Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Kirsten werd samen met haar vriend gedrogeerd: ‘Het kwartje viel: er was iemand anders in onze slaapkamer’

Kirsten werd samen met haar vriend gedrogeerd: ‘Het kwartje viel: er was iemand anders in onze slaapkamer’

Kirsten werd samen met haar vriend gedrogeerd: ‘Het kwartje viel: er was iemand anders in onze slaapkamer’

Een feestelijke avond verandert in een nachtmerrie als Kirsten (30) samen met haar vriend Pieter wordt gedrogeerd. Ze wordt verkracht in haar bed terwijl haar partner buiten bewustzijn naast haar ligt. “Hoe kun je je nog veilig voelen als zoiets heeft plaatsvonden in je eigen slaapkamer?”

“De klok was het eerste wat ik zag toen ik mijn ogen opende. Ik lag op mijn zij en voelde aan mijn lijf dat iemand hardhandig seks met mij had. Ik kon mijn lichaam niet bewegen, ik kon niet denken, ik kon alleen verstijfd staren naar de wijzers van de klok. Voor mijn gevoel duurde het een paar seconden. Ik viel weer in slaap.

Een half uur later, ik keek weer naar de klok, kwam ik opnieuw half bij bewustzijn. Ik schrok omdat ik geen adem kon halen. Ik keek versuft naast mij en zag dat Pieter lag te slapen. Het kwartje viel: er was iemand anders in onze slaapkamer. Ik realiseerde mij dat ik gewurgd werd en voelde mijn lichaam tintelen door het zuurstoftekort. Ik weet niet hoe, maar er kwam een soort oerkracht naar boven en heb met alles wat ik in mij had het vreemde lichaam van mij afgeduwd. Direct daarna ben ik mijn bewustzijn weer verloren.”

Geen nachtmerrie

“’s Ochtends werd ik wakker met wat voor mijn gevoel een flinke kater was. Ik voelde me lichamelijk en mentaal moe, was misselijk en had een soort naar onderbuikgevoel. Dat laatste was gek, want ik had enorm uitgekeken naar deze dag waarop ik trouwjurken ging passen met een groep vriendinnen.

Ik probeerde het nare gevoel onder de douche van mij af te schudden, gaf Pieter die nog aan het slapen was een kus op zijn voorhoofd en stapte in de trein. Terwijl ik de stad achter mij liet en ik de omgeving vanuit het treinraam zag veranderen, kwamen er flashbacks terug van de nacht ervoor. Losse fragmenten speelden zich als een soort video af in mijn hoofd. Fragmenten die zo heftig waren, zo onwerkelijk, dat het bijna niet echt kon zijn. Het maakte me kotsmisselijk. Maar hoe vaag en onwerkelijk het ook was, heel diep vanbinnen voelde ik dat het geen nachtmerrie maar de waarheid was.

Ik wilde die walgelijke realiteit niet toelaten, dus ik besloot mij af te sluiten voor de beelden en het er met niemand over te hebben. Ook niet met Pieter. Ik maakte mezelf wijs dat als ik het niet zou vertellen, het niet was gebeurd. Ik deed mijn uiterste best om te zorgen dat niemand wat door had. Het werkte.

Mijn vriendinnen hadden geen idee wat er in mijn hoofd omging. Ik zette mijn glimlach op, paste braaf een reeks trouwjurken en zei dat het ‘niet mijn dag was’ toen er werd gevraagd waarom ik van geen enkele jurk enthousiast werd. Met een knoop in mijn maag nam ik vrolijk afscheid van de groep en stapte ik weer in de trein terug naar Amsterdam. Er volgden meer flashbacks. Nieuwe beelden. Nieuwe herinneringen. Wat ik ook probeerde, dit keer kon ik ze niet wegdrukken. In de metro naar huis, barstte ik in huilen uit. Ik realiseerde dat ik Pieter moest vertellen wat er was gebeurd. Dat door mijn mond te houden dat wat mij die nacht was aangedaan niet zou verdwijnen.”

