Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Jaimy (40) stal van haar baas: ‘Het begon onschuldig, met een kaarsenstandaard’

Jaimy (40) stal van haar baas: ‘Het begon onschuldig, met een kaarsenstandaard’

Jaimy (40) stal van haar baas: ‘Het begon onschuldig, met een kaarsenstandaard’

Jaimy (40) blijft na haar scheiding berooid achter. Ze begint te stelen van haar baas en verbaast zich erover hoe gemakkelijk dat is. Het gaat lang goed…

Het begon onschuldig

“Het begon onschuldig. Met een kaarsenstandaard die was beschadigd. Die kon niet meer worden verkocht, dus die zouden we afboeken. Normaal gesproken zou ik dat met onze filiaalmanager bespreken. Misschien zou zij dan zeggen:  ‘Neem jij hem maar mee.’ Maar de standaard was nog mooi en mijn collega’s zouden er vast ook interesse in hebben.

Dus dan werd het loten. Ik sloop de kantine in en liep naar mijn tas. Het was een handeling van niets. Toen ik terug was in de winkel, had niemand iets gemerkt. Ik werkte er op dat moment een halfjaar. De winkel was onderdeel van een landelijke keten in interieurspullen. Het was niet bepaald mijn droombaan en ik ging er vaker wel dan niet met tegenzin naartoe.

Maar ik was het jaar ervoor gescheiden en mijn man deed moeilijk over de alimentatie. Elke maand was er ruzie en het was telkens zó puzzelen om financieel uit te komen, dat ik een baan had genomen, de eerste de beste die op mijn pad kwam. Mijn collega’s waren aardig, zeker, maar eigenlijk voelde ik me te goed voor dit werk. Voordat de kinderen kwamen, had ik een eigen bedrijf.

Dat heb ik opgegeven zodat mijn man carrière kon maken. Nu was ik berooid en teleurgesteld achtergebleven. Ik zat zó vol frustratie en woede, dat ik er ’s nachts soms niet van sliep. De gestolen standaard kreeg een mooi plekje, met de beschadigde kant naar de muur. De kamer, waaruit de helft van de spullen door mijn ex was meegenomen, leek iets minder kaal. Na een week dacht ik: het zou mooier zijn als er drie bij elkaar staan. Ik besloot ze de volgende dag te kopen.

Die dag waren er twee collega’s ziek. Het was rustig in de winkel, want het stormde buiten; er waren amper klanten. En toen onze filiaalmanager aan de telefoon zat, was de verleiding te groot. Niemand zag mij met de standaards naar mijn tas lopen. En met wat schuiven viel het in de winkel niet op dat ze misten. ’s Avonds, toen de kinderen sliepen, zette ik ze tevreden bij de eerste kandelaar.”

Meevallertje verdiend

“Schuldig voelde ik me niet. Integendeel, ik ervoer een bepaalde genoegdoening. De laatste jaren had ik zo veel tegenslagen gehad. Ik had weleens een meevallertje verdiend, vond ik. Zo begon het dus, al was ik op dat moment niet bewust iets van plan. Ik dacht er zelfs niet meer aan, totdat een goede vriendin jarig was, in een maand vol financiële tegenslagen.

Ik wilde iets leuks voor haar kopen, omdat zij me altijd zo had gesteund. Dat ze blij zou zijn met een mooie staafmixer wist ik. En in onze winkel stond een aantal prachtexemplaren… Vanaf dat moment nam ik vaker iets mee. Ik was ervan overtuigd dat niemand het doorhad. Uit winkels verdwijnen nu eenmaal dingen. Er wordt veel gestolen, daar wordt bij het vaststellen van de verkoopprijzen zelfs rekening mee gehouden.

En dan zo’n grote keten… Zij maken zo veel winst, dus zo veel kwaad kon dit toch niet? Mijn leven werd er stukken leuker door. Ik verfraaide mijn huis, verraste mijn kinderen met leuke dingen en kon vriendinnen blij maken. En ik stond met meer plezier in de winkel nu ik mijn karige loon eigenhandig wat verhoogde. Natuurlijk kon het niet goed blijven gaan, maar het ging zó makkelijk, dat ik vergat hoe fout ik bezig was.”

Stelen voor de kick

“Tot onze filiaalmanager me bij mijn arm pakte toen ik aan het eind van de dag met mijn tas in mijn hand naar huis wilde gaan. ‘Ik wil je spreken in mijn kantoor,’ zei ze. Ik zette mijn tas weer neer. ‘Neem die maar mee,’ gebood ze. Toen wist ik het. Ik huilde al voordat ik in haar kantoor was. Op haar verzoek haalde ik mijn tas leeg. Er zaten alleen wat prulletjes in, van weinig waarde. Onzin om die te stelen. Behalve als je het voor de kick doet, zoals ik. Van de preek van de filiaalmanager, die onaangedaan bleef onder mijn tranen, kreeg ik weinig mee.

Wel weet ik dat ze me al langer verdacht. Er werd over mij geroddeld door collega’s, ze vonden me stiekem doen. Zij had het niet kunnen geloven. Nu ze het bewijs op tafel had, kon ze niet anders dan me op staande voet ontslaan. ‘Ik zou eigenlijk de politie erbij moeten halen,’ zei ze, en op dat moment kreeg ik het ijskoud. Ik zag mezelf al worden afgevoerd, in totale vernedering.”

Lees ook
Gerdies dochter Lynn (10) overleed na een ‘geslaagde’ operatie: ”Dit kan niet!’ schreeuwde ik terwijl ik haar hand pakte’

Dit doe ik nooit meer

“Ze zou het hierbij laten, zei ze. Maar ze wilde me nooit meer in de winkel zien, ook niet als klant. Huilend ben ik vertrokken, zonder iemand te groeten. De schaamte was groot. Ik voelde me zó klein. Stel dat mijn kinderen er op de een of andere manier van zouden horen. Wat moest ik tegen mijn familie zeggen? Tegen vrienden, mijn ex? Zij weten niet beter dan dat ik zelf ben opgestapt na een onredelijke ruzie.

Tenminste, als ze geen roddels hebben opgevangen. Dat weet ik niet zeker en dat zorgt ervoor dat ik me nog steeds ongemakkelijk voel als een gesprek per toeval over die winkel gaat. Achteraf snap ik niet wat me heeft bezield. Ik had mijn onvrede nooit op deze manier mogen afreageren. Ik heb geluk gehad dat ik niet voor de rechter ben beland.

Die schande had ik echt niet kunnen overzien. Ik werk inmiddels als officemanager bij een bedrijf in een andere plaats. Daar zal ik nog geen balpen meenemen. Zoiets als dit doe ik nooit, maar dan ook nooit meer.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst Lydia van der Weide | Beeld Getty Images