Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Manuela (32) werd mishandeld door haar moeder: ‘Of ze wachtte me op met thee en koekjes, of ik werd meteen geslagen’

Manuela (32) werd mishandeld door haar moeder: ‘Of ze wachtte me op met thee en koekjes, of ik werd meteen geslagen’

Manuela (32) werd mishandeld door haar moeder: ‘Of ze wachtte me op met thee en koekjes, of ik werd meteen geslagen’

Als kind kreeg Manuela (32) bijna dagelijks klappen van haar moeder. En dat niet alleen: ze werd ook geestelijk mishandeld.

Elke dag mishandeld

“De eerste avond op kamers herinner ik me nog heel goed. Die avond belde een vriendin met de vraag of ik mee uitging. Ik zei: ‘Ik bel je zo terug.’ Thuis had ik altijd voor alles toestemming moeten vragen. Het was zo raar dat ik nu zelf dit besluit moest nemen. Ik had zelfs even de neiging om mijn moeder te bellen om toestemming te vragen, maar ik realiseerde me dat dat belachelijk was.

Ik ben enig kind, ​mijn vader ​heb ik nooit gekend en ik woonde alleen met mijn moeder. Waarom mijn vader niet in mijn leven was, heb ik weleens gevraagd. Maar dan kreeg ik altijd te horen dat het me niet aanging. Dat waren haar privézaken, zei ze dan. Ik weet dus niets van hem. Niet zijn naam, of dat ik mijn sproeten misschien wel van hem heb. Ik weet niet eens waarom ik ben geboren. Was het liefde, lust? Of juist iets anders? Misschien is dat wel de reden waarom mijn moeder er niet over wilde praten? Ik sluit niets uit.

Ik heb tien jaar geleden het contact met haar verbroken. En als ik het voor het zeggen heb, zal ik haar nooit meer zien. Ze was de enige ouderfiguur in mijn leven en juist zij heeft me sinds ik me kan herinneren bijna dagelijks lichamelijk en geestelijk mishandeld.”

Dagenlang pijn

“Als kind werd ik geslagen. Met de hand. Maar vanaf het moment dat ik een jaar of acht was, kwamen er voorwerpen bij. Van pollepels en stokken tot kledinghangers. Ik kan me nog een voorval herinneren van toen ik vier of vijf was. Mijn moeder sloeg me. Niet een tik, maar flink rossen. Ze begon boven en werkte mijn hele lichaam af naar beneden, zodat ik bij alles wat ik aanraakte nog dagenlang pijn had. De aanleiding weet ik niet eens meer.

Als ik thuiskwam uit school, konden er twee dingen gebeuren. Of mijn moeder was in een goede bui, dan zat ze te wachten met thee en een koekje. Of ze had een slecht humeur, dan werd ik meteen geslagen. Omdat ik van tevoren nooit wist wat ik zou aantreffen, heb ik al jong geleerd altijd op mijn hoede te zijn. Als ik thuiskwam en mijn moeder was aan het stofzuigen, wist ik dat het foute boel was. Dat waren de momenten dat ze extra boos was op het leven. Want ja, ze moest altijd alles alleen doen.

Soms was ik nog niet eens binnen of ik kreeg al klappen. Dan was mijn kamer niet voldoende opgeruimd, bijvoorbeeld. Ik liep thuis op eieren, want ik hoefde letterlijk maar verkeerd uit mijn ogen te kijken of het was al mis. Ik mocht ‘blij’ zijn als het bij een klap bleef, want vaak genoeg werd er tot bloedens toe op me ingeslagen. Het kwam niet vaak voor, maar heel soms deden we iets gezelligs, zoals samen shoppen. Maar ook dan kon haar stemming ineens omslaan. Echt ontspannen was het nooit.”

Uitgescholden

“Naast lichamelijke mishandeling mishandelde mijn moeder me ook geestelijk. Ik werd uitgescholden voor van alles en nog wat. Ik was achterlijk, dik en lelijk. Mijn moeder zei dagelijks tegen me dat ik niets waard was. Ik was een kind van de duivel en ze zou willen dat ze me nooit had gekregen. ‘Was je maar overleden bij je geboorte,’ zei ze dan. Omdat ik zo ongelukkig was, wenste ik dat de meeste dagen zelf eigenlijk ook.​

Ik heb weleens geprobeerd met haar te praten als ze een goede bui had, maar dan sloeg haar humeur meteen om en kreeg ik te horen dat ik een vervelend, slecht kind was. En dat wie niet horen wilde, maar moest voelen.”

Ik heb nooit aan haar gemerkt dat ze ook maar enige vorm van berouw heeft gevoeld. Ze was ervan overtuigd dat ik het verdiende om zo te worden behandeld en dat zei ze ook recht in mijn gezicht. Mijn grootouders heb ik nooit gekend, maar ik weet wel dat mijn overleden oma mijn moeder ook haatte. Mijn moeder gaf me dus de opvoeding die zij zelf ook heeft gehad.”

Niet normaal

“Eigenlijk heb ik altijd wel geweten dat het niet normaal was wat er bij ons thuis gebeurde. Ik denk omdat ik bijna werd ‘opgevoed’ door de televisie. Als enig kind moest ik mezelf altijd vermaken en keek ik urenlang naar series als Full house en GTST. Zo zag ik voorbeelden van hoe een normaal, leuk gezin functioneert, en in Goede tijden gebeurden ook weleens dingen zoals bij mij thuis. Op die manier kreeg ik een beeld van wat wel en niet normaal was.

Ik kwam soms bij klasgenoten thuis. Die hadden broers en zussen en geïnteresseerde, warme ouders. Daarom sprak ik meestal bij anderen af. Heel soms nam ik iemand mee naar huis, maar dan was ik altijd bloednerveus. Mijn moeder zei vaak nare dingen over mij tegen mijn vriendinnen, die wisten zich natuurlijk geen houding te geven.”

Kapot geslagen en mishandeld

“Mijn moeder had ook weleens vriendinnen, maar door haar explosieve karakter hielden vriendschappen nooit lang stand. Ik weet nog wel dat we visite zouden krijgen en dat ze me kort daarvoor te grazen had genomen. Het bezoek arriveerde en mijn moeder vertelde met een grote glimlach dat er bijna een moord had plaatsgevonden, doelend op wat er even daarvoor was voorgevallen. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat mensen wel wisten dat er iets niet helemaal in de haak was. Toch deed niemand iets.

Zelf praatte ik er ook niet over. Ik was bang dat, als ik dat wel deed, ik uit huis zou worden geplaatst en in een pleeggezin terechtkwam. Ik was veel te bang dat mijn schoolwerk daaronder zou lijden. Want al vanaf dat ik heel jong was, had ik sterk het gevoel dat dat mijn redding zou zijn. Zelfs aan mijn vriendinnen vertelde ik niets, dat contact hield ik oppervlakkig. Ik kan wel zeggen dat ik een enorm goede actrice ben geworden. Omdat mijn moeder op andere gebieden wel goed voor me zorgde – mijn kleren waren altijd schoon en het huis zag er goed uit – had niemand waarschijnlijk echt door hoe erg het was bij ons thuis. Daarom heeft er nooit iemand aan de bel getrokken.

Ik ben geen rebelse tiener geweest, daar kreeg ik de kans niet voor. Tegen de tijd dat ik in de puberteit kwam, was ik – letterlijk – helemaal murw geslagen. Ik was heel onderdanig, al denk ik dat het ook niet echt in mijn persoonlijkheid zit in opstand te komen. Ik probeerde me zo veel mogelijk op de vlakte te houden en mijn best te doen op school, ik was dan ook de eerste van mijn familie die ging studeren. Tijdens de introductiedagen kwam ik bij andere meiden op hun studentenkamers en dacht: dit wil ik ook! Ik zei niets tegen mijn moeder en schreef me stiekem in voor een studentenwoning.”

Op kamers

“Na een paar maanden was het bingo. Toen moest ik wel opbiechten dat ik kon gaan kijken voor een kamer. Wonder boven wonder reageerde mijn moeder redelijk rustig, maar ze wilde wel mee. Toen we er waren, zei ze: ‘Dit moet je niet willen. Dit kan jij helemaal niet. Je kunt niet met geld omgaan en als je het toch doet, hoef je niet meer bij mij aan te kloppen.’ Ik vond het doodeng, maar ik zei: ‘Ik ga het toch doen.’

Toch probeerde mijn moeder nog steeds grip op me te houden. Ze belde vaak. En als ik niet opnam, schold ze mijn voicemail vol. In het begin belde ik haar terug, maar dat werd steeds minder. Ik luisterde haar voicemails ook niet meer af. De lichamelijke mishandeling ging ondertussen door. Als ik bij haar op visite kwam, kreeg ik alsnog klappen. Vaak extra hard, alsof ze iets had in te halen.

Ik dacht altijd: ik ben niet in de goot beland, dus ik ben oké. Mijn studie rechten zag ik als mijn ticket naar een leven vol geluk en aanzien. Weg van de angst en de pijn. Pas in mijn werkende leven merkte ik hoeveel schade mijn jeugd heeft aangericht. Toen ik eindelijk mijn doel had bereikt en als jurist werkte, merkte ik dat ik echt niet met onaardigheid of stemverheffing kon omgaan. Ik kroop dan in mijn schulp en sloeg dicht, waardoor ik nog onzekerder werd. Waarom kon ik toch zo weinig hebben? Pas later realiseerde ik me dat dat door een trauma kwam.”

Opgejaagdheid

“Bij mijn eerste baan had ik een pittige leidinggevende, die dingen van me vroeg die niet in mijn taak-omschrijving stonden. Leuk vond ik het niet, maar toch ging ik steeds harder werken om me te bewijzen. Ik slikte alles zoals ik thuis altijd alles had geslikt, maar het ging steeds slechter met me. Ik was heel angstig en beefde de hele tijd. Het gevoel herkende ik uit mijn jeugd: de voortdurende opgejaagdheid, het gevoel niet mezelf te mogen zijn. Dat alles wat ik dacht niet goed was.

Uiteindelijk heb ik hulp gezocht bij een coach en kwam ik erachter dat ik PTSS-klachten had. Mijn coach had me aanbevolen EMDR-therapie te doen, gericht op traumaverwerking. Pas toen durfde ik mijn toenmalige vriend alles te vertellen wat er in mijn jeugd was gebeurd. Heel mijn leven heb ik kunnen doen alsof het thuis fijn was, alsof ik oké was. Ik kon dealen met mijn omstandigheden door ze weg te stoppen. Tot het moment dat ik er niet meer omheen kon. Ik moest erdoorheen om mijn leven weer op te pakken. Door therapie, mindfulness, yoga, meditatie en coaching kwam ik er uiteindelijk weer bovenop.

Toen ik me iets beter voelde, dacht ik: als ik ieder ander die me zo behandelde uit mijn leven zou bannen, waarom laat ik mijn moeder dan wel toe? Het geeft me alleen maar angst en stress. Vanaf dat moment heb ik haar niet meer gebeld. Totdat ze mij belde en vroeg: ‘Waarom heb ik niets meer van je gehoord?’ Ik zei: ‘Omdat ik niets meer met je te maken wil hebben.’ Toen heb ik de verbinding verbroken.

Ik stond te trillen op mijn benen, maar er viel ook een last van me af. In die tijd kon je mensen nog niet blokkeren op je telefoon. Mijn moeder schold mijn voicemail vol en stuurde ellenlange mails waarin ze me voor van alles en nog wat uitmaakte. In het begin las ik die nog, maar het was steeds een herhaling van zetten. Dus op het laatst stuurde ik ze rechtstreeks naar mijn spambox. En toen ik na acht maanden eindelijk een ander telefoonnummer had, hield het bellen ook op.”

Opluchting

“Dat is nu tien jaar geleden. Er is een tante met wie ik nog weleens contact heb. Het beperkt zich tot een berichtje met kerst. Ik verwacht dat als mijn moeder overlijdt, ik het dan wel te horen krijg. Mijn tante begrijpt waarom ik het contact heb verbroken. Zij heeft ook periodes geen contact gehad met mijn moeder, is ook vaak uitgescholden voor van alles en nog wat.

Of ik nog naar excuses verlang? Nee, niet meer. Ik geloof toch niet dat die oprecht zouden zijn. Mijn moeder heeft nooit gevonden dat ze iets fout deed. Het klinkt heftig, maar haar dood zou een enorme opluchting zijn. Op de achtergrond heerst nog steeds die angst dat ze iets van plan is. Ik kan nu wel zeggen dat ik gelukkig ben. Inmiddels heb ik een geweldige vriend en werk ik als lifecoach. Ik heb ontdekt waar mijn hart ligt: bij mensen helpen die op het punt staan waar ik een paar jaar geleden stond. Ik was zo verloren. Wat ik heb meegemaakt, mag niet voor niets zijn geweest.”

Dit verhaal staat in de Flair Relax Lentespecial. Bestel ‘m hier.
Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Vivienne Groenewoud, Lydia van der Weide, Charlotte van Drimmelen. Om privacyredenen zijn de namen veranderd | Beeld: Getty Images