Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Yuli (44): ‘De arts bleef zijn boodschap herhalen: moeders vallen op hun kinderen, dit is een ongeluk, dit gebeurt’

Yuli (44): ‘De arts bleef zijn boodschap herhalen: moeders vallen op hun kinderen, dit is een ongeluk, dit gebeurt’

Yuli (44): ‘De arts bleef zijn boodschap herhalen: moeders vallen op hun kinderen, dit is een ongeluk, dit gebeurt’

Een helse film, zo omschrijft zangeres Yuli Minguel (44) de afgelopen jaren. Van de slopende strijd tegen jeugdzorg tot het verlies van haar drie maanden oude dochtertje, dat in de draagzak stierf. ‘God heeft het laatste woord,’ zei ik vastberaden, ‘er is nog een wonder mogelijk.’ Ik wilde het niet geloven. Ze was er nog maar net.”

“Ik begon te zingen. Als ze iets hoort, hoort ze iets bekends, dacht ik terwijl ik vol ongeloof staarde naar mijn dochtertje dat mond-op-mondbeademing kreeg. De gedachte dat ze zou kunnen overlijden, kon ik niet toelaten. Die was te onwerkelijk. Ik had haar die ochtend wakker gemaakt, zoals ik haar elke ochtend wakker maakte als ik de tweeling naar de kinderopvang bracht.

Ik verschoonde haar luier, kleedde haar aan, klikte de draagzak vast om mijn heupen en legde haar lekker warm tegen mijn lijf. In de draagzak gaf ik haarborstvoeding terwijl ik de tweeling gebaarde dat ze hun rugzakjes, regenlaarzen en jassen moesten pakken. Er was niks bijzonders aan die ochtend, behalve dat het keihard regende. Ik zorgde dat de tweeling goed was ingepakt, deed een capuchon over het hoofdje van mijn dochter die in de draagzak nog uit mijn borst dronk en we haastten ons de deur uit.”

Ze is gewoon in diepe slaap, dacht ik

“Uitpuffend op een bankje in de hal van de opvang, keek ik tevreden naar mijn stoere kinderen die zelf hun jas ophingen en vrolijk kletsten met hun vriendjes. ‘Kan ze wel ademen?’ vroeg een moeder die een nieuwsgierige blik op mijn draagzak wierp. ‘Ja, duh. Tuurlijk kan ze ademen,’ zei ik. Mijn dochter haalde het capuchonnetje van het hoofd van haar babyzusje om doei te zeggen.

Ik keek naar beneden en zag dat haar gezichtje plat tegen mijn borst zat gedrukt. Haar hoofd verplaatste ik voorzichtig, legde mijn hand op haar rug en draaide mijn oor naar haar toe. Ik hoorde niks. Ze is gewoon in een diepe slaap, dacht ik. Ik haalde haar uit de draagzak en wiegde haar zachtjes heen en weer. ‘Lua, Luaa, Luaatje.’  Terwijl ik haar naam bleef herhalen op een steeds hoger volume, voelde ik de paniek in mijn lijf toenemen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik dat de tweeling werd meegenomen door een juf.”

Mond-op-mondbeademing

“Een van de vaders in de hal tilde Lua daadkrachtig uit mijn armen en begon direct met mond-op-mondbeademing. Ik keek rustig toe hoe het borstkasje van mijn dochter op en neer bewoog door de ademteugen van de man. De gedachte dat ze zou kunnen overlijden, was zo onwerkelijk, dat ik in eerste instantie zelfs dacht dat het niet nodig was om mijn man te bellen. Ik wilde hem niet onnodig ongerust maken. Pas toen de ambulancebroeders elektroden op haar borst plakten om haar hartslag met een shock terug te halen, werd mijn ‘kalmte’ voor een paar seconden doorbroken.

Ik wilde weglopen en stond op het punt compleet te flippen, maar de directeur van de opvang hield mij tegen. ‘Ze heeft je nu meer dan ooit nodig,’ zei hij liefdevol. Ik knikte. Hij had gelijk. Ik herpakte mezelf. Het enige wat ik voor haar kon doen op dat moment, was zingen. Zingen om haar op haar gemak te stellen. Zodat ze wist dat haar moeder bij haar was. Zingen voor God, in de hoop dat hij haar zou helpen. Uiteindelijk heeft de politie mijn man gebeld. Compleet verdoofd stapten we samen in de ambulance. We zeiden geen woord.”

Een hart voor muziek

“Ik heb eigenlijk nooit een grote kinderwens gehad. Ik kom uit een groot gezin met vijf broertjes en mijn moeder hamerde er altijd op dat ik financieel onafhankelijk moest zijn en wat van mijn leven moest maken. Ze heeft het hebben van kinderen nooit verheerlijkt. Ik sloot ook niet uit dat ik in de toekomst ooit moeder wilde worden, maar mijn focus en hart lagen altijd bij de muziek. Ik groeide op als verlegen meisje in het Limburgse Heerlen. Muziek zit in mijn genen. Mijn ouders zongen beiden in een band en dansen en zingen was bij ons thuis vanzelfsprekend.

Ik heb gek genoeg nooit overwogen om naar het conservatorium te gaan, het zat in mijn brein dat ik moest studeren voor een ‘echte baan’. Dus ik koos voor culturele maatschappelijke vorming, waarmee ik me kon richten op de zakelijke kant van de muziek. De mensen die wél naar het conservatorium gingen, vroegen mij voor hun bandjes. Zo verdiende ik mijn sporen. Ik trad op met coverbands door heel Nederland. Beroemd worden was een ver-van-mijn-bed-show. Ik vond het gewoon leuk om te zingen.”

Het voelde alsof het hele land over me praatte

“Alles veranderde door mijn deelname aan Idols. Het was het eerste seizoen en de hype was enorm. Iedereen leefde én iedereen discussieerde mee over wie nou echt een idool was. De opinie van de juryleden was dat ik niet in dat hokje paste. Ze hadden voortdurend commentaar op mijn gewicht. Volgens een jurylid zou er in geen enkele tienerkamer een poster van iemand met mijn uiterlijk aan de muur hangen.

Op Curaçao, waar mijn roots liggen, wordt een vol lichaam juist gewaardeerd. Ik was altijd zelfverzekerd, maar werd nu in mijn gezicht geslagen met: jij voldoet niet aan ons schoonheidsideaal. Het voelde alsof het hele land over me praatte. Ik durfde amper naar buiten. Als miljoenen mensen iets over je denken, moet je heel sterk in je schoenen staan om te weten wat jouw waarheid is.”

Op zoek naar mezelf

“Ik ben door Idols erg zoekend geweest naar hoe ik mijzelf kan blijven in zo’n storm. Ik heb veel boeken gelezen over psychologie en spiritualiteit. Uiteindelijk vond ik kracht in ‘het zijn van je ziel’ en dat mijn lichaam, of gedachten, of de rollen die je aanneemt, daar los van staan. Je kunt kiezen of je je laat definiëren door hoe een ander je ziet. Ik zie Idols als een fantastische leerschool. Geen jurylid of kijker kon mij daarna nog doen twijfelen aan wie ik was. En daarbij: ik zong wekelijks voor miljoenen mensen en ontmoette geweldige personen.

Mijn leven na Idols was een feest. Ik werd voor optredens door heel Europa gevraagd, ging mee op de tour van Justin Timberlake, zong in uitverkochte arena’s, speelde in de musical Hair, deed mee aan The X factor UK en verdiende bakken met geld met mijn grootste passie. Maar toen kwam de liefde en werd ik zwanger van onze tweeling. Mijn prioriteiten verschoven en mijn kinderen werden mijn muziek. Mijn alles.”

Van de roze wolk getrapt

“De eerste tweeënhalve jaar met onze tweeling was heerlijk. Ik had de liefste man op aarde en we waren smoorverliefd op onze kinderen. Tegen al mijn verwachtingen in was ik een echte oermoeder. De behoefte om op te treden verdween, ik wilde alleen maar thuis zijn met mijn baby’s.

We werden van onze roze wolk af geschopt toen we een onderbuurvrouw kregen met psychische problemen. Ze klaagde constant over de geluidsoverlast omdat wij  ‘op haar hoofd trommelden’. In werkelijkheid liepen we gewoon door ons slecht geïsoleerde appartement dat we huurden van de woningbouw. Het hielp niet mee dat ons appartement in een wijk in Rotterdam stond die gestigmatiseerd wordt als ‘achterstands-wijk’. De politie was er als de kippen bij als de onderbuurvrouw meerdere keren per week melding maakte van overlast.”

