Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Irla’s zusje kwam om bij het schoolbusdrama in het Zwitserse Sierre: ‘Het was geen ongeluk, voor mijn gevoel is ze vermoord’

Irla’s zusje kwam om bij het schoolbusdrama in het Zwitserse Sierre: ‘Het was geen ongeluk, voor mijn gevoel is ze vermoord’

Irla’s zusje kwam om bij het schoolbusdrama in het Zwitserse Sierre: ‘Het was geen ongeluk, voor mijn gevoel is ze vermoord’

Het zusje van Irla (26) was een van de 22 kinderen die tien jaar geleden om het leven kwamen bij het schoolbusdrama in het Zwitserse Sierre, waarbij de buschauffeur in een tunnel op een betonnen muur reed. “Het maakt me woedend: waarom kan ik mijn zusje niet zien opgroeien?”

Schoolreis

“‘Mag ik papa of mama even spreken?’ Ik herinner me de stem van de directrice van de basisschool van mijn zusje alsof het gisteren was. Ze klonk rustig en vriendelijk. Ik ging ervanuit dat ze belde om te vertellen dat Roma eerder zou thuiskomen die dag en riep nietsvermoedend naar boven om mijn ouders wakker te maken. ‘Kleed je maar alvast aan, we moeten Roma denk ik zo ophalen,’ zei ik tegen mijn broertje en zusje. Roma was tien dagen op skivakantie geweest met haar klasgenootjes. Het was de schoolreis waar ik zelf als kind ook acht jaar naar had uitgekeken. Ik kon niet wachten haar weer te knuffelen en haar enthousiaste verhalen te horen.

Ik stond nieuwsgierig naast mijn moeder mee te luisteren en probeerde op te vangen hoe laat Roma thuis zou komen. ‘Ik heb slecht nieuws. De bus heeft een ongelukje gehad. Jullie moeten naar school komen, daar leggen we de rest uit.’ Mijn moeder haalde haar schouders op. Het was vast een klapband. Of in het ergste geval een botsing met een personenauto. Zorgen maakte ze zich in ieder geval niet. En ik dus ook niet.

Mijn moeder kreeg de opdracht de boodschap door te geven aan de volgende ouder op de telefoonboom. Ik zag het gezicht van mijn moeder betrekken nadat ze het nieuwtje vrij nonchalant deelde. Ik voelde een knoop in mijn buik ontstaan door de angst in haar ogen. ‘Wat, wat, wat?’ vroeg ik paniekerig. Mijn moeder hing huilend op en schreeuwde in paniek naar mijn vader dat er doden waren gevallen bij het ongeluk. In hun pyjama raceten ze samen het huis uit. Ik kreeg de opdracht op mijn broertje en zusje te passen.”

Paniek

“Direct toen ik de deur in het slot hoorde vallen, rende ik naar de afstandsbediening om de tv aan te zetten. De beelden die ik toen zag, staan in mijn geheugen gebrand. Een in elkaar gevouwen bus tegen de wand van een tunnel. Bloed dat langs de zijkanten naar beneden loopt. Koffers op straat. Ik verzette me met alles wat ik in me had tegen de gedachte dat dit de bus van Roma was. Het kon niet. Dit kon ons niet overkomen. Maar toen ik de nieuwslezer hoorde zeggen dat het om een schoolbus ging uit het dorp van Roma’s basisschool, kon ik de paniek niet stoppen. Ik viel neer alsof de grond onder mijn voeten werd weggetrokken. Ik voelde de tranen komen en heb wel honderdduizend schietgebedjes opgezegd en hardop gesmeekt dat Roma nog leefde.

Plots realiseerde ik me dat ik me sterk moest houden voor mijn broertje en zusje. Dat ik mijn ouders op de hoogte moest houden van wat ik zag op tv. Door een soort over-levingsmechanisme zette ik de knop om. Ik praatte mezelf continu hoop in. Roma was een slimme meid, een sterke meid, als iemand het kon overleven, was zij het. Ondertussen hoorde ik van mijn ouders dat steeds meer mensen om hen heen werden gebeld dat hun kind gewond, maar levend, naar het ziekenhuis was overgebracht.

De telefoon van mijn ouders bleef stil. De kans werd met het uur kleiner dat Roma nog leefde. In de middag vlogen alle ouders met een militair vliegtuig vanaf Brussel naar Zwitserland om kinderen te identificeren. Ik heb tot het allerlaatste moment hoop gehouden, tot het allerlaatste moment gevoeld dat Roma bij ons was. Vlak voor middernacht belde papa. ‘Roma is er niet meer. Ze is overleden.’”

Grote zus

“Vanaf het eerste moment dat ik mijn zusje in de ogen keek in het ziekenhuis, voelde ik dat ik haar als grote zus moest beschermen. Ondanks dat ik nog maar vier jaar was, herinner ik me heel goed dat ik haar als hummeltje op mijn moeders borst zag liggen en dacht: dit is mijn kleine zusje, ik ga voor haar zorgen. Ik hielp bij het verschonen van haar luiers, moedigde haar aan toen ze leerde fietsen en leerde haar hutten bouwen in de bosrand langs onze boerderij. We waren twee handen op één buik.

Zelfs toen ik ging puberen, veranderde onze band niet. We deelden kleding, fantaseerden over vriendjes waarmee we later in een camper wilden rondreizen en brachten elk vrij moment samen door. Trampoline-springen, tractor rijden, tenten opzetten in de zomer; we hadden een geweldige jeugd in een heel warm gezin met nog een ander broertje en zusje.

Een gezin waarin Roma de spil was. Ze was de grote aanjager van familie-uitjes in het weekend. Als negenjarig meisje zorgde ze er met haar enthousiasme al voor dat iedereen op tijd klaarstond, er een plan voor de dag was, niemand iets vergat én dat de boterhammen waren gesmeerd. Achteraf echt ongekend. Ze was haar leeftijd ver vooruit, zat vol passie en vuur, was behulpzaam, ondernemend en slim. Elke dag las ze de krant en kon zich verliezen in haar boeken vol weetjes over de wereld. Ze was anders dan de rest van ons gezin dat meer gefocust was op het boerenleven. Het maakte mij als zus supertrots. Ik wist zeker dat ze het ver zou schoppen.

Eén groot feest

Ze stond op het punt naar het gymnasium te gaan. Het was haar droom om advocaat te worden, zodat ze mensen kon helpen. Ik stelde altijd voor hoe ze met haar koffertje vol papieren de wereld over zou vliegen. Maar eerst zou ze haar basisschoolperiode afsluiten met het hoogtepunt waar alle kinderen in onze omgeving naar uitkijken: de sneeuwreis. Roma had het er dag en nacht over. Ze kreeg een informatiemap mee naar huis en bladerde er wekelijks in terwijl ze hardop fantaseerde hoe ze met haar vriendinnen door de sneeuw zou glijden. Ik had de schoolreis jaren eerder meegemaakt en praatte enthousiast met haar mee.

Ik vertelde haar over het galafeest waarbij alle kinderen jurken en pakken dragen, de wandeling naar het uitzichtpunt, het geklets op de hotelkamers én drukte haar op het hart goed naar de instructeur te luisteren. ‘Als je naar beneden valt, zien we je niet meer terug,’ grapte ik. Echt zorgen maakte ik me niet. Ik wist dat zodra ze de bus in zou stappen, het één groot feest was. Net als bij mij. De dag voor ze vertrok, zei ze opeens oprecht bezorgd: ‘Jullie moeten mij tien dagen missen, lukt dat wel?’

Ze was nooit langer dan een nachtje weggeweest en we mochten haar tijdens de reis niet bellen om heimwee bij kinderen te voorkomen. ‘Roma, het komt wel goed met ons. Maak je maar geen zorgen,’ zei mijn vader lachend. Het afscheid was ook niet emotioneel. Ik gaf haar een dikke knuffel, wenste haar veel plezier en zwaaide vrolijk tot de bus de bocht omdraaide. Geen seconde ging het door mijn hoofd dat dit de laatste keer was dat ik mijn zusje zou zien.”

Lees ook
Marjoleins zoon was één van de surfers die omkwam in Scheveningen: ‘Terwijl ik een leuke avond had, was Max stervende’

Nachtmerrie

“Het verdriet van mijn ouders toen ze Roma’s lichaam hadden geïdentificeerd, was hartverscheurend. De pijn die ik voelde toen ik voor het eerst hoorde dat mijn zusje er niet meer was, is niet met woorden te beschrijven. Net als het pure verdriet dat ik in de ogen van mijn broertje en zusje zag toen ik hen als grote zus het nieuws moest vertellen. Onze hele wereld stortte in. Ik was zestien jaar en mijn jeugd was in één klap voorbij. Ik dacht: ik moet mezelf bij elkaar rapen, ik ben de oudste thuis, papa en mama zijn weg, ik moet alles op de boerderij regelen. Achteraf kon ik op dat moment nog niet bevatten dat Roma er niet meer was.

Ik verzette me zo tegen die werkelijkheid, dat het me lukte de boel draaiende te houden. Ik nam de telefoon op, lichtte familieleden in, hielp klanten van de boerderij die kwamen om graan te kopen en bracht mijn broertje en zusje naar bed. Zelf deed ik geen oog dicht. Ik ben in Roma’s bed gaan liggen en wikkelde me in de dekens die nog naar haar roken. Ze komt terug, het is een nachtmerrie; ik bleef het in mijn hoofd herhalen.”

Dit is een Real Life uit Flair. Het hele verhaal lees je in Flair 20-2022. Deze ligt van 18 mei t/m 24 mei in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier

Tekst: Jadrike Boels | Fotografie: Marloes Bosch