Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Senna (35) heeft een zoontje met het syndroom van Down: ‘Ik ga mijn kind niet verstoppen, ik laat hem juist zien’

Senna (35) heeft een zoontje met het syndroom van Down: ‘Ik ga mijn kind niet verstoppen, ik laat hem juist zien’

Senna (35) heeft een zoontje met het syndroom van Down: ‘Ik ga mijn kind niet verstoppen, ik laat hem juist zien’

Toen haar zoontje Nouri (nu 2) een maand oud was, kreeg Senna Chakrouni (35) te horen dat hij downsyndroom heeft. “Ik wist meteen: ik ga mijn kind niet verstoppen, ik ga hem juist laten zien.”

Bezorgd

“Als ik Nouri een dag niet voelde bewegen, maakte ik me zorgen. Dan drukte ik op mijn buik:  ‘Hallo lieverd, geef even een teken van leven!’ Slapen lukte me pas als ik hem gevoeld had. Midden in de nacht stond ik op om een truc te gebruiken die de verloskundige me ooit had geleerd. Met mijn telefoon-flashlight scheen ik op mijn buik.

Zat ik daar in het pikdonker in een stil huis, in de kamer naast me hoorde ik de ademhaling van mijn dochter Lina die, net als mijn man Alec, nietsvermoedend lag te slapen. Ik kon pas ontspannen als de baby wakker werd van het licht van de zaklamp en bewoog. Gelukkig, alles was goed! Nu kon ik ook slapen. Zoals elke zwangere vrouw was ik bezorgd dat er iets mis zou gaan.

Als ik de negen maanden maar haal en mijn kindje kan vasthouden, dacht ik. Mijn familie mocht geen babyshower organiseren, want ik wilde niet vieren wat er nog niet was, ik wilde het lot niet tarten. Ik kom zelf uit een Marokkaans gezin met vier kinderen: ik heb een zus en twee broers. Zo veel kinderen wilde ik zelf niet, maar wel meer dan één.”

Het klopte helemaal

“Alec en ik werden gekoppeld door een wederzijdse vriendin en het voelde meteen goed. We waren allebei 29 en klaar voor de volgende stap in ons leven: we wilden een gezin. Ik zag hem meteen voor me als de vader van mijn kinderen, het klopte helemaal. Binnen negen maanden waren we getrouwd en snel daarna kwam onze dochter Lina.

Toen zij twee jaar was, besloten we voor een tweede kindje te gaan. Vijf maanden later was ik over tijd. Ik had geen geduld om te wachten met testen en even later zat ik op de wc van mijn werk met een positieve zwangerschapstest in mijn handen. Zat ik te huilen op de wc van kantoor: er groeit iets in mij! Thuis pakte ik de test in als een cadeautje en die liet ik Lina aan mijn man geven.

Wat waren we blij! Lina, die nog een peuter was, begreep het niet zo. Pas toen mijn buik groeide, snapte ze dat er een baby kwam. Mijn zwangerschap van Nouri was net zo makkelijk als die van Lina was geweest. Ik had helemaal geen klachten en fietste tot de laatste dag. De echo’s waren allemaal goed, er was niets afwijkends te zien.”

Geen abortus

“Een NIPT-test, zo’n bloedonderzoek waarbij onder meer wordt onderzocht of de baby down heeft, heb ik niet gedaan. Ik wist dat ik de baby toch zou houden en dat het voor mij niets zou veranderen als er iets met hem was. Achteraf ben ik daar blij om: ik had niet al tijdens mijn zwangerschap willen weten dat ons zoontje down had; nu heb ik geen stress gehad.

Dat ik geen abortus wil, heeft ook met mijn geloof te maken. Ik ben moslim en een kind weghalen mag niet van ons geloof, tenzij je leven als moeder gevaar loopt. Ik ben opgevoed met de islam en die is belangrijk voor mij, het geloof geeft me houvast. Wat ook meespeelt, is dat ik überhaupt al blij was dat ik zwanger was. Genoeg vrouwen lukt dat niet, moeten jarenlang trajecten doorlopen.”

Een kind is een kind

“Ik vond mezelf al blessed dat ik een kind kreeg, en wat voor kind maakte me niet uit: een kind is een kind. De bevalling van Nouri was in drie uur gepiept. Tot tien centimeter ontsluiting kon ik nog gewoon praten en toen ik begon te persen, was hij er binnen zeven minuten. Ik beviel in het ziekenhuis in zo’n opblaasbad. Ik zat op mijn knieën in het water en voelde mijn zoontje eruit komen.

