Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Gina heeft Molukse roots: ‘We spraken thuis over het verleden, maar nooit over het verdriet’

Gina heeft Molukse roots: ‘We spraken thuis over het verleden, maar nooit over het verdriet’

Gina heeft Molukse roots: ‘We spraken thuis over het verleden, maar nooit over het verdriet’

Gina Pesulima (33), samenwonend en moeder van dochter Mex (4), werkt als creative producer en is oprichter van platform NANA studio.

De strijd van de Molukkers

Tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd vochten Molukkers in de KNIL, het Nederlandse koloniale leger, dat werd opgeheven toen Indonesië in 1950 onafhankelijk werd. De KNIL’ers werden in eigen land gezien als verraders. Nederland bood hen en hun gezinnen aan tijdelijk naar Nederland te komen voor hun eigen veiligheid, waarna ze konden terugkeren naar hun beloofde eigen staat: de Republiek der Zuid-Molukken (RMS), die op 25 april 1950 werd uitgeroepen.

Vanwege de verblijfsduur van maximaal zes maanden werden ze buiten de Nederlandse samenleving gehouden en gehuisvest in voormalige kazernes, kloosters en concentratiekampen. De door Nederland beloofde terugkeer en erkenning van de RMS is altijd uitgebleven, tot woede en verdriet van de Molukse gemeenschap, die nog altijd strijdt voor onafhankelijkheid.

Mijn roots

Gina: “Ik heb altijd geweten waar mijn roots liggen en ben er ook altijd trots op geweest. Het liefst had ik als tiener een RMS-vlag op mijn jas of tas gespeld om mijn afkomst en politieke kleur aan iedereen te showen, maar het mocht niet van mijn vader. ‘Een RMS’er ben je in je hart,’ zei hij altijd. En papa kon het weten, hij is al jaren betrokken bij de RMS-strijd zonder het van de daken te schreeuwen.

Hij groeide op in woonoord de Biezen in Barneveld, in een predikantengezin van dertien kinderen. Mijn opa en oma deden wat ze konden, maar hun verdriet heeft een flinke stempel gedrukt op zijn jeugd. Mijn vader vertelde dat hun koffers jarenlang ingepakt in de barak stonden, omdat ze bleven hopen dat de belofte op terugkeer zou worden nagekomen. Ik was te jong voor serieuze gesprekken met mijn grootouders, maar ik weet van mijn vader dat hun pijn onbeschrijflijk was.”

Tussen wal en schip

“Ook zijn verdriet was voor mij voelbaar, ondanks dat hij het er nooit openlijk over had. Ik groeide vanaf mijn twaalfde op in de Molukse wijk in Lunteren. Tijdens wijkfeesten zag ik de ontroering in zijn ogen bij diavoorstellingen met oude foto’s uit het kamp. Dat maakte diepe indruk op me. We spraken thuis over het verleden, maar nooit over het verdriet. Pas toen ik ging puberen, brak het gesprek tussen mijn vader en mij open.

Ik voelde me door mijn Nederlandse roots en lichte huidskleur van mijn moeders kant niet thuis tussen de meiden in de Molukse wijk. Maar ik kon ook mijn draai niet vinden