Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Judith (27) is een beroemde streetart kunstenaar: ‘Er werd alleen maar benadrukt hoe tekenen mijn leven zou verpesten’

Judith (27) is een beroemde streetart kunstenaar: ‘Er werd alleen maar benadrukt hoe tekenen mijn leven zou verpesten’

Judith (27) is een beroemde streetart kunstenaar: ‘Er werd alleen maar benadrukt hoe tekenen mijn leven zou verpesten’

Vijftien was Judith de Leeuw (27) toen ze haar eerste muurschildering maakte. Nu wordt ze beschouwd als een van de beste streetart artists ter wereld. Haar metershoge werken maken grote indruk, ook vanwege de maatschappelijke thema’s. “Nu ik de mogelijkheid heb, wil ik me inzetten voor anderen en iets betekenen voor de wereld.”

Tekeningen

“Vanaf het moment dat ik kon lopen, verzamelde ik alle potloden die ik kon vinden. Ik wilde alleen maar tekenen. Mijn vader hield ook erg van tekenen en mijn moeder houdt van boetseren, dus daar zal het wel vandaan komen. Maar ik ben echt extreem. Op de basisschool was duidelijk dat ik een stuk beter kon tekenen dan andere kinderen en dat ik voorliep wat grafisch inzicht betreft.

Als mijn klasgenootjes in groep twee of drie bijvoorbeeld een landschap moesten tekenen, werd dat altijd plat. Ik tekende diepte. Ik kreeg veel complimenten over mijn tekeningen, maar op de middelbare school was dat anders. Je bent dan kind af, wordt meer als volwassene behandeld en van de ene op de andere dag was het ‘Wat kun jij leuk tekenen’ verdwenen en werd alleen nog maar benadrukt hoe tekenen mijn leven zou verpesten.

Ik zat inderdaad vaak tijdens de les te tekenen, omdat ik dan beter kon opletten. Ik heb ADHD en door te tekenen kon ik me beter focussen tijdens het luisteren, omdat ik op die manier de veelheid aan prikkels die bij me binnenkwam kon reguleren. Ook haalde ik goede cijfers, maar vooral mijn leraar biologie gaf me steeds een onvoldoende, alleen al als ik een tekening in de kantlijn van mijn proefwerk had gemaakt.”

Tekenlerares had een hekel aan me

“Zelfs de tekenlerares had een hekel aan me. Ik was heel erg koppig en wilde niet luisteren. Wanneer zij wilde dat ik iets in rood zou tekenen weigerde ik, omdat ik alleen in zwart-wit wilde tekenen. Ik kon best een voldoende halen, maar wilde me niet conformeren aan de les.

Ik had allang een plaatje in mijn hoofd van hoe mijn toekomst eruit zou zien: ik wilde kunstenaar worden. Maar mijn omgeving stimuleerde me totaal niet. Mijn ouders waren niet per se anti, maar ze zeiden wel dingen als: ‘Hoe realistisch is het dat jij daar een inkomen uit gaat halen?’ Ze zagen liever dat ik iets koos wat me een zekerder bestaan zou kunnen bieden.

Achteraf bezien snap ik dat wel, maar toen nog niet. Mijn grootste schrikbeeld was dat ik later acht uur per dag op een kantoor zou moeten zitten in een saaie, verstikkende baan. Ik zou nog liever zwerver worden. Ik wilde naar de kunstacademie, maar omdat ik tegen zo veel weerstand aanliep dacht ik: dan niet, maar dan doe ik helemaal niet meer mee.”

Jeugdzorg

“Ik begon steeds meer te spijbelen, totdat ik bijna altijd afwezig was. Via een vriendin kwam ik in contact met een groep jongeren die het allemaal extreem slecht deden en problemen hadden. Mijn ouders vonden het lastig om me zo te zien afglijden. Er speelde een hoop bij ons thuis, meer dan ik nu kwijt wil, maar het was op een gegeven moment zo erg dat ik in het jeugdzorgcircuit belandde.

In een gesloten inrichting, waar ze kinderen opsluiten die een gevaar zijn voor zichzelf of voor anderen. Je kunt dan denken aan slachtoffers van loverboys, of kinderen die suïcidaal zijn. Ikzelf zat er niet voor zware criminaliteit, maar omdat er geen andere geschikte locatie vrij was waar ik kon worden geholpen.

Ik was weggelopen bij een eerdere locatie en de kinderrechter zei toen: ‘Dit meisje is dakloos en hangt ergens rond’, dus plaatste hij me in een gesloten inrichting. Daar heb ik een jaar gezeten, echt in een soort cel. Ik mocht geen spullen hebben, want ze waren bang dat ik mezelf zou beschadigen. Een pen en papier heb ik moeten verdienen door te laten zien dat ik mezelf niet beschadigde.

Drie keer per dag mocht ik even naar buiten om te eten, dat was het enige moment waarop ik contact had met leeftijdsgenoten. Een van de officiële regels in de instelling was dat de kinderen activiteiten moesten hebben, maar in de praktijk waren die er niet. Ik weet niet waarom.”

Lees ook
Anna van den Breemer (37): ‘Ik wil me niet verstoppen en ik wil me niet gevangen voelen’

Misstanden in de jeugdzorg

“Van dat jaar heb ik  alleen de laatste drie maanden iets van activiteiten kunnen doen. Twee jaar geleden heb ik mijn dossier opgevraagd, maar het meeste was kwijt. Alleen de dagverslagen waren er nog, waarin van dag tot dag werd beschreven wat er zoal was voorgevallen. Er gebeurden regelmatig heftige dingen tussen jongeren, vechtpartijen, soms zelfs met wapens, maar die stonden er niet eens in. Alleen alles wat in het gewenste ‘Teletubbie’-plaatje paste, was genoteerd. Bizar natuurlijk.

Toch heb ik het losgelaten, de enige reden dat ik er nog over praat is omdat niemand die zelf in de jeugdzorg heeft gezeten er vrijelijk over praat. Er is op dat gebied veel schaamte. Maar stel dat er niemand is die zegt hoe het voelt om kanker te hebben? Dan komt er ook geen awareness voor.

Dat gaat ook op voor de misstanden in de jeugdzorg. De persoon die awareness verschaft, wil ik wel zijn, maar verder heb ik het losgelaten. Hoe dan ook, ik was dus al die tijd echt op mezelf aangewezen en heb me helemaal op het tekenen gestort, dat was mijn enige uitlaatklep. Ik ben toen een stuk beter geworden. Dat viel een van de begeleiders van de instelling ook op, die zei: ‘Je moet hier iets mee gaan doen.’”

Het volledige verhaal van Judith lees je in Flair 25-2022. Deze ligt van 22 t/m 28 juni in de (online) schappen.
Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Vivienne Groenewoud | Fotografie: Charise Rozenbeek