Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Sumi is geadopteerd en vond na 35 jaar haar moeder: ‘Ik schreeuwde toen ze ons achterliet, maar ze keek niet meer om’

Sumi is geadopteerd en vond na 35 jaar haar moeder: ‘Ik schreeuwde toen ze ons achterliet, maar ze keek niet meer om’

Sumi is geadopteerd en vond na 35 jaar haar moeder: ‘Ik schreeuwde toen ze ons achterliet, maar ze keek niet meer om’

Sumi Kasiyo (48) was bijna zes toen ze werd geadopteerd. Jarenlang was ze boos op haar biologische moeder, die haar en haar zus had afgestaan. Toch zocht ze haar in 2014 op. “Ik hoopte dat ze me gemist had. Maar ze vroeg me of ze mijn sieraden en de kleding die ik aanhad mocht hebben.”

Geadopteerd

“Vroeger keek ik altijd naar Spoorloos. Vooral de verhalen van geadopteerden die na zoveel jaar met hun biologische familie herenigd werden, vond ik mooi. Omdat ik zelf uit Indonesië geadopteerd ben, voelde ik ontzettend met ze mee. Tegelijkertijd was het ook confronterend, want ik wist dat een hereniging met mijn eigen biologische moeder nooit zou plaatsvinden. Haar hoefde ik niet meer te zien. Waarom zou ik? Op mijn vijfde had ze mij en mijn drie jaar oudere zus Suyatmi afgestaan, terwijl ze ons had beloofd ons later weer op te halen.

Wekenlang wachtte ik op haar. Zelfs toen mijn zus en ik in Nederland waren, miste ik mijn moeder enorm. Maar hoeveel ik ook huilde, ze kwam ons niet halen. Ik voelde me aan de kant gezet. Het leidde tot veel woedeaanvallen en een heftige identiteitscrisis. Waarom wilde mijn moeder me niet? En wie was ik nou echt: Sumiatin, de naam die ik bij mijn geboorte van mijn ouders had gekregen? Of Petra, de naam waarmee ik sinds mijn adoptie door het leven ging?

Hoe jong ik ook was, ik was vastberaden om mijn biologische moeder te vergeten. Maar nadat mijn zus onze moeder in 2005 in Indonesië opspoorde, begon het toch aan me te knagen: ik wilde terug naar mijn geboorteland en mijn moeder zien. Misschien kreeg ik dan eindelijk de antwoorden waar ik al zo lang naar verlangde. Tja, liep dat even anders…”

Hechte band

“Ik kom uit een gezin van zes kinderen, één jongen en vijf meiden. We woonden op het Indonesische eiland Java, waar mijn ouders op het veld in de landbouw werkten. Ik was de jongste en ik weet nog dat ik als klein meisje vaak op mijn moeders rug gebonden zat terwijl zij werkte. We waren heel hecht met elkaar. Met het hele gezin trouwens, want we sliepen ’s nachts met z’n achten op een groot bamboebed.

Helaas overleed mijn vader aan een hartstilstand toen ik vijf was. Ik was natuurlijk jong, maar ik zie nog steeds voor me hoe verdrietig mijn moeder was. En waarschijnlijk ook wanhopig, want wat moest ze alleen, met zo veel kinderen? Op een dag, ik denk een paar maanden na het overlijden van mijn vader, werd ik samen met Suyatmi opgehaald door een man en een vrouw. Ik kende ze niet, maar ze stelden zich voor als mijn oom en tante. Waarom ze ons ophaalden en waar we naartoe gingen, wist ik niet. Het enige wat mijn moeder zei, was dat we met ze mee moesten gaan. Ze zou ons later weer ophalen.”

Overgeleverd aan vreemden

“Diezelfde dag belandden Suyatmi en ik in een kindertehuis. Wat ik me er vooral van herinner, is dat ik urenlang om onze moeder huilde. Mijn zus was wat stiller, misschien omdat zij ouder was en ook wel doorhad dat huilen geen zin had. We waren overgeleverd aan vreemde mensen en dat moesten we maar accepteren. Een paar weken daarna werden we samen geadopteerd.

Tegen onze Nederlandse adoptieouders was gezegd dat onze eigen ouders niet meer voor ons konden zorgen. En dat wij goed waren geïnformeerd over de adoptie. Maar wij wisten van niks. Mijn moeder was in de tussentijd één keer langs geweest om ons op te halen. Ik zag haar, maar ze werd weggestuurd. Zonder enig verzet liet ze ons achter. Waarom wist ik niet. Schreeuwend en huilend riep ik haar, maar ze keek niet meer om.”

Anders dan andere kinderen

“Ik snapte er allemaal niks van, maar toen ik mijn adoptiemoeder zag, voelde ik me meteen vertrouwd bij haar. Ze straalde zo veel warmte uit. Mijn zus was terughoudender. Ze keek duidelijk de kat uit de boom en het duurde nog best een tijdje voordat ook zij zich openstelde voor onze nieuwe ouders. Er met elkaar over praten deden we niet, daar waren we veel te jong voor.

