Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Een familielid van Miloe (46) was NSB’er: ‘De schaamte in onze familie zit heel diep’

Een familielid van Miloe (46) was NSB’er: ‘De schaamte in onze familie zit heel diep’

Een familielid van Miloe (46) was NSB’er: ‘De schaamte in onze familie zit heel diep’

De oma van journalist Miloe van Beek (46) was een onberekenbare en afstandelijke vrouw. Miloe dook in haar verleden en ontdekte waar die bitterheid vandaan kwam. De vader van haar oma was een NSB’er. “De schaamte in onze familie zit heel diep. Niemand sprak erover.”

Grootmoeder

“Sacha Gerders heette mijn oma, de moeder van mijn vader. Ze was geen makkelijke, warme vrouw. Ze had een muurtje om zich heen en ik kon daar als kleindochter niet doorheen breken. Ze wilde dat ik haar ‘grootmoeder’ noemde. Dat paste ook wel. Deze vrouw was niet zo’n oma-oma bij wie je op schoot kruipt en van wie je stiekem veel te veel snoepjes krijgt.

Aan de andere kant was ze heel intelligent, welbespraakt. Ze fascineerde me ook. Ze was kunstenares, sprak Frans, Russisch, las veel kranten, luisterde naar klassieke muziek. Ik was niet bang voor haar, maar ik wist ook nooit precies wat ik aan haar had. Haar humeur wisselde nogal, het was altijd aftasten: is ze mild of staat ze op scherp? Eén keer hebben we hevige ruzie gehad; die woordenwisseling en haar felheid staan in mijn geheugen gegrift.

Ik studeerde toen journalistiek, was heel bevlogen, wilde me specialiseren in buitenlandverhalen en was veel met het Midden-Oosten bezig. Toen ze een keer bij ons kwam eten, vertelde ik erover – met een glas wijn te veel op, denk ik. Ik ging in op het conflict tussen Israël en de Palestijnen, wat ik ervan vond, en zei iets in de trant van dat ik het absurd vond wat voor politiek Israël aan het bedrijven was. En toen barstte de bom. Ze reageerde zó heftig, haar gezicht op onweer, woest, wijzend naar mij: ‘De Joden moet je altijd beschermen!’ riep ze. ‘Die hebben altijd gelijk!’ Ze werd ook emotioneel. Ik schrok: zo had ik haar nog nooit gezien.”

Mee in haar graf

“Tot aan haar dood bleef ze zwijgen over wat er precies was gebeurd, over wat haar had gemaakt tot wie ze was. Tijdens haar uitvaart – een zware, Gregoriaanse mis – werd ze in speeches helemaal opgehemeld. Ik dacht: ik weet niet precies wie jullie hier begraven, maar ik herken er weinig van mijn oma in. Ze nam haar verleden mee het graf in. Ik heb altijd gevoeld dat er ergens over werd gezwegen in onze familie. We wisten allemaal vaag van mijn oma’s verleden, dat ze een ‘foute vader’ in de oorlog had, maar erover praten? No way. Echt niet. Ook niet met mijn vader.

Ik ben geïnteresseerd in psychologie, wil weten waar dingen vandaan komen. Mijn oudste zoon Otis was een huilbaby, een opstandige peuter en kleuter. Ik liep regelmatig vast met hem en vroeg me af hoe het toch kon dat ik een kind met zo veel temperament had gekregen. Ik was meegaand, mijn man was meegaand, waarom was ons kind zo opstandig? Eten, naar bed gaan, opstaan, naar een verjaardag, weg van een verjaardag: veel dagelijkse dingen waren een strijd. Opvoedtips via Google of uit boekjes en van experts hielpen niet.”

Familiegeheim

“Pas toen ik een paar jaar geleden een familieopstelling deed bij een systemisch therapeut, ging ik begrijpen dat zijn gedrag misschien een andere reden had. Ik moest in die opstelling mijn familieleden ten opzichte van mezelf positioneren, en ineens kwam omhoog geplopt wat voor invloed mijn oma en haar verleden op mij hadden, dat er een familiegeheim was.

Toen ik het er later met de therapeut over had, kwam naar boven dat mijn zoon daar weleens last van kon hebben. Het klinkt misschien spiritueel, maar ik ging inzien dat er in mijn familie decennialang dingen zijn opgekropt. Er is iemand volledig uitgegumd – de vader van mijn oma. Mijn vader heeft geen opa gehad. Die man bestond niet meer, omdat mijn oma, die faliekant tegen de nazi’s was, hem uit haar leven had gebannen. Ik dacht: hier moet ik iets mee.”

