Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Marjolein (34) heeft spijt van haar pestgedrag: ‘We treiterden hem met grappen, slaan, schoppen, opwachten’

Marjolein (34) heeft spijt van haar pestgedrag: ‘We treiterden hem met grappen, slaan, schoppen, opwachten’

Marjolein (34) heeft spijt van haar pestgedrag: ‘We treiterden hem met grappen, slaan, schoppen, opwachten’

Nu haar eigen dochter naar school gaat, grijpt de angst Marjolein (34) om het hart. “Niemand hoeft mij te vertellen hoe hard kinderen kunnen zijn, dat weet ik heel goed. Ik was vroeger degene die pestte. En ik geloof in karma.”

Deze nazomer gaat mijn dochter naar groep drie. Met pijn in mijn buik wacht ik op die eerste schooldag. Want de eerste twee jaar in de kleuterklas waren zo lief, zo speels; nu gaat het echt beginnen, in een veel groter gebouw.

Chantal is een vroege leerling, de jongste van de klas. En erg verlegen. Als ik haar straks achterlaat in dat nieuwe lokaal, nog eens omkijk en zal zien hoe ze als een bang muisje op haar stoel zit, zal ik mijn ogen voelen prikken. De kinderen van nu zijn zo assertief en Chantal is dat niet.

Ik hoop met heel mijn hart dat ze kan meekomen, dat ze vriendinnetjes maakt, en dat ze niet wordt gepest. Als ik eraan denk dat andere kinderen mijn meisje pijn doen, voel ik de agressie opvlammen. Ik sta niet voor mezelf in als dat gebeurt.”

Ik pestte anderen

“Hoe hard kinderen kunnen zijn, hoeft niemand mij te vertellen, dat weet ik heel goed. Niet doordat ik vroeger zelf ben gepest. Nee, ik moet bekennen dat ik zélf degene was die pestte. Als kind stond ik er nooit bij stil wat ik mijn slachtoffers aandeed. Pas nu ik volwassen ben, zeker sinds de geboorte van Chantal, besef ik wat ik heb gedaan. De schaamte is enorm. En de angst. Ik geloof in karma. Ik hoop alleen dat mijn dochter niet de dupe wordt van wat ik vroeger heb aangericht.

Ik heb geen slechte jeugd om me achter te verschuilen. Ik kom uit een fijn gezin. Mijn ouders hielden veel van mij en mijn twee broers en lieten dat duidelijk merken. Ik was ook gek op mijn broers, al maakte ik vaak ruzie met ze. Als meisje en jongste trok ik vaak aan het kortste eind. Kwam het misschien daardoor, mijn drang om zo dominant te zijn in de klas? Ik weet het niet.

In tegenstelling tot mijn dochter was ik een late leerling. Toen ik in groep drie kwam, indertijd de eerste klas van de basisschool, kon ik al lezen en schrijven. Dat had mijn vader me geleerd. Opletten hoefde ik dus niet. Liever besteedde ik mijn tijd aan het observeren van andere kinderen. Aan spelletjes bedenken voor in de pauze. Altijd was ik de aanvoerder, iedereen luisterde naar mij. Dat gevoel was nieuw, zo anders dan thuis. Ik vond het leuk dat ik anderen kon sturen, kon laten doen wat ik wilde.”

Spugen en uitschelden

“Ik herinner me niet precies wanneer het pesten begon. Ook niet of ík ermee begon, of een van de andere haantjes de voorste uit de klas. Hoe dan ook deed ik mee. En hoe! Zo was daar Robin. Die keer op keer met een kaalgeschoren hoofd op school verscheen omdat hij luizen had en zijn moeder kennelijk geen zin had om de bestrijding op een andere manier aan te pakken.

Hij had niet alleen een kaal hoofd, maar ook eczeem. We treiterden hem. Met woorden. Met grappen. Met buitensluiten. Slaan, schoppen, opwachten. Wat me bezielde, ik heb geen idee. Zo was ik bijvoorbeeld wel een dierenvriend. Een slak met een beschadigd huisje kon ik zorgzaam mee naar huis nemen, maar Robins tranen deden me niets.

Onderling stookten we elkaar op. Wij, de populaire kinderen. Robin hoorde er gewoon niet bij. En Selma ook niet, een meisje dat een stuk dikker was dan de rest. We spuugden naar haar en scholden haar uit. En Manon, die al borsten had op haar tiende. We knepen erin en noemden haar melkkoe. Zo erg!”

Lees ook
Barbara (26) werd gepest: ‘Op een bepaalde manier ben ik blij dat ik ben gepest, ik weet nu hoe sterk ik ben’

Spijt

Toen ik twaalf was verhuisden we en begon ik op een middelbare school. Daar werd amper gepest. En ik was zó onzeker door mijn vele jeugdpuistjes dat ik allang blij was dat niemand mij daarmee te grazen nam. Vanaf toen was het pesten voorbij. Ik dacht er ook nooit meer aan.

Tot ik trouwde en mijn man en ik over kinderen spraken. Toen doken ze op, die kinderen van vroeger. ’s Nachts, in mijn dromen. Nu was ík degene die flink werd gepest. Meerdere malen werd ik in paniek wakker, wilde ik vluchten, voor spoken die alleen in mijn geest bestonden. Voor het spook dat ik zélf was.

Sindsdien denk ik vaak aan de kinderen die ik pestte. En aan hun moeders, die hun huilende zoon of dochter opvingen. Als die kinderen thuis al iets zeiden. Ik weet dat ze dat uit schaamte vaak niet doen. Ik heb gigantische spijt dat ik hun jeugd verpest heb. Zoals er mogelijk kinderen zijn die dat bij mijn lieve, kleine Chantal doen. Ik zou kapotgaan, maar zal waarschijnlijk machteloos moeten toekijken.”  

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Lydia van der Weide | Beeld: Getty Images