Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Yentl en de Boer: ‘Het is zo’n groot geluk dat we tegelijk moeder zijn geworden’

Yentl en de Boer: ‘Het is zo’n groot geluk dat we tegelijk moeder zijn geworden’

Yentl en de Boer: ‘Het is zo’n groot geluk dat we tegelijk moeder zijn geworden’

Vanaf het moment dat Yentl Schieman (35) en Christine de Boer (38) de theaters bestormden als duo, regent het lovende kritieken. Daarom: alles over hun jeugd, het succes en uiteraard De Liefde.

Daar zitten ze dan, samen op een wat oncomfortabele bank, pal naast de hout-kachel. De fotoshoot in een soort van Aalsmeerse designkas zit erop en het absurdistische duo Yentl en De Boer zit er behoorlijk niet-absurdistisch bij. Logisch ook, want Yentl Schieman en Christine de Boer mogen dan al jaren worden overladen met prijzen en positieve recensies voor hun liedjes en voorstellingen, ze blijven ook maar gewoon mensen.

Mensen die net die ene honende reactie op Twitter onthouden in plaats van alle lof. Mensen met een kind van twee dat elke ochtend om halfzes de dag wil beginnen. En mensen die nog steeds denken dat ze te dik zijn omdat ze dat vroeger waren en zoiets maar moeilijk uit je systeem blijkt te bikken, zegt Christine (die met het rode haar): “Zo stom, maar ik voel het af en toe echt zo.”  Yentl: “Wat dus ab-so-luut niet zo is.”

Christine: “I know. En bovendien moet ik het gewoon loslaten. Dat zei een vriend van me laatst: ‘Je bent geen twintig meer, dus niemand verwacht van jou dat je het lichaam van een twintigjarige hebt.’ Dat was echt een eyeopener. Ik moet mezelf gewoon accepteren voor wie en wat ik ben.”

Verpestte het je jeugd?

Christine: “Nee hoor, ik voelde me eigenlijk vooral dik in Parijs. Mijn ouders hadden daar tot voor kort een appartement omdat mijn vader er een bedrijf had. Daar waren we regelmatig en die Parijse meisjes zijn allemaal zo petieterig: ik voelde me er een olifant in een porseleinkast. Maar ik heb een heel leuke jeugd gehad, ook omdat ik een goede band had – en heb – met mijn broer en zussen. Ik was dus geen eenzaam kind. Ik voelde me alleen weleens een vreemde eend in de bijt. Niet dat ik gepest werd, maar ik heb er ook nooit bij gehoord. Dat had ook te maken met de middelbare school waarop ik zat.

Ik kwam uit Baarn en ging naar het gymnasium in Hilversum. Ik kwam in een klas met alleen maar kinderen uit miljonairsgezinnen. Iedereen zat op hockey, kende elkaar, woonde in mooie villa’s en droeg dure kleding. Ik word er nog weleens verdrietig van als ik bedenk hoe graag ik daar bij wilde horen. Dat wat zij hadden, dat was het hoogst haalbare. Het is voor mij ook een reden om nooit terug te verhuizen naar het Gooi: ik wil niet dat mijn zoontje Gosse zich daar later mee bezig moet houden.”

Hoe was jouw jeugd, Yentl?

Yentl: “Heel fijn. Ik woonde in Zeeland, in het dorp Kruiningen. Pal tegenover het voetbalveld, waar ik vaak hing met vrienden. Op zaterdagavond chips eten, biertjes drinken en roken op de tribune. Ik speelde sowieso veel buiten, want er reden amper auto’s: het was heel veilig, beschermd, ik kon overal heen.

Mijn middelbare school was in Goes, vijftien kilometer verderop. Elke ochtend met de fiets, uur heen, uur terug. Door regen, wind, alles. En dat vond je gewoon leuk, want je reed naast iemand, daar kletste je mee en op de terugweg gingen we langs de Aldi, kochten we koek en die aten we op de terugweg op. Ik kan me geen zorgen herinneren.”

En toen ging je naar de toneelschool. Van Kruiningen naar Amsterdam

Yentl: “Ja, op mijn negentiende. Dat was best een stap, want in Amsterdam zat niemand op mij te wachten. En in Amsterdam zijn mensen open, maar op de toneelschool waren ze dat nog meer. Iedereen was zo vrij, praatte over alles. Ik niet. Ik ben gesloten. Niet alleen vanwege mijn Zeeuwse roots, het is ook wie ik ben. Dat was een grote verandering na zo’n zorgeloze jeugd.”

Twijfelde je?

Yentl: “Nee, ik had wel vertrouwen in mezelf en ik heb de eerste twee jaar bij een gezin in huis gewoond, in Diemen-Zuid. Dat maakte de overgang iets zachter. Maar als ik er zo op terugkijk, vind ik het nog steeds heel stoer van mezelf.”

Christine: “Ik werd de eerste keer afgewezen op de toneelschool. Achteraf ben ik daar blij om, want ik kwam toen echt uit een ei.”

Yentl: “En anders had je mij niet gekend.”

Christine: “Precies. Dan had ik in de klas gezeten met Bracha van Doesburgh.”

Yentl, lachend: “Ja, dat moet je niet willen.”

Christine, lachend: “Houd op, ik ken haar niet eens.”

Lees ook:
Jasmine Sendars werk stopte en haar huwelijk klapte: ‘Ik had het gevoel dat ik faalde’

Hoe was jullie studentenleven?

Christine: “Ik heb er eigenlijk twee gehad. Voor de toneelschool heb ik nog twee jaar communicatiewetenschappen gestudeerd. Toen was ik ook lid van een studenten-vereniging, ik zat zelfs in het bestuur. Heel veel feesten, maar ook superveel geleerd. En waar ik op de middelbare school niet op mijn plek zat, was dat hier wel zo. Tot ik besefte dat ik toch echt naar de toneelschool wilde. En daar ben je voor-al van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met je klas.”

Yentl: “Ik ging de eerste twee jaar nog vaak naar huis in het weekend. Daar had ik mijn leven. Ik werkte in de kantine van de voetbalvereniging en ’s avonds ging ik uit in Goes. Pas toen ik echt op mezelf ging wonen in Amsterdam, ging ik daar meer uit. Maar niet heel veel. Ik ben niet echt rock-’n-roll. Ik hou van alleen thuis zijn, van televisiekijken.”

Christine: “Ik ging toen juist heel veel uit.”

Lees het hele interview met Yentl en Christine in Flair 03-2022, deze ligt van 19 t/m 25  januari in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

tekst Marcel Langedijk | fotografie Bart Honingh