Vervolgens moest ik hem even zoeken. ‘Pak hem dan,’ moedigde de verloskundige me aan, maar ik zag hem niet meteen. Totdat ik hem voelde en vasthield. Wat een mooi, intens moment. De eerste minuten had ik niks door, maar toen de verloskundige Nouri overnam om hem te wassen, schoot door me heen: hij heeft downsyndroom. Ik voelde het gewoon en ik zag het aan zijn ogen, die waren amandelvormig en dat is een kenmerk van down.

Maar ik durfde het niet te zeggen. De verloskundige zag niets en de baby scoorde goed op alle tests. Misschien verbeeld ik het me, dacht ik nog, hij is immers half Aziatisch. Mijn man is Indonesisch, misschien kwamen daar die amandelvormige ogen vandaan. Omdat ik veel bloed had verloren, bleven we in het ziekenhuis slapen.

De volgende dag kwam de kinderarts binnen, die vertelde dat Nouri een verdikte nekplooi had, ook een kenmerk van down. Toch dacht de arts niet dat het dat was.  ‘Om jou gerust te stellen, zullen we een test doen. Maar ik denk niet dat hij het heeft.’ Ik knikte en dacht: hij heeft het. Die dag ging de eerste coronalockdown in, daardoor duurde het een maand voordat het ziekenhuis tijd had voor die test.”

Lees ook
Splinter Chabot (26): ‘Mijn suïcidale gedachten waren bevrijdend: als ik het doe, hebben mijn ouders maar heel even verdriet’

Wachten was de hel

“Die maand heb ik enorm van Nouri genoten, maar het zat altijd in mijn achterhoofd. Keek hij de ene kant op, dan dacht ik: nee, hij heeft het duidelijk niet. Keek hij de andere kant op, dan was ik overtuigd: jawel, hij heeft het. Eigenlijk werd voor mij steeds duidelijker dat hij down had.

Achteraf zagen mijn moeder en schoonzus het ook, maar durfden ze het niet te zeggen. Je zag het aan zijn ogen, maar verder deed Nouri alles wat een baby hoort te doen. Hij ontwikkelde zich en dronk goed. Elke dag wachten op die test was er een te veel en de dag waarop we gebeld zouden worden met de uitslag was echt een hel, de tijd kroop voorbij.

Om drie uur kwam het telefoontje. Alec en ik luisterden via de luidspreker naar de arts: ‘Jullie zoontje heeft downsyndroom.’ Ik stortte in en kon alleen maar huilen. Happend naar adem belde ik mijn moeder. Ik huilde niet zo hevig omdat ik geen kind met down wilde, ik huilde om het leven dat ik me had voorgesteld: een zoon die later ging werken, trouwen, kinderen kreeg.”

Deal with it

“Ik was zo emotioneel omdat ik niet wist wat ik nu kon verwachten. Maar diezelfde avond was het alweer over, was de emotie weg en had ik het al geaccepteerd. ‘Senna, deal with it,’ zei ik tegen mezelf. ‘Hij is een zegening, klaar.’ Alec had iets meer tijd nodig, de vader-zoonband is toch anders. Kon hij later wel voetballen met Nouri?

Op zo’n moment denk je dat alles waarvan je hebt gedroomd in duigen valt. Maar na een paar dagen was ook Alec er oké mee. God heeft ons gezegend, realiseerden we ons. Want zo denkt de islam erover: een kind met een beperking is een engel. Schaamte voel ik totaal niet. Vroeger, bij de eerste gastarbeiders, kwam dat wel voor.

De generatie van mijn opa’s en oma’s wist niet zo goed hoe om te gaan met een kind met een beperking, die hielden het maar thuis uit schaamte. Maar dat is allang niet meer. Ik ben in Nederland geboren en heb daar totaal geen last van. Ik wist meteen: ik ga mijn kind niet verstoppen, ik ga hem juist laten zien.”

Dit is een Real Life uit Flair. Het hele verhaal lees je in Flair 15-2022. Deze ligt van 13 t/m 19 april in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier

tekst Eva Munnik | fotografie Yara Brouwer | visagie Sisley Angenois