Foute overgrootvader

“Eerder had ik al de memoires van mijn oma gelezen die ze schreef toen ze halverwege de zestig was. Een tante heeft die gebundeld in een boek. In eerste instantie las ik ze alleen voor mezelf, maar ik besefte al snel als schrijver: dit verhaal moet worden verteld. Dit is een boek. De herinneringen van mijn oma grepen me naar de keel. Ik leerde haar op een andere manier kennen: als een gevoelig meisje met een enorm rechtvaardigheidsgevoel, met oog voor het leed dat in de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden had. Ik had ook nooit geweten dat mijn overgrootvader zó fout was.

Ik werd gedreven door een grote nieuwsgierigheid en dook in archieven, sprak met historici, las boeken. Ik merkte dat ik het lastig vond, pijnlijk ook wel om mensen te vertellen waar ik mee bezig was. Vooral in het begin. Want ja, iemand in mijn familie heeft actief meegewerkt aan een misdadig regime. De schaamte kwam bij mij pas goed binnen toen historici letterlijk tegen me zeiden: ‘Jouw overgrootvader was echt fout.’ In het Nationaal Archief las ik brieven waarin hij zich duidelijk achter Hitler schaarde en het had over het  ‘Arische ras’ – toen werd ik echt misselijk.”

Overgrootvader bij de NSB

“Ik heb mezelf vaak afgevraagd of ik dit wel moest doen: dit hele onderzoek, dit boek. Soms voelde het veiliger om het verleden te laten rusten. Bij elk hoofdstuk dat ik schreef, bedacht ik: bagatelliseer ik het nu niet? Verwoord ik wel goed en feitelijk hoe erg het was wat mijn grootvader deed? Praat ik het niet goed omdat hij familie van me is? Tegelijkertijd wilde ik laten zien hoe zo’n NSB-fascinatie ontstaat en wat zo’n oorlogsverleden met een familie doet.

Mijn oma maakte in de jaren dertig de scheiding van haar ouders mee. Het was een vechtscheiding, heel dramatisch, met veel ruzie en weinig aandacht voor haar. Niet lang daarna ontwikkelde haar vader een sympathie voor het nationaal-socialisme. Hij sloot zich aan bij de NSB, mijn oma zag haar vader afdwalen. Hij trouwde met een Duits kindermeisje, door wie hij verder het nationaal-socialisme in rolde. Hij was schilder, maakte een portret van Mussert, voorman van de NSB. Hij werd hoofd van de afdeling Architectuur en Beeldende Kunst van de Kultuurkamer en bepaalde het door de Duitsers vastgelegde kunstbeleid tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De grote vraag voor mij was: heeft hij ook actief Joodse mensen aangegeven? Het lijkt er niet op, na mijn onderzoek, maar ik kan het niet voor honderd procent uitsluiten. Mijn oma schreef in haar memoires dat ze heeft geprobeerd om Joodse studenten aan de Rijksakademie – waar ze studeerde – te redden. Ze vroeg haar vader haar te helpen. Daar had hij waarschijnlijk mogelijkheden toe, maar hij deed niets.

Mijn oma had als opgroeiend meisje al door dat haar vader een foute keuze maakte. Ze had ook geen goede band met haar moeder, dus moet ze zich heel eenzaam hebben gevoeld. In de oorlog, en erna. Wie bij de NSB had gezeten, of familie had bij de NSB, werd uitgekotst, met de nek aangekeken. Dat vind ik heftig om te beseffen, dat verdiende ze niet.”

Getrouwd met een verzetsheld

“Na de oorlog is mijn oma getrouwd met Marius van Beek, mijn opa en een verzetsheld. Hij zat in het gewapend verzet, daar is hij later ook voor geridderd. Ze hadden geen goed huwelijk. Misschien is ze wel met hem getrouwd om iets uit haar verleden, waar ze niets aan kon doen, goed te maken. Om haar naam te zuiveren. Dat vind ik verdrietig. Haar leven lang is ze gegijzeld geweest door schaamte. Ze had kunnen doorbreken als kunstenares, haar geld ermee kunnen verdienen, maar ze is gestopt met tekenen. Misschien strafte ze zichzelf.

Haar schaamte heeft ze op een bepaalde manier doorgegeven aan de generaties daarna. Het motto in onze familie was: doe maar normaal, wees maar klein. Opvallen hoefde niet. Misschien was ik daardoor altijd dat stille, ietwat verlegen meisje. Tijdens mijn onderzoek besefte ik dat de schaamte om mijn overgrootvader veel zwaarder weegt dan de trots op mijn opa. Ik had ook over hem een boek kunnen schrijven, over die moedige verzetsheld. Maar het geheim heeft zo veel sporen achtergelaten, ik vond dat het maar eens opengegooid moest worden. Niet de hele familie was het daarmee eens. Mijn boek heet niet voor niets ‘Daar praten wij niet over.'”

Last van mijn schouders

“De gemoederen zijn nu redelijk gekalmeerd, maar ik heb veel overhoopgehaald. Mijn opa en oma hadden geen goed huwelijk. Mijn vader en een paar tantes waren boos over delen van het boek, ik heb gevoelige snaren geraakt. ‘Waarom moet je dit nou weer doen?’ werd me vaak gevraagd. Mijn familie had denk ik liever gehad dat ik een mooi boek had gemaakt over het verzetsverhaal van mijn opa. Ze vinden het niet per se fijn dat dit in de openbaarheid komt, en dat snap ik. Maar hoe langer we dit geheim met ons meedragen, hoe pijnlijker en zwaarder het wordt voor de generaties na ons.

Ik merk zelf al dat er een last van mijn schouders is gevallen sinds het boek af is. Het móést eruit. Er viel ook veel op z’n plek. Mijn vader is een lieve, warme, gevoelige man, maar kan ook grillig zijn. Dat heeft hij van zijn moeder en daar hebben we dankzij mijn onderzoek voor het eerst goed over kunnen praten. Over dat dat best moeilijk was voor mij, die grilligheid. Na dat emotionele gesprek appte hij naar mijn zusje: ‘Ik heb in al die jaren nog nooit zo gepraat met Miloe. Alleen daar is het boek al goed voor.'”

Gevoeligheid

“Ik heb zelf een bepaalde sensitiviteit voor hoe mensen zich voelen en ben vaak bezig geweest met zorgen voor anderen, bijvoorbeeld voor mijn vader. Vooral na de scheiding van mijn ouders. Ik heb ook relaties gehad met mannen die minder stabiel waren, voor wie ik kon zorgen. Gelukkig heb ik nu een stabiele, zorgzame man, maar door dit boek ben ik wel gaan nadenken over de keuzes die ik in het verleden heb gemaakt. Ik denk dat ik zo gevoelig was voor anderen omdat er onderhuids zo veel in onze familie speelde. Ik wilde de boel sussen. Goed houden.

Nu ik mijn oma postuum beter heb leren kennen, botst het minder tussen mijn zoon en mij, ik snap hem veel beter. Zij verzette zich ook tegen alles, vroeg zich veel af, was kritisch, dacht veel na. Mijn zoon, hij zit nu op de middelbare, kan zich uren druk maken om biologiehuiswerk dat hij in een halfuurtje af kan hebben. Vroeger had ik me daar boos om kunnen maken, nu kan ik erom lachen en denk: ik weet van wie je die kritische, eigengereide houding hebt. Hij is nu eenmaal wie hij is. Net zoals mijn grootmoeder was wie ze was.”

Lees ook
Parisa vluchtte uit haar eigen land: ‘Ondanks de taalbarrière ben ik in Nederland met open armen ontvangen’

Koppig

“Mijn boek is een eerbetoon geworden aan de vrouw met wie ik een lastige relatie had. Misschien wel honderden keren heb ik me afgevraagd: wat zou ze van dit boek hebben gevonden? Er waren tantes die tegen me zeiden: ‘Dit had ze niet gewild.’ Maar ik ben koppiger en dwarser dan ik aanvankelijk dacht. Ik was vastberaden dit onderzoek af te ronden. Ik heb me nergens door laten weerhouden.

Mijn oma was ook koppig, die trok ook haar eigen plan. En ze was een gevoelig meisje, anders kon ze niet zo zijn begaan met al dat oorlogsleed. Ze heeft alleen, om haar verleden en schaamte te kunnen dragen, dat ‘gevoelige’ afgesneden. Daardoor is ze een heel hard iemand geworden. Ze is nooit met zichzelf in het reine gekomen, daar kan ik soms wel treurig om worden. Maar ik denk dat ze had kunnen waarderen dat ik mijn eigen pad heb gekozen. Net zoals zij heeft gedaan.”

Dit is een verhaal uit Flair 22-2021. Miloe’s boek ‘Daar praten wij niet over’, is o.a. te koop bij Bruna voor €21,99. 

Tekst: Lisanne van Sadelhoff | Fotografie: Marloes Bosch