het ook de hele zwangerschap kon duren en in het ergste geval zelf tot een kraambedpsychose kan leiden. Hij adviseerde me visolie te nemen en vitamine B6."

'Uitzitten'

"Dat slikte ik beide al maar het hielp geen klap. En zijn woorden ‘uitzitten’ maakten me woedend. Als ik ’s ochtends wakker werd, voelde ik me vaak zo ellendig dat ik het liefste dood wilde. Hoe kon ik dat úitzitten? Een paar weken heb ik het nog geprobeerd. Maar ik kon het niet. Ik haatte de baby in mijn buik zo hevig dat ik bang was dat ik mezelf iets zou aandoen. Maarten was er wanhopig over; en dan wist hij nog maar half wat ik voor gruwelijke dingen zich in mijn hoofd afspeelden. Het ging niet, het ging écht niet.

Ik was elf weken zwanger toen ik mij heb laten aborteren. Maarten huilde op de terugweg, ik was alleen maar opgelucht. Lamgeslagen, maar opgelucht. De dag erna ging het meteen wat beter. Mijn leven voelde nog steeds donker maar mijn buik was leeg; dát probleem was opgelost, dat was in ieder geval iets. In de weken erna kwam ik langzaam weer op aarde. Ik was mezelf al die tijd kwijt geweest, nu voelde ik weer helderheid. Daarmee kwam ook het besef van wat er was gebeurd. Ik, die zo graag zo graag moeder had willen worden, had mijn eigen kind willens en weten laten weghalen."

Overleven

"Ik ben stomverbaasd. Dat mij dit kon overkomen! Dat ik zó de weg kon kwijtraken. Ik ben er heel verdrietig om. En boos. Boos op mijn dokter. Ik vind dat hij me beter had moeten begeleiden, laten opnemen misschien, een behandeling met antidepressiva had moeten starten. Soms ben ik boos op Maarten, omdat hij me niet heeft tegengehouden – maar ik ben vooral boos op mezelf. Dat ik zo laf en slap was. Dat ik mijn kind zomaar heb laten wegzuigen. Ook ben ik ben bang. Hoe moet dit in de toekomst?

Op dit moment ben ik alleen maar bezig met overleven. Ik moet dit een plek geven, mijn leven op de rit krijgen. Weer normaal worden, krachtig, zoals ik vroeger altijd was. Ik moet met iemand gaan praten om te kijken hoe ik dit een volgende keer kan voorkomen. Want ja, ik wil nog steeds kinderen. Ik verzamel moed om hiermee naar buiten te treden. Nu is dit nog het geheim van Maarten en mij. Maar ik wil, ik móet hierover leren praten, steun vragen, hulp aannemen. Anders zal mijn grootste wens nooit in vervulling gaan. En zal ik de hevige eenzaamheid die ik nu voel nooit overwinnen.”

Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in Flair.

Beeld: Unsplash

FlairUnsplash

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden