Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Marije (33) ervoer geweld tijdens haar werk: ‘De patiënt werd zo kwaad dat hij een lampje naar mijn hoofd wilde gooien’

Marije (33) ervoer geweld tijdens haar werk: ‘De patiënt werd zo kwaad dat hij een lampje naar mijn hoofd wilde gooien’

Marije (33) ervoer geweld tijdens haar werk: ‘De patiënt werd zo kwaad dat hij een lampje naar mijn hoofd wilde gooien’

Marije (33), verpleegkundige op de spoedeisende hulp, kreeg te maken met geweld tijdens haar werk. 

“Ik had het zelf nog niet eerder meegemaakt, maar het al wel behoorlijk wat keren zien gebeuren, dat een patiënt agressief gedrag vertoonde naar een van mijn collega’s. Sommigen zijn ronduit asociaal, anderen in de war of niet helemaal toerekeningsvatbaar, maar in alle gevallen is het lastig om ermee om te gaan.

Wat me dwarszit, is dat er vaak alleen maar aandacht lijkt te zijn voor de rechten van de patiënt en nauwelijks voor die van ons. Alsof het er in de zorg nu eenmaal bij hoort dat mensen onbeschoft tegen je zijn.”

Verpleegkundige spoedeisende hulp

Ik ben verpleegkundige op de spoedeisende hulp. Een triage-verpleegkundige doet de eerste beoordeling als mensen worden binnengebracht. Die stelt vragen en observeert de patiënt om ’m te kunnen indelen in een categorie die aangeeft hoe spoedeisend de klacht is. Daar hoort een bepaalde kleurcode bij: rood betekent dat iemand zeer ernstig letsel heeft en direct moet worden geholpen, blauw is minder dringend en dan kan de wachttijd oplopen tot wel vier uur. Door de patiënt op deze manier te beoordelen, creëer je duidelijkheid over de wachttijd. Mensen weten dan waar ze aan toe zijn en dat vermindert de kans op agressie, is het idee. Helaas werkt dat niet altijd zo.

Laat ik vooropstellen dat ik een geweldige, enerverende baan heb. Elke dag is weer anders doordat je nooit weet hoeveel patiënten binnenkomen en wat er met ze aan de hand is. Maar nadelen zijn er ook, zoals bij elke baan. Het is soms verdrietig als iemand binnenkomt met zwaar letsel. Vooral kinderen met wie iets ernstigs aan de hand is, blijven me diep raken. Natuurlijk leer je je er wel voor af te sluiten, anders heb je geen leven meer, maar sommige dingen wennen nooit. Ook hebben we regelmatig te maken met mensen die veel te veel hebben gedronken of drugs hebben gebruikt. En dat wil nog weleens tot problemen leiden.”

Hectische tijd

“Zo werd er een tijdje terug een jongen van achter in de twintig binnengebracht met een kaakfractuur. Hij had overduidelijk een paar slokken te veel op en was bij een opstootje betrokken geraakt. Een zaterdagavond was het, een bijzonder hectisch tijdstip op de afdeling. Nadat hij was opgevangen door de receptionist, werd hij naar de triagekamer gebracht, waar hij werd beoordeeld om hem een indruk te geven van de wachttijd. Als de situatie ineens verslechtert, passen we de wachttijd natuurlijk aan, maar daar was in zijn geval geen sprake van.

Tegelijkertijd werd er een puberjongen binnengebracht die bij een ongeval betrokken was geweest. Hij was ernstig gewond en moest gereanimeerd worden. Dat is natuurlijk code rood en dat gaat altijd voor. De patiënt met de kaakfractuur zat in de wachtkamer en zag hoe deze jongen werd binnengebracht en hoe even later de ontredderde ouders binnenkwamen. Die waren gek van ongerustheid. Logisch natuurlijk.”

Lees ook
Flore (29) raakte zwanger ondanks dat ze de pil slikte: ‘Ik twijfel niet over het kindje, wel over mijn relatie’

Spugende patiënt

“Terwijl die mensen zaten te huilen in de wachtruimte, werd de man met de kaakfractuur steeds onrustiger. Hij ijsbeerde door de wachtkamer en klampte steeds weer personeel aan met de vraag wanneer hij nu eindelijk eens geholpen zou worden. Iedereen legde hem steeds weer uit dat hij echt nog even moest wachten omdat er andere patiënten waren die eerder hulp nodig hadden.

Uiteindelijk kwam hij op mij af. Hij was het helemaal zat om nog langer te wachten, riep hij. Ik toonde begrip en probeerde hem te kalmeren, maar hij werd kwader en kwader. Hij was groot en het kwam best intimiderend over. ‘Ik vind het lullig voor die ouders,’ riep hij, ‘maar ík wacht ook al heel lang.’ Heel gênant natuurlijk en dus loodste ik hem naar een kamertje in de hoop hem daar te kunnen kalmeren. Dat lukte helaas niet. Sterker nog, hij werd zo kwaad dat hij op me probeerde te spugen. Hij greep zelfs een lampje dat hij naar mijn hoofd wilde gooien. Gelukkig zat het vast aan een kort snoer, waardoor het uit z’n handen op de grond viel.

Iedereen op de afdeling heeft een zendertje met paniekknop bij zich voor dit soort situaties. Je kunt daarmee de beveiliging oproepen. Ze waren er snel toen ik op de knop drukte – nog voor het echt uit de hand kon lopen – en hebben de man toen apart gezet om hem te laten afkoelen.”

Excuses

“Hoewel het met een sisser is afgelopen, heb ik er echt wel een paar dagen slecht van geslapen. Ik heb getwijfeld of ik aangifte zou doen, maar uiteindelijk heb ik het niet gedaan. De man was dronken en is later terug geweest om zijn excuses aan te bieden bij de receptionist. Hij wist wel dat hij zich niet zo netjes had gedragen, maar over dat spugen en zo heeft hij het met geen woord gehad. Waarschijnlijk kon hij zich niet eens meer precies herinneren wat er was gebeurd.

Ik hoop maar dat hij er iets van heeft geleerd. Maar het is natuurlijk belachelijk dat je bang moet zijn voor de mensen die je probeert te helpen.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: Getty Images