Politie voor de deur

“Ik ben door de politie behandeld op een manier die ik als meisje uit Limburg nooit had verwacht. Belachelijke vragen als ‘Zijn er wapens in huis?’, ‘Zijn alle kinderen van dezelfde vader?’, ‘Zijn er drugs in het spel?’, werden keer op keer gesteld. Vragen waarvan ik zeker weet dat ze niet aan een wit gezin worden gesteld in een buitenwijk bij een melding van geluidsoverlast. Agenten kwamen met een tunnelvisie bij ons aan de deur, ruimte voor ons verhaal is er nooit geweest.

Onze constante hulpvraag richting de woningbouwvereniging om iets te doen aan onze vloer, richting de gemeente voor een urgentieverklaring voor een andere woning of onze pogingen met de onderbuurvrouw om de tafel te gaan, haalden niks uit. Onze kinderen hebben leren lopen op hun tenen om zich zo stil mogelijk door ons huis te verplaatsen.”

Ons huis ontvluchten

“We namen een abonnement op de dierentuin, zodat we zo veel mogelijk weg konden. We moesten letterlijk ons huis ontvluchten. Ons huishouden verslonsde. Bijna elke keer als we de stofzuiger of de wasmachine aanzetten, belde de onderbuurvrouw de politie. Als we haar tegenkwamen op de gang, bedreigde ze ons met de dood. Het was een nachtmerrie. We konden geen kant op. In deze storm raakte ik zwanger van onze dochter Lua. Mijn eerste reactie was paniek, want hoe kon ik nóg een kind grootbrengen in een huis waar ze niet mag bewegen?

Maar lang kon ik niet bij deze gedachte stilstaan. Nadat de politie na de zoveelste melding een blik naar binnen wierp in onze inmiddels rommelige woning en zag dat onze vloer eruit lag, besloten ze de crisisjeugdzorg op ons te zetten. De zwaarste tool, mét de dreiging dat als onze situatie niet zou veranderen, onze kinderen onder toezicht van jeugdzorg kwamen te staan. Dat wij de vloer eruit hadden gehaald ter inspectie voor de woningbouw, geloofden de agenten niet.

Ik heb gehuild, zoals ik nog nooit in mijn leven heb gehuild. Vanaf dat moment werd mijn leven beheerst door de angst om mijn kinderen te verliezen. Ik had mijn dochter nog niet eens ontmoet, en ik moest nu al vechten om haar te mogen houden.”

Een kraamtijd is ons ontnomen

“Het werd een fulltimebaan om ons gezin te verdedigen tegen alle instanties. Elke week kwam er wel iemand langs om ons te controleren. Elke dag moest alles perfect zijn. Ik ging van een oermoeder die in de flow leefde, naar een gestreste moeder die boven op de kleinste details zat. Ons hele leven werd erdoor getekend. Net als het leven van mijn lieve Lua. Een kraamtijd is ons ontnomen.

Ik zat na twee weken al met haar bij een afspraak bij de gemeente over onze situatie. Ze ging overal mee naartoe. Ze was zo lief, zo rustig en ze lachte altijd tevreden. Het doet me onbeschrijflijk veel pijn dat ik tijdens de korte tijd dat ze bij ons was, zo veel tijd heb verspild aan gesprekken met overheidsinstanties.”

Er was niks aan de hand

“Vroeger dacht ik altijd: waar rook is, is vuur. Ze zetten niet voor niks crisisjeugdzorg op een gezin. Maar ik zal nooit meer van buitenaf zo oordelen over een situatie, want bij ons was er níks aan de hand. Onze kinderen zijn altijd gelukkig, geliefd, goed verzorgd en veilig geweest. Uiteindelijk bleek dit ook uit het rapport van een pedagogisch medewerker die een tijd toezicht op ons moest houden.

Toch heeft de casemanager vlak na de geboorte van Lua zonder ook maar een blik te werpen op het rapport, besloten naar ‘the next level’ te gaan. ‘Schrik niet,’ zei ze, alsof ze ook maar enig medeleven had. ‘Je moet je op vijf november voor een jury verdedigen.’ Als we faalden, waren we het gezag over onze kinderen kwijt.

Terwijl ik voor mijn baby en twee peuters mooi weer speelde, werkte ik elk moment waarop het kon aan onze bewijsvoering. Mijn man probeerde financieel de eindjes aan elkaar te knopen. Er was maar één stip op onze horizon: vijf november. Toen ik de maandag ervoor mijn kinderen in  de stromende regen naar de opvang bracht, had ik dan ook geen rust in mijn hoofd. Ik was gevuld met stress. Al wekenlang. Ik geloof dat je gevaar creëert door in angst te leven. De gedachte is te pijnlijk hoe anders ons leven, en het leven van Lua, was gelopen als jeugdzorg ons niet op de nek had gezeten.”

