annemijn Beeld Getty Images
annemijnBeeld Getty Images

Annemijns broer verdween: ‘Je moet dealen met het gemis, maar ook met de knagende ongerustheid, de twijfel’

Schijnbaar uit het niets verdween de broer van Annemijn (27). Wat volgde was een zoektocht vol hoop, hopeloosheid en beklemmende onzekerheid.

Altijd vrolijk

“Als iemand me had verteld wat er allemaal in hem omging, had ik diegene uitgelachen. Mijn broer Tim was altijd vrolijk. Hij had oog voor iedereen, het woord ‘vooroordelen’ kwam niet in zijn vocabulaire voor; hij luisterde net zo geïnteresseerd naar een lezing van een hoogleraar als naar het verhaal van een dakloze die hij in zijn portiek aantrof.

Sterker nog, in de periode voordat Tim verdween, had hij een ongewone interesse in daklozen. Ik moest er weleens om lachen. Dan liepen we samen door de stad en stond hij zo een halfuur te praten met een straatkrantverkoper. Iets aan dat leven fascineerde hem, denk ik nu.Tim houdt van brieven. Hij plaagde mij en Paula, ons zusje, altijd graag met ons familie-appgroepje. We hadden hem er natuurlijk wel aan toegevoegd, maar terwijl de berichtjes tussen Paula en mij over en weer vlogen, bleef het van Tims kant stil. Appen is gewoon niets voor hem, net zoals social media.

‘Ik geef de voorkeur aan echte interactie’ zei hij lachend, als we weer eens opmerkten dat hij ‘ook weleens een berichtje mocht sturen’. Toen ik was geslaagd voor mijn studie, en dat direct naar hem en Paula had geappt, kreeg ik zelfs geen felicitatie terug. Ik was teleurgesteld: interesseerde het hem dan niets? De volgende ochtend ontving ik een handgeschreven brief. Van Tim. Drie velletjes vol. Toen ik de brief begon te lezen, sprongen de tranen in mijn ogen; hij was prachtig.

Tim beschreef hoe trots hij was op mij, zijn ‘eerste kleine zusje’. Vanaf de dag dat ik was geboren en hij me als vierjarige kleuter voor het eerst op schoot hield. Hij haalde allerlei herinneringen uit onze jeugd aan. Van typische broer-zus-ruzies tot het samen wegglippen naar de campingdisco tijdens gezins-vakanties. Toen ik de brief gelezen had, had ik een brok in mijn keel. Ik appte hem om hem te bedanken. Achteraf gezien denk ik dat dat de eerste keer was dat ik me werkelijk realiseerde hoe gevoelig Tim is, hoe groot zijn innerlijke belevingswereld is. Veel groter dan hij over het algemeen liet zien, dat was wel duidelijk. Maar dat hij zo veel duisternis met zich meedroeg, had ik nooit kunnen vermoeden.”

Wat moest ik doen?

“Op een avond werd ik gebeld door Maartje, Tims nieuwe vriendin. Ik kende haar nog niet zo heel goed, ze waren pas een paar maanden samen. Ik was dus best verbaasd dat ze me belde. Of ik wist waar Tim was, vroeg ze. Ze kon hem namelijk al drie dagen niet bereiken. Ik had geen idee, ik had wel vaker een paar dagen geen contact met mijn broer, maar ik schrok wel. De eerste twee dagen was Maartje ervan uitgegaan dat Tim wat ruimte voor zichzelf nodig had. En nog steeds betwijfelde ze of ze er goed aan deed mij in te seinen: ‘Ik wil hem niet voor schut zetten, stel je voor dat ie gewoon een paar dagen weg is? Maar het zit me niet lekker.’

Mij zat het ook niet lekker. Hoewel Tim inderdaad het type was dat spontaan op de trein kon stappen om een paar dagen naar Parijs te gaan, liet hij dat altijd aan onze ouders weten. Ik wist zeker dat hij dat nu niet had gedaan, ik had de dag ervoor nog bij hen gegeten en ze hadden daar niets over gezegd. Ik probeerde Tim te bellen, maar zijn telefoon stond uit. Mijn zusje Paula had ook niets van hem gehoord. Omdat Tim bezig was zijn eigen zaak op te starten, een klusbedrijf, waren er ook geen collega’s of een baas bij wie hij zich kon hebben gemeld. Wat moest ik doen?

Ik reed naar Tims huis, maar alles zat potdicht. Ook de buren konden me niet verder helpen, zij hadden hem niet gezien. Ik probeerde mezelf gerust te stellen, Tim had geen enkele reden om te verdwijnen. Hij had geen financiële zorgen, begon net zijn eigen bedrijf waarvoor hij al een leuke klus had, hij had net een nieuwe relatie. Niet de stereotype kandidaat voor een vermissing. Ik reed naar mijn ouders. Die waren niet thuis, maar ik wist waar ze de reservesleutels van onze huizen bewaarden. Ik pakte die van Tim en ging terug naar zijn appartement. Tims fiets stond in de hal, zijn jas hing aan de kapstok, zijn telefoon lag op bed, leeg. Ik voelde in zijn jaszakken voor een aanwijzing. Die vond ik, maar die was niet al te bemoedigend: Tims portemonnee, met zijn ID-kaart en bankpasjes.”

Hoop en hopeloosheid

“Ik besloot naar de politie te gaan, maar daar werd het nogal laconiek opgenomen. ‘De meeste mensen die vermist zijn, duiken binnen 48 uur vanzelf weer op,’ zei de dienstdoende agent. Mijn antwoord dat Tim al langer weg was, werd weggewuifd. Als hij na twee dagen nog niet teruggekeerd was, moest ik maar weer komen. Gefrustreerd reed ik naar huis. ’s Avonds ging ik met Maartje en Paula langs bij mijn ouders om te vertellen wat er aan de hand was. Ze schrokken vreselijk. Op dat moment konden we weinig doen. ’s Nachts in bed lag ik te malen. Na een aantal dagen hadden we nog niets gehoord.

Mijn ouders waren radeloos en de politie leek niet veel te doen. Paula, Maartje en ik besloten zelf initiatief te nemen. We openden een Facebook-pagina waarop we mensen opriepen naar Tim uit te kijken, en we plakten posters op elke lantaarnpaal die we konden vinden. Ik nam onbetaald verlof op van mijn werk. Alles draaide om de zoektocht. In de periode dat Tim vermist was, schreef ik brieven naar hem. Ik wist niet of hij ze ooit zou lezen, maar het voelde als een manier om hem dicht bij me te houden. Het verdreef die ene gedachte. De gedachte die we op een bepaald moment allemaal hadden, maar niet durfden uit te spreken. De gedachte dat hij misschien niet meer terug zou komen. Niet levend, in elk geval.

Weken gingen voorbij, mijn ouders, zus en ik probeerden elkaar zo goed mogelijk overeind te houden. Iemand verliezen door overlijden is afschuwelijk, maar verkeren in een niemandsland waarin je niet weet wat er met een dierbare is gebeurd, is misschien nog wel gruwelijker. Je moet niet alleen dealen met het gemis, maar ook met de knagende ongerustheid, de twijfel. De bizarre trucs die je geest met je uithaalt, zoals dat je je vermiste broer ineens denkt te zien in de rij bij de supermarkt. Het is slopend. De enige manier om je erdoorheen te slaan, is de onzekerheid te omarmen, er niet langer tegen te vechten.”

Danny (30) overleefde als kind een gezinsdrama

‘De vriend van mijn moeder stak mijn broertjes en moeder neer’

Onmiskenbaar Tim

“Bijna zes weken na Tims verdwijning kwam er een telefoontje. Een medewerkster van een ziekenhuis in een grote stad had een man gezien die aan Tims signalement voldeed. ‘Hij kwam aan de balie en vroeg om een glas water,’ zei ze. Ze voegde eraan toe dat hij er slecht uitzag, als een zwerver. Mijn zusje en ik zijn direct in de auto gesprongen en naar de desbetreffende stad, bijna honderd kilometer verderop, gereden.

Omdat de vrouw had aangegeven dat de man van wie ze dacht dat het Tim was, er als een dakloze uitzag, besloten we alle opvanghuizen af te gaan. We deelden flyers met zijn foto uit en vroegen de beheerders om ons in te seinen als ze Tim zagen. Een paar dagen later werden we gebeld. Een van de hulpverleners meende dat Tim die nacht bij hen had geslapen.

Het werd winter, ’s nachts werd het snel kouder buiten. De kans was groot dat Tim diezelfde avond terug zou komen. We reden nogmaals die kant op. Na uren werd ons wachten beloond. Vlak voordat de deuren dicht zouden gaan, kwam er iemand binnenlopen. Een man. Ongeschoren, sterk vermagerd en gekleed in bruine vodden. Maar: hij was het. Onmiskenbaar.

We barstten in huilen uit. Tim ook. Hij was geschrokken, leek ontzettend in de war en wilde in eerste instantie niet met ons mee. Uiteindelijk hebben we onze huisarts gebeld. Die is met mijn ouders naar ons toe gekomen. Tim kreeg een kalmerend middel, hij was volledig over zijn toeren.”

Psychotische depressie

“Eenmaal thuis hebben we direct psychologische hulp ingeschakeld. Voor Tim, en voor ons. Hoe blij we ook waren dat hij terug was, in relatief goede gezondheid, we vroegen ons ook af waarom hij dit had gedaan. Het antwoord kwam vrij snel. Mijn lieve, sociale, empathische, humoristische broer bleek in een psychotische depressie te zijn geraakt. Zoiets kan getriggerd worden door een stressvolle fase in iemands leven. Voor Tim moet dat de periode zijn geweest waarin hij voor zichzelf wilde beginnen. Blijkbaar dacht hij er toch niet zo makkelijk over als hij ons liet geloven. De druk of hij zijn hoofd wel boven water zou kunnen houden, werd hem te veel. En – dat is Tim ten voeten uit – uit liefde wilde hij ons daar niet mee opzadelen.

Hartverscheurend vond ik het, toen zijn motief om zomaar uit ons leven te verdwijnen duidelijk werd. Inmiddels is Tim aan het opkrabbelen. Hij heeft psychische hulp en medicatie die ervoor zorgen dat het in zijn hoofd weer rustig wordt. Hij logeert bij mijn ouders. Hij is nog erg kwetsbaar, maar het gaat steeds beter, ook dankzij Maartjes steun. Heel bijzonder, aangezien ze elkaar nog maar net kenden toen Tim verdween. Ik ben elke dag dankbaar dat ik mijn broer terug heb, al vind ik het een beangstigend idee dat je iemand nooit helemaal kent. Ook al ben je nog zo close of denk je dat te zijn.”

De rest van het verhaal lees je in Flair 51/52-2022. Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in Flair.

Merel BronsGetty Images

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden