Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Real Life > Bregje werd in twee maanden weduwe en wees: ‘Fuck it, ik moet nú het leven vieren’

Bregje werd in twee maanden weduwe en wees: ‘Fuck it, ik moet nú het leven vieren’

Bregje werd in twee maanden weduwe en wees: ‘Fuck it, ik moet nú het leven vieren’

Bregje Zijlstra (39) leefde een avontuurlijk leven, tot ruim een jaar geleden haar grote liefde Marc overleed. En kort daarna haar beide ouders. Een verschrikkelijke tijd. Maar ze pakte het leven weer op om er alles uit te halen. “Wat kan mij nu nog overkomen?”

“Er kan van alles gebeuren, de hele wereld kan instorten, maar er is altijd een toekomst. Dat is wat ik het afgelopen jaar heb geleerd. Na Marcs dood moest ik ineens dingen alleen gaan doen die ik voorheen altijd aan hem overliet. Het zijn kleine, maar belangrijke mijlpalen: de eerste keer alleen op reis naar Zambia, waarbij ik zelf alle binnenlandse vluchten moest boeken. De eerste keer alleen naar de garage met mijn Range Rover. Maar wat bleek? Ik kan dingen! Ik heb dat – precies zo – nu zelfs op mijn LinkedIn profiel gezet.

Iets langer dan een jaar geleden dacht ik nog dat zich een lang en gelukkig leven voor ons uitstrekte. Dat Marc corona had opgelopen, leek niets meer dan een kleine hobbel op de weg. We hadden er alle vertrouwen in dat hij weer de oude zou zijn tegen de tijd van onze trouwdatum. Maar Marc had geen corona, al kwamen de klachten wel erg overeen. Hij had het benauwd en weinig energie, wat opvallend was voor zo’n fitte man. Hij werd zelfs in quarantaine gelegd, op de gesloten corona-afdeling in het ziekenhuis. Maar hoewel hij elke dag opnieuw werd getest, bleef de uitslag negatief. Vijf dagen later besloten zijn artsen om een scan te maken. De uitslag: uitgezaaide kanker in zijn long, wervel en heup.

Hij deelde het nieuws met me via een berichtje via Messenger. Deed er zelf heel luchtig over, waardoor ik ook positief bleef. Dit zou ons niet klein krijgen. Dat dachten de artsen aanvankelijk ook. En ik ben er nog steeds van overtuigd: Marc had het kunnen redden, als hij geen allergische reactie had gekregen van zijn medicatie. Maar dat gebeurde wel. En het kwam niet goed. Tweeënhalve maand na zijn diagnose overleed Marc. Mijn allergrootste, allereerste liefde.”

Thuiskomen

“Ik leerde hem kennen toen ik vijftien was. Hij was chef bij het hotel waar mijn broer werkte. Voor de paasbrunch was er een paashaas nodig en mijn broer zei: ‘Mijn zusje is een beetje gek, die doet dat wel’. Zo ontmoette ik Marc dus voor het eerst: in mijn paashaaspakje. Desondanks sloeg de vonk over, al voelde het ‘verboden’: hij was dertien jaar ouder dan ik, achtentwintig. Op die leeftijd een groot verschil, waardoor we onze gevoelens probeerden te negeren. Dat lukte niet altijd. We hebben weleens gezoend, maar het werd nooit iets serieus, en vanaf mijn zeventiende zag ik hem niet meer.

Pas tien jaar later dacht ik: Hoe zou het met hem zijn? Ik zat op dat moment op een dood spoor in mijn toenmalige relatie en mijn werk, en dacht veel na over wat ik met de rest van mijn leven wilde. Steeds weer dook Marc op in mijn gedachten, dus zocht ik hem op via Hyves. Ik zag dat hij in 2003 naar Bonaire was verhuisd om daar als hotelmanager te werken. Ik stuurde hem een simpel berichtje, iets als: ‘Hoi, hoe is het met jou?’ en kreeg meteen een berichtje terug. Hij was enthousiast om van me te horen en al snel stuurden we elkaar ellenlange mails en vielen we via Skype ‘samen’ in slaap.

Ik wist inmiddels dat Marc net was gescheiden en ook ik beëindigde mijn relatie. Vanaf dat moment wilden we niets liever dan elkaar zien, benieuwd of de vonk ook in real life zo aanwezig zou zijn. Rond kerst kwam Marc naar Nederland. Op Schiphol vlogen we elkaar meteen in de armen, het was echt net een film. Een gevoel van volledig thuiskomen, ook al hadden we elkaar ruim tien jaar niet gezien. Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk. Na twee weken ging Marc terug naar Bonaire, een paar weken later volgde ik hem. Ik verkocht mijn paarden, stopte met het modellenbureau dat ik in Nederland runde, en dacht: Ik zie het wel. Ik voelde dat het goed zou komen, zolang wij maar samen waren. Marc was altijd positief, en daarom ben ik dat ook nog steeds. Door hem.”

Op avontuur

“Tien jaar lang waren we zielsgelukkig op Bonaire. Ik begon er een bedrijf waarbij ik toeristen liet zwemmen met paarden. Het liep als een speer, maar Bonaire is klein en het avontuur begon te trekken. In 2018 zaten we op ons hoogtepunt qua omzet, maar we besloten alles te koop te zetten: het bedrijf, het huis, het complete plaatje. In no time was alles weg, we hadden zelfs nog geen plan. We wilden niet terug naar Nederland, en toen dacht ik: sneeuw! In mijn jeugd ging ons gezin altijd skiën in het Zwarte Woud, in Feldberg, en daar had ik erg goede herinneringen aan. Marc was er ook voor in. Een wintersportseizoen lang werkten we bij de skilift, het was echt ons eigen feestje.

Daarna kregen we de mogelijkheid om naar Canada te gaan, waar we een paardenfokkerij konden overnemen. We zijn gaan kijken, maar het viel ons erg tegen; de fokkerij lag tegen Alaska aan, in een heel onherbergzaam gebied vol beren. Er liepen letterlijk paarden met een stuk uit hun bil omdat er een wolf een hap uit had genomen. Dat werd het dus niet. Daarna zijn we in Tunesië gaan kijken. Ook daar konden we een fokkerij overnemen, maar ook daar voelden we ons ook niet thuis door de dreiging van burgeroorlogen die elk moment konden losbarsten.

Uiteindelijk werd het Zambia: Marc had daar tijdens zijn studie een half jaar gezeten en wilde graag terug. Voor een interim project werd een koppel gezocht om een Safari Lodge te openen. Daar hebben we tweeënhalve maand gezeten. Midden in de bush, met olifanten, nijlpaarden en giraffen voor de deur. Helaas konden we ons niet verenigen met hoe de eigenaren van de lodge met de lokale mensen omgingen, zij knepen ze financieel uit, dus eind 2019 besloten we terug te gaan naar Duitsland om ons te bezinnen op onze volgende stap. Maar toen sloeg corona toe, van reizen kwam niets meer. We besloten dat dit de perfecte tijd zou zijn om te gaan trouwen. We woonden tenslotte op een plek waar de hoogste trouwlocatie van Duitsland zit. Ik deed er ondertussen wat paardenhandel bij en we kochten wat paarden voor onszelf. Marc zocht mijn paard uit. Hij keek naar de ogen en zag: ‘Die past bij jou’.”

Kasplantje

“En toen opeens voelde hij zich niet lekker. Ik was naar de gemeente geweest om onze trouwdatum vast te leggen, Marc ging diezelfde dag naar de huisarts om voor de zekerheid toch maar even op corona te testen. Ik had toen nooit kunnen vermoeden dat dit het begin zou zijn van de enorme emotionele achtbaan die me te wachten stond.

Misschien staken we onze kop in het zand, maar de vooruitzichten waren ook gewoon goed: zijn tumoren slonken na de chemo. Maar door die zeldzame allergische reactie was hij al zo verzwakt dat al zijn organen uitvielen en de uitzaaiingen als paddestoelen uit de grond schoten. Op maandag had hij zijn laatste behandeling gehad, op vrijdag werd hij thuis met een ambulanceteam opgehaald. Ik stond erbij en keek ernaar. Ik klampte me vast aan kleine dingen: Marc gebaarde nog dat hij per se zijn lievelingsschoenen aan wilde. Niet wetende dat hij nooit meer zou lopen. Tot het einde was hij positief, hij vond alles veel erger voor mij dan voor hemzelf. We hebben elkaar stevig geknuffeld en daarna is hij naar het streekziekenhuis gebracht. Door corona kon ik niet mee.

Toen ik de volgende ochtend belde, bleek hij met een helikopter naar een groter ziekenhuis te zijn gebracht. Ik ben er als een gek naar toe gescheurd. Toen ik Marc aantrof, zat hij aangesloten aan allerlei slangen, maar zelfs toen was hij nog stoer aan gebaren dat hij met een helikopter was geweest. Via kaartjes met letters waarmee hij woorden kon aanwijzen, konden we enigszins communiceren, al was hij wel in de war vanwege de vergiftiging in zijn lijf.

De arts vroeg hem of hij nog geopereerd wilde worden aan zijn tong omdat de randjes aan het afsterven waren. Hij schudde heel heftig nee. Dat was voor mij een teken dat hij geen toestanden en gedoe meer aan zijn lijf wilde. Dat dit het was. Ook ik zag niet hoe dit ooit nog om te keren zou zijn. Er was niets meer over van de fitte, sterke man die hij altijd was geweest. Marc raakte al snel buiten bewustzijn maar lag nog twee weken als een kasplantje aan de beademing. Het liefst wilde ik dag en nacht bij hem zijn, maar door de coronamaatregelen moest ik het doen met één bezoekuur per dag. Ik zag mijn grote liefde wegglijden en kon niets doen. Een lieve arts nam me uiteindelijk apart en zei: ‘We kunnen dit niet eeuwig volhouden’. Marc had inmiddels al interne bloedingen. De volgende dag is de beademing eraf gehaald. Het duurde hooguit tien minuten voordat Marc overleed. Zijn lijf was zo verzwakt. Ik bleef verslagen achter.”

Dit is een Real Life uit Flair. De rest van het verhaal lees je in Flair #5 2022.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

tekst Vivienne Groenewoud | beeld Charize Rozenbeek, privébeeld