Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Magda (34) is de jongste burgemeester van Nederland: ‘Ik heb bewust dingen uit mijn privéleven opgeofferd voor mijn carrière’

Magda (34) is de jongste burgemeester van Nederland: ‘Ik heb bewust dingen uit mijn privéleven opgeofferd voor mijn carrière’

Magda (34) is de jongste burgemeester van Nederland: ‘Ik heb bewust dingen uit mijn privéleven opgeofferd voor mijn carrière’

Ze is de jongste burgemeester van Nederland: Magda Jansen is 34 en staat aan het roer van de Utrechtse gemeente Woudenberg. En dat is niet toevallig. “Ik weet dat ik carrièretechnisch snel ga, gezien mijn leeftijd. Maar het gaat precies in het tempo dat ik prettig vind.”

Burgemeester

“Ik heb als kind nooit gedacht: ik word burgemeester. In mijn ogen had die functie dezelfde status als de dominee – dat leerde ik ook een beetje tijdens mijn christelijke opvoeding. Het voelde niet echt als een bereikbaar ambt: mensen met zulke belangrijke functies, nou, die zijn zo ongeveer van een andere bloedgroep. Ik groeide op in Amersfoort, in een gezin met vier jongens: ik was de middelste en had twee jongere broers en twee oudere.

Ik moest mondig zijn, mijn mannetje staan, het was de kunst om net zo hard mee te stoeien, net zo hard mee te praten aan de keukentafel. Ik was een assertief meisje. Toen ik vier werd en drie turven hoog was, ging ik in mijn eentje de hele buurt langs en nodigde ik iedereen uit. ‘Ik ben morgen jarig, kom je ook taart eten?’ Als onze buurman mijn moeder niet was tegengekomen en niet  ‘Tot morgen hè’ had gezegd, had zij niet geweten dat er veel visite zou komen. Het resultaat was prachtig: ik had een enorme berg cadeautjes.”

“In het leven komt je niets aanwaaien”

“Mijn vader werkte als uitgever van medisch-wetenschappelijke tijdschriften, mijn moeder was, voordat de kinderen kwamen, doktersassistente. We leerden dat het belangrijk is om hard te werken voor wat je wilt bereiken. Natuurlijk: wij hadden de gelegenheid om te studeren, maar alsnog moet je het wel zelf doen. In het leven komt niets je aanwaaien, haal eruit wat erin zit – dat soort motto’s kreeg ik aangeleerd, en die leer ik nu ook aan mijn dochters.

Op de middelbare was ik een pittige leerling, ik was iets te mondig voor sommige docenten, had overal een antwoord op, en als ik iets niet begreep, stelde ik kritische vragen. In mijn hele schoolloopbaan heb ik één keer gespijbeld, om mee te kunnen doen aan een sneeuwballengevecht. Het feit dat ik dat nog weet, zegt al genoeg: verder was het hard werken, vooral in de bovenbouw. Ik was vaak een outsider. Misschien een beetje gedwongen, maar ik vond het nooit echt erg. Ik zat bijvoorbeeld in een jeugdorkest, speelde altviool, maar mocht als enige niet op zondag mee met de repetitieweekenden vanwege ons geloof.

Dat zijn dingen waardoor je er nét niet helemaal bij hoort als kind, maar het schaadde me niet; het is juist mijn kracht geworden. Ik heb goed geleerd alleen te kunnen zijn, en er niet helemaal bij te hoeven horen. Dat merk ik ook in mijn werk: het is ongebruikelijk om als jonge vrouw van in de dertig, burgemeester te zijn. Maar die rol, die past me.”

Naar jezelf luisteren

“Na het vwo wilde ik gaan studeren, ik twijfelde tussen geschiedenis en politicologie. Mijn hart ligt bij het openbaar bestuur, daarmee kun je besluiten nemen die belangrijk zijn voor mensen, die levens kunnen veranderen en verbeteren. Dat trekt me. Maar mijn ouders vonden geschiedenis het acceptabelst – wat moest ik nou met politicologie, zeiden ze – dus daar ging ik voor. Die studie bleek toch niet voor mij weggelegd te zijn.

Ik leerde toen dat ik het beste naar mezelf kon luisteren, dus werd het toch politicologie. Wat ze overigens prima vonden. Ik studeerde hard, heb volgens mij nog nooit in mijn leven een discotheek vanbinnen gezien, ik woonde ook niet in van die typische studentenhuizen, ik was gewoon heel druk met mijn studie. Dat vind ik niet jammer, want dat harde werken, kennis opdoen, ervaring willen krijgen, dat paste veel beter bij mij.”

Liefde bij een kamerorkest

“En ik was trouwens ook bezig met de liefde: mijn man leerde ik kennen bij een kamerorkest waar ik altviool speelde. Hij is musicus, speelt orgel en klavecimbel, en was vierendertig toen ik hem ontmoette. Ik was achttien. Mijn ouders moesten daar in het begin wel aan wennen. Het was, ja, denk ik, wel echt liefde op het eerste gezicht.

Ik weet alles nog uit die tijd. Hij is beroepsmusicus, ik kon hem daardoor makkelijk googelen, en toen heb ik hem gemaild: ‘Dank je wel voor je concert.’ Ik dacht: ik moet hem laten zien dat hij me iets doet, maar ik ga ook niet bij hem op de deurmat liggen wachten totdat ik iets van hem hoor. Zo ben ik niet. Hij zat toen in een andere levensfase. Ik maakte me druk om tentamens en hij werkte fulltime als musicus. Dat was wennen, maar ook een kwestie van veel blijven praten en elkaar op die manier deelgenoot maken van je leven.

Na mijn studie gingen we samenwonen, we trouwden, inmiddels hebben we twee kinderen, de oudste dochter is acht, de jongste zes. Mijn man heeft altijd achter me gestaan. Ook toen er sprake van was om naar Roosendaal te verhuizen voor mijn baan als raadsgriffier. We woonden in Soest toen die baan in Roosendaal voorbijkwam. Ik weet dat ik carrièretechnisch snel ga, gezien mijn leeftijd. Maar ik bereid me goed voor op dingen en het gaat precies in het tempo dat ik prettig vind.”

Lees ook
Anne (40) leed vijftien jaar aan boulimia: ‘Mijn vriendje beoordeelde mijn borsten met een 9, mijn billen met een 6’

Privéleven opgeofferd

“Ik heb er bewust ook dingen uit mijn privéleven voor opgeofferd: feestjes, verjaardagen, etentjes. De weg naar het burgemeesterschap was er eentje waarin ik veel heb gewerkt, heel veel. Maar het is ook een kwestie van geluk hebben met de timing. Er kwam in mijn geval op het juiste moment een vacature voorbij, in Woudenberg, dus. Zo’n burgemeestersfunctie moet voelen als een lot uit de loterij.

Je staat bij dit werk heel dicht op de samenleving. Je weet wat er speelt, ziet waar je het voor doet, en voor wie. Als je ergens burgemeester wordt, moet je er ook met je héle hebben en houden heen. Dus ook je man. Je gezin. De kans dat dat op het juiste moment in je leven komt, is niet zo heel groot. Maar ik had dat geluk wel. Mijn man en ik hadden toch al verhuisplannen, richting Roosendaal, omdat ik moe werd van het heen en weer pendelen.”

Het hele verhaal van Magda lees je in Flair 03-2022, de editie die van 30 maart t/m 5 april in de schappen ligt. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier

Tekst: Lisanne van Sadelhoff | Fotografie: Charise Rozenbeek