Verlovingsfeestje

“De avond, begin maart dit jaar, begon compleet zorgeloos. Ik zat alleen aan een tafeltje in ons favoriete restaurant in Amsterdam te wachten op mijn vriend en twee vrienden. Een unicum, want ik ben áltijd te laat. Ik bestelde alvast een fles droge witte wijn, en schonk mezelf een glaasje in. Ik genoot van het avondzonnetje dat door de ramen op mijn gezicht scheen. Ik zat lekker in mijn vel: ik had een leuke baan in de juridische wereld, lieve vrienden, Pieter en ik zouden aan het einde van het jaar emigreren voor zijn nieuwe baan en als kers op de taart had hij mij ten huwelijk gevraagd.

Oké, het was geen verrassing, we moesten namelijk trouwen voor ons visum, maar dat maakte mijn blijdschap niet minder groot. We waren al bijna zeven jaar samen, maar nog steeds net zo verliefd als die eerste ontmoeting op het Leidseplein. Pieter en ik spraken af de bruiloft niet af te raffelen vanwege de korte termijn waarop het allemaal moest plaatsvinden. We wilden flink uitpakken, in een wijngaard van vrienden.

Om onze verloving en plannen te vieren, gingen we die avond uit eten met een bevriend stel. ‘Zullen we eerst op het terras een cocktail doen, wachten we daar op de mannen,’ zei mijn vriendin die na zo’n tien minuten in net zo’n goede stemming als ik het restaurant binnen kwam wandelen. ‘Het is echt superlekker weer.’ Ik vond het een goed plan en liet de fles wijn op tafel staan. Toen de zon na zo’n drie kwartier achter de wolken verdween, namen we met z’n viertjes binnen plaats. Ik verdeelde de overgebleven wijn over de glazen van mij en Pieter aangezien onze vrienden zin hadden in een ander wijntje.

Het was een gezellige avond, zoals altijd. We praatten honderduit, proostten op ons geluk en ik at in tegenstelling tot de rest dit keer een salade want ik zou de volgende dag trouwjurken gaan passen. Hoe de avond in het restaurant is geëindigd, weet ik niet. Vanaf een uurtje of negen zijn de herinneringen van mij en Pieter één grote waas. We hebben blijkbaar na het eten nog op het terras nageborreld. Er is zelfs een foto van. We staren met z’n vieren breed glimlachend in de camera. Het is heel onwerkelijk om naar een foto van jezelf te kijken in een situatie waar je nul herinneringen aan hebt.

Ik zie ook niks vreemds of afwijkends aan mezelf of Pieter. Zo gek. Onze vrienden zeiden later dat ze wel vonden dat Pieter zich wat raar gedroeg, maar we hadden inmiddels wat wijntjes op dus ze dachten dat hij dronken was. Logisch. Onze vrienden zijn uiteindelijk naar huis gegaan, maar wij wilden, blijkt uit hun verhaal, nog samen naar de kroeg. Ik weet er niks meer van.”

Vreemde gast

“Mijn herinnering aan het laatste deel van die avond bestaat uit een paar losse fragmenten. Fragmenten die eigenlijk alleen maar vragen oproepen. Van ons bezoekje aan de kroeg weet ik niets meer, maar ik weet bijvoorbeeld wel dat ik per se op de fiets naar huis wilde. Pieter wilde blijkbaar niet fietsen en stapte in de auto bij een vreemde gast die hem naar huis zou brengen. Normaal zou ik dat natuurlijk heel raar vinden, maar ik heb geen idee hoe ik hier nu op reageerde. Óf hoe Pieter überhaupt in contact is gekomen met die man.

Wat ik wel weet is dat een paar meiden bij de fietsenstalling mij aanspraken en zeiden dat ik ‘echt niet alleen naar huis kon fietsen’. Ik kon niet eens normaal op mijn benen staan. Ze fietsten met mij mee naar huis, een ritje van een paar minuten, en zetten mij voor mijn deur af. Eenmaal binnen, zat de vreemde gast die Pieter naar huis had gebracht bij ons op de bank. Hij had ballonnetjes en een tank lachgas bij zich. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was vulde hij een ballonnetje, nam een flinke teug en vroeg of wij er ook één wilden.

Ik kan mij herinneren dat ik de situatie heel gek vond. Pieter en ik zijn anti-lachgas. Wie was deze man? En waarom zat hij bij ons thuis op de bank? Ik was niet alert genoeg er daadwerkelijk op te reageren. Ik was doodop en wilde naar bed. ‘Ik ben te dronken om naar huis te rijden, mag ik blijven slapen’, vroeg de man op een gegeven moment. Ik herinner me dat ik die vraag heel vreemd vond, want hij was immers zelf naar ons toegereden. Ik fluisterde tegen Pieter in de keuken dat ik echt niet wilde dat hij bleef slapen. Maar de man bleef herhalen dat hij niet meer kon rijden. Ik vond het irritant, maar we besloten hem toch een plekje op de bank aan te bieden.

Pieter pakte een deken, terwijl ik alvast naar onze slaapkamer afdroop. Al deze herinneringen, deze korte fragmenten, zijn slechts vage wazen. Ik kan mij de man of onze gesprekken niet voor de geest halen, ik heb geen idee of we daar lang met hem hebben gezeten of dat het een kwestie van minuten was. Ik weet alleen dat ik heel erg moe was en mijn lichaam zwaar voelde. Ik wilde niks liever dan naar bed. De plek waar de vreemde man later toesloeg.”

Actiemodus

“Ik weet niet meer wat ik heb gezegd toen Pieter de volgende dag nietsvermoedend in de keuken eten stond klaar te maken en ik hem moest vertellen dat ik de nacht ervoor was verkracht in ons eigen bed. Ik kan wel herinneren hoe ik mij voelde en hoe Pieter reageerde, maar ik ben er nog niet klaar voor daarover te praten. De emoties zijn te overheersend.

Ik weet niet meer wie op het idee kwam om de beelden van onze videodeurbel te bekijken, maar zo vonden we het harde bewijs dat mijn flashbacks echt waren. We zagen een voor ons onbekende man met Pieter naar binnenlopen en we zagen hem midden in de nacht in zijn eentje ons huis weer verlaten. De rillingen liepen over ons lijf. Het was echt. Ik schoot vrijwel direct in een actiemodus.

Door mijn werk in de juridische wereld, weet ik hoe belangrijk het is zo veel mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen. Ik begon glazen in plastic zakjes te stoppen en haalde mijn ondergoed uit de wasmand. We zijn daarna direct naar het politiebureau gegaan. Pieter en ik werden uit elkaar gehaald en apart gehoord, dat is standaard bij zedenzaken.

Pieter heeft nul herinneringen en kon dus helemaal niks vertellen aan de agenten, maar ik moest al mijn herinneringen die ik die dag zo hard had proberen weg te duwen, zo gedetailleerd mogelijk beschrijven op camera. Ook onderging ik een uitgebreid lichamelijk onderzoek zodat ze sporen en hopelijk DNA van de dader konden afnemen. Emotioneel was ik niet. Eerder verdoofd. Gesloopt. Ik wilde gewoon heel graag alle stappen zetten die nodig waren om deze zaak in gang te zetten. Ik wilde er klaar mee zijn.

Aangifte doen, mocht ik niet direct. Er is een wettelijke bedenktijd gezien het hoge aantal valse aangiftes in zedenzaken. Er werd mij uitgelegd dat ik goed moest nadenken wat voor schade ik iemand kon toebrengen als mijn verhaal nep was. Dat ik strafbaar zou zijn bij een valse aangifte. Het voelde alsof ik in twijfel werd getrokken.

Ik probeerde nog duidelijk te maken dat het niet ging om een familielid waar ik ruzie mee had, maar dat het een onbekende man betrof. Er was geen ander motief voor mij om aangifte te doen, dan de waarheid. Het maakte voor de agenten geen verschil. Voor boosheid had ik op dat moment geen ruimte, maar achteraf vind ik het onvoorstelbaar dat ik als slachtoffer niet direct serieus ben genomen. Wel kregen we direct een strafadvocaat en slachtofferhulp aangeboden. Het laatste sloeg ik af. Ik was puur praktisch ingesteld. Praten met iemand van slachtofferhulp zou niks bijdragen aan het pakken van de dader. Ik zag het nut er niet van in.

Na de onderzoeken op het politiebureau moesten ik zo snel mogelijk door naar het ziekenhuis voor injecties tegen hepatitis en een kuur met hiv-medicijnen om het risico op aids zo veel mogelijk te verkleinen. Ik kan het zelf ook niet helemaal verklaren, maar ik was niet in paniek of in tranen. Ik was compleet afgesloten. Ik kon alleen maar denken aan hoe graag ik wilde dat deze dag voorbij was.”

Aangifte

“De maanden na deze verschrikkelijke dag, heb ik als een soort roes beleefd. Het voelt alsof ik word geleefd. Aan de ene kant zat ik vol in de drukte van het plannen van onze droombruiloft, die inmiddels heeft plaatsgevonden, en aan de andere kant werden mijn dagen gedomineerd door wat mij is aangedaan.

Door soa-testen en spanning voor de uitslagen, bijwerkingen van de zware medicijnen die ik moet slikken tegen hiv en door mijn continue interne verzet tegen de beelden die op mijn netvlies gebrand staan. Ik ben normaal heel energiek, maar heb mij de afgelopen maanden eigenlijk elke dag moe gevoeld. En slapen is heel moeilijk, aangezien mijn eigen bed de plek is waar dit alles heeft plaatsgevonden. Hoe kun je je veilig voelen als dit plaatsvindt in je eigen slaapkamer?

Ik heb lange tijd zware slaapmedicatie moeten slikken om de nachten aan te durven. Overdag slikte ik kalmeringstabletten, omdat ik al werd overspoeld door angst als ik onderweg naar de supermarkt toevallig langs een groepje mannen liep. Wat de angst precies is, kan ik niet onder woorden brengen. Ik ben gek genoeg niet bang de dader tegen te komen. De angst die ik voel is irrationeel, maar zit wel heel diep. Zo diep, dat ik de eerste weken na die verschrikkelijke nacht fysiek ziek ben geweest. Alsof de angst in mijn lichaam, mijn weerstand afbrak.

Stapje voor stapje wordt de angst minder. Het beheerst mijn leven op dit moment niet. Slapen gaat ook steeds beter. Wat de verkrachting wel voor sporen heeft achtergelaten, wat voor impact het heeft op mij als mens, wat voor emoties het losmaakt; daar kan ik nog geen antwoord op geven. Ik vind het op dit moment te pijnlijk om woorden te geven aan wat ik vanbinnen voel. Ik kan wel zeggen dat ik heel verdrietig ben over wat er is gebeurd. Dat het een verschrikkelijk gevoel is om verkracht te zijn en dat elke dag met je mee te moeten dragen. Voor het mentale proces heb ik nog geen ruimte gehad. Voor nu ben ik vooral gericht op het gevecht om gerechtigheid. Ik hoop dat de dader snel wordt gepakt. Ik hoop dat als ik weet dat hij dit niet bij een andere vrouw kan doen, er ook deels een eind komt aan mijn pijn. Het voelt als de enige oplossing voor wat ik nu voel.”

Gerechtigheid

“Van de aangifte hebben we tot twee weken geleden, niks meer gehoord. Pas toen heeft de politie laten weten dat ze afdrukken hebben gevonden op de door ons ingeleverde glazen, die ze nu gaan vergelijken met onze eigen afdrukken. De sporen in mijn ondergoed gaan ze pas onderzoeken als er daadwerkelijk een verdachte is. En die is er, ondanks de videobeelden van onze deurbel, niet.

Ik vind dat het te lang duurt, maar we hebben begrepen dat het heel druk is bij de zedenpolitie. Er is een stijging aan aangiftes van oude zaken, mogelijk door de recente aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, en de politie gaf aan ook een stijging te zien in zedenzaken na het eindigen van de lockdown. Verkrachters kunnen hun slag blijkbaar weer makkelijker slaan.

De theorie van de politie over wat er met ons is gebeurd, is dat de dader onze wijn in het restaurant heeft vergiftigd. Ik vermoed dat hij Pieter later die avond nog extra heeft gedrogeerd. Misschien in de auto of bij ons thuis, aangezien hij volledig buiten bewustzijn was. Ik maak mij heel erg zorgen over het feit dat de dader hier tot op dit moment mee wegkomt. Dat hij op vrije voeten is en dit mogelijk ook iemand anders aandoet.

Volgens de politie moet je professioneel te werk gaan als je twee mensen wilt drogeren. Het kan dus niet de eerste keer zijn dat hij dit doet, en mijn grote angst is dat het ook niet de laatste is. Gerechtigheid is voor mij dat de dader hulp krijgt. Ik voel geen boosheid, maar vind het oprecht zielig voor hem. Er moet iets mis zijn in zijn hoofd, hij moet een moeilijke jeugd of te weinig liefde hebben gehad, dat kan niet anders. Ik wil dat hij opgepakt en behandeld wordt zodat hij dit nooit meer bij een ander doet. Voor mij komt zijn behandeling helaas te laat, maar ik hoop dat het vertellen van mijn verhaal bijdraagt aan mijn verwerkingsproces. Dat als de woorden op papier staan, ze niet alleen meer in mijn hoofd leven. Maar boven alles hoop ik dat mijn verhaal kan fungeren als waarschuwing voor anderen.

Gedrogeerd worden gebeurt niet alleen in kroegen bij onoplettende tienermeisjes die te veel hebben gedronken, je kan ook gedrogeerd worden als dertigjarige vrouw die samen met haar partner en vrienden in een restaurant eet. Het maakt niet uit hoe oud je bent of waar je bent, dit kan overal gebeuren en iedereen overkomen. Het is geen leuke boodschap, maar wel de waarheid. Ik vind het belangrijk dat mensen zich daar bewust van zijn. Niet omdat ik iemand angst wil aanpraten, maar omdat ik hoop dat het bijdraagt aan een stukje alertheid. Voor jezelf, maar ook als je bijvoorbeeld een gekke situatie ziet bij anderen. Als iemand in het restaurant had gezien dat een man iets in onze fles schonk, was deze nachtmerrie ons mogelijk bespaard gebleven.”

Samen sterk

“Pieter en ik zijn inmiddels getrouwd. Hoewel de voorpret voor onze bruiloft ons is afgenomen, is het op onze bruiloft zelf gelukt met volle teugen te genieten. Samen voelen we ons sterk. We weigeren dat ons leven, onze toekomst, wordt gedomineerd door het verschrikkelijks wat ons is aangedaan. We hebben nog steeds een fijn leven, gaan nog steeds uit eten met vrienden en lekker op huwelijksreis. Ons leven gaat door. Ondanks het verdriet. Ik laat mij niet door deze daad definiëren. Om die reden vertel ik mijn verhaal anoniem. Niet vanuit schaamte, want ik vind dat je je als slachtoffer nooit hoeft te schamen. Ik neem mezelf, of Pieter, niks kwalijk. De dader moet zich kapot schamen, niet wij. Ik hoop dat ik met mijn verhaal een stukje kan bijdragen aan de oplossing. Al zou er maar één iemand aan de hand van mijn verhaal beter opletten, dan ben ik al blij. Laat mijn verhaal alsjeblieft niet jouw verhaal worden.”

*Kirsten en Pieter zijn gefingeerde namen. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Beeld: Getty