Van onze adoptieouders kregen we nieuwe namen. Zo werd ik Pietertje Sumiatin, roepnaam Petra, en mijn zus Margriet Suyatmi, roepnaam Margré. We kwamen in het noorden van Nederland terecht, waar onze adoptieouders een boerderij hadden. Niet alleen het Nederlandse klimaat was wennen, ook onze nieuwe omgeving voelde vreemd aan. Zo was iedereen in het dorp wit en waren alleen mijn zus en ik bruin. Hierdoor voelde ik me bekeken.

Dat was ook zo, want er waren altijd kinderen die mijn donkere huid en haar aanraakten. Geen idee waarom, maar ik voelde me er nooit fijn bij. Daarnaast kon ik jaloers zijn als ik andere meisjes gezellig zag doen met hun moeder. Mijn adoptiemoeder en ik knuffelden vaak – ik had als kind veel behoefte aan lichamelijk contact – maar het was voor mijn gevoel toch niet hetzelfde: die andere dochters en moeders leken op elkaar en wij niet.”

Depressief

“Op mijn zestiende raakte ik depressief. Ik kon alleen nog maar huilen en had bijna geen energie meer. Mijn adoptieouders begrepen er niet veel van. Zelf kon ik mijn sombere gevoelens ook niet echt plaatsen. Of beter gezegd: ik linkte ze niet aan mijn adoptie, inmiddels doe ik dat wel. Als kind had ik zo veel trauma’s opgelopen, het was logisch dat ik me zo voelde. Toch kreeg ik vaak van mijn adoptieouders te horen dat ik niet zo lastig moest doen.

Ze snapten niet dat ik steeds zo verdrietig was en geregeld woedeaanvallen had. Nu denk ik: er was totaal geen ruimte bij hen voor alles wat ik had meegemaakt. Er werd niet over gepraat. Het enige wat mijn adoptiemoeder belangrijk vond, was dat ik later op zoek zou gaan naar mijn biologische moeder. Dan kon ik haar vertellen dat ik goed terechtgekomen was, want dat was ik volgens haar verplicht. Iets waar ik dan weer erg boos om werd. Ik had er toch niet voor gekozen om te worden geadopteerd? Waarom was ik mijn biologische moeder dan iets verschuldigd? Was dat niet eerder andersom? Als zij echt om me had gegeven had ze mij toch nooit afgestaan?”

Lees ook
Annelyns vader zat in de gevangenis vanwege fraude: ‘Ik heb zo gehuild, hoe moest ik drie jaar zonder mijn vader?’

Schokkend nieuws

“Tien jaar later ging mijn zus terug naar Indonesië. Via via was ze met iemand in contact gekomen die onze biologische moeder kende en in tegenstelling tot mij wilde zij wel graag contact met haar. Dat stond overigens niet tussen ons in. Hoewel we als volwassenen ook niet echt met elkaar over onze adoptie praatten – we verwerkten het op onze eigen manier – was ik heel benieuwd hoe haar ontmoeting met onze moeder zou verlopen.

Het bleek dat ze mij veel te vertellen had. Zo was ze erachter gekomen dat onze moeder geld gekregen had voor onze adoptie – hoeveel wist ze niet – en dat de geboortedata op onze adoptiepapieren vervalst waren. Suyatmi en ik waren helemaal niet op 14 juni 1973 (zij) en 10 december 1974 (ik) geboren, maar op 17 mei 1970 (zij) en 6 juli 1973 (ik). Dat betekende dat mijn zus drie jaar ouder was dan we dachten en ik ruim een jaar. En dat allemaal omdat we anders niet geadopteerd hadden mogen worden.

In die tijd gold namelijk de regel dat kinderen uit Indonesië tot en met hun zesde ter adoptie konden worden afgestaan, daarna niet meer. En omdat Suyatmi en ik klein waren voor onze leeftijd, konden wij makkelijk doorgaan voor jonger. Vandaar dat onze beide geboortedata voor het gemak waren aangepast, dan viel het minder op. Woedend hoorde ik het aan. Zie je wel, dacht ik. Daarom hoefde ik mijn moeder nooit meer te zien. Ze had ons niet alleen afgestaan voor geld, maar ons ook onze hele identiteit afgenomen door indirect in te stemmen met een duidelijk illegale adoptie.

Mijn adoptieouders hebben dit niet geweten. Of mijn biologische moeder het wist voordat ze ons met die man en vrouw meestuurde weet ik niet, maar ik had echt het gevoel dat mijn hele leven een leugen was.”

Dit is een Real Life uit Flair. Het hele verhaal lees je in Flair 18-2022. Deze ligt van 4 mei t/m 10 mei in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier

Tekst: Renée Brouwer | Fotografie: Charise Rozenbeek