Een ongeluk

“‘Dit is een ongeluk. Moeders vallen op hun kinderen, moeders vallen van de trap met hun kinderen, moeders slapen op hun kinderen. Dit is een ongeluk. Dit gebeurt. We zien dit vaker.’ De arts begon in het ziekenhuis direct op mij in te hakken en bleef zijn boodschap herhalen. Het maakte veel impact. Want natuurlijk rekende ik het mezelf aan. Ik was gevuld met boosheid en schuldgevoelens. Mijn man hield me vast. Stond naast me, achter me. Hij is geen seconde boos geweest.

In het ziekenhuis keken we apathisch op een afstandje hoe de dokters in de operatiekamer vochten voor Lua’s leven. ‘Het ziet er niet goed uit,’ zei de arts die ons op de hoogte hield van haar voortgang. Ik wilde het niet horen. ‘God heeft het laatste woord,’ zei ik vastberaden, ‘er is nog een wonder mogelijk.’ Positief blijven was het enige wat ik nog voor Lua kon doen. Ik wilde niet geloven dat haar leven hier zou eindigen. Ze was er nog maar net.”

Ik rende huilend achter haar bedje aan

“Uiteindelijk is ze aan de kunstmatige beademing gelegd. Dagenlang hebben we haar gedragen, geknuffeld, verschoond, gevoed en overspoeld met liefde. Mijn man en ik hebben die dagen extreme liefde beleefd. Ik krijg er nog steeds kippenvel van. We waren kapot, maar deden alles om er te zijn voor Lua. Haar broer en zus, die toen tweeënhalf jaar waren, hebben onder begeleiding van een rouwpsycholoog afscheid kunnen nemen van hun babyzusje. ‘Lua is naar de maan,’ vertelde ik ze. ‘Kijk maar uit het raam, daar is Lua.’ Ik vertelde ze dat Lua voor altijd in ons hart zit en onzichtbaar met ons meevliegt. Dat ze onderdeel van ons is en dat altijd zal blijven.

Vijf dagen na het ongeluk hebben we afscheid moeten nemen van ons meisje. Ze lag op mijn borst toen de arts haar van de beademing haalde. Het was een onbeschrijflijk moment van puur verdriet en pure liefde. Een moment dat werd verstoord omdat Lua na een paar minuten werd meegenomen omdat we wilden dat ze als orgaandonor andere kinderen kon helpen. Ik rende huilend achter haar bedje aan tot ze de operatiekamer in verdween. Toen stortte ik in. Voor de eerste keer sinds het ongeluk ging ik helemaal los. Ik heb het hele ziekenhuis bij elkaar geschreeuwd. Ze was echt weg.”

Ik moest dit monster verslaan

“Voor rouwen was geen tijd. Zesentwintig uur na de dood van mijn dochter moesten wij ons als ouders verantwoorden tegenover een jury van de gemeente. Vrienden en familie stonden erop dat we het zouden verplaatsen, maar ik moest dit monster dat ons leven kapotmaakte verslaan. Bij de bijeenkomst is iedereen achter ons gaan staan na het zien van de bewijsvoering die ik maandenlang had opgebouwd.

Alles wees erop dat wij daar nooit voor die jury hadden mogen staan. Dat ze ons dit nooit hadden mogen aandoen. Dat er vanuit vooroordelen een stempel op ons gezin is geplakt. De casemanager werd de laan uitgestuurd en voor wat het waard was, kregen we excuses van de andere aanwezigen. Maar het voelde leeg. Het kwaad was al geschied. Ons leven was getekend en niemand kon dat nog ongedaan maken.

We kregen eindelijk urgentie en zouden binnen een paar maanden verhuizen naar een nieuwe woning. Helaas waren de problemen hiermee niet voorbij. Alsof het allemaal nog niet traumatisch genoeg was, ben ik een paar maanden na de dood van Lua opgeroepen voor verhoor. De politie verdacht mij van zware mishandeling met de dood van onze dochter tot gevolg. Ik ben als crimineel in een verhoorkamer gezet en ik moest mezelf verdedigen voor de dood van mijn kind. Alsof ik in een horrorfilm was beland. Zo onwerkelijk.”

Ik voelde haar aanwezigheid

“Toen ik mijn laatste vingerafdruk moest zetten, viel het licht uit in het politiecomplex. ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt,’ zei een vrouwelijke agent verbaasd. Ik voelde een golf van liefde door mijn lijf gaan en gooide mijn handen in de lucht. ‘Dit is mijn dochter, dit is mijn dochter!’ riep ik terwijl de tranen over mijn gezicht rolden. Ik voelde haar aanwezigheid zo sterk. Het was alsof Lua in protest kwam tegen alle oneerlijkheid. In dit helse moment was zij er om mij kracht te geven.

Het was een kantelpunt in mijn proces. Daar, op dat moment, voelde ik dat mijn dochter in mijn leven is gekomen zodat ik kan vertellen hoe hulpverleners in wijken gezinnen in gevaar brengen met hun tunnelvisie.”

Iedereen is gelijk

“Ik ben als meisje opgegroeid met het idee dat we allemaal één zijn, dat verschil in kleur niks betekent. Maar als je in een wijk woont waar de enige witte mensen die je ziet hulpverleners of agenten zijn, merk je dat er voor mensen van kleur of voor mensen met een laag inkomen, andere regels gelden. Dit moet aan het licht komen, zodat het beter kan worden. Het lukte niet direct de kracht te vinden hiermee aan de slag te gaan. Ik heb nog twee jaar moeten wachten op het bericht dat het Openbaar Ministerie de verdachtmaking van de politie niet overnam. Twee jaar lang ben ik door de politie aangekeken als misdadiger.

De recherche heeft de hele buurt over mij geïnterviewd om bewijs te verzamelen. Ik heb met hulp van therapeuten en mijn eigen spirituele kracht alles moeten doen om geloof te houden in mezelf. De zoektocht die ontstond tijdens mijn tijd bij Idols kwam wederom naar boven: hoe mensen mij ook zagen, ík bepaalde wie ik was. Het was een onbeschrijflijk moeilijke tijd. Ik heb op het randje gestaan van het leven. Het is heel heftig om met je mee te dragen dat je verantwoordelijk bent voor de dood van je kind. Het brengt je naar een heel ander level van leven. Ik heb er geen woorden voor.”

Lees ook
Marije: ‘In mijn twintig jaar met Franklin heb ik kunnen zien hoe vaak je er tussenuit wordt gepikt door de kleur van je huid’

Mijn dochter heeft me een missie gegeven

“Ik heb alles gedaan en doe nog steeds alles om het verdriet niet mijn leven te laten domineren. Ik heb nog twee prachtige kinderen, voor hen en mezelf moet ik door. Mijn relatie kon de druk van de afgelopen jaren niet aan, maar ik ben mijn ex voor eeuwig dankbaar dat hij mij onvoorwaardelijk heeft gesteund. Ook ben ik dankbaar dat mijn tweeling de storm heeft doorstaan. Het zijn fantastische, lieve, vrolijke kinderen van inmiddels zes jaar, die elke dag vol liefde praten over hun babyzusje op de maan. Ze maken knutselwerkjes voor haar en proosten op haar met limonade.

Ik heb inmiddels na jaren van therapie geaccepteerd dat het een ongeluk was en dat ik een goede moeder ben. Ik ben niet meer boos op mezelf. De afgelopen jaren heb ik mezelf vaak afgevraagd waarom ik het verdien om te leven. Mijn conclusie is omdat ik de kans heb iets waardevols te creëren in de wereld. Mijn dochter heeft mij een missie gegeven. Ik wil een boek schrijven en een documentaire maken voor politie, gemeente, jeugdzorg en andere hulpverleners in wijken, zodat ze zich bewust worden van hun tunnelvisie en wat de gevolgen daarvan zijn.

Hoe groot de schade kan zijn als je iemand beoordeelt op de wijk waarin ze wonen, hun huidskleur, inkomensniveau of opleiding. Hoe groot de schade kan zijn als je de menselijkheid verliest. In opdracht van de gedupeerden van de toeslagenaffaire heb ik in maart het nummer Strijders uitgebracht dat dezelfde pijn vertegenwoordigt. Mijn lieve Lua heeft mijn leven meer betekenis gegeven dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

Ik geloof nu dat ik mijn stem heb gekregen om te zingen over maatschappelijke en kwetsbare onderwerpen en zo mensen te informeren. Als ik op die manier iets waardevols van een hel kan maken, is mijn kind niet voor niks gegaan.”

Dit interview lees je in Flair 13-2022, de editie die van 30 maart t/m 5 april in de schappen ligt. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier

Tekst: Jadrike Boels | Fotografie: Yara Brouwer | Visagie: Mila de Jong | Met dank aan: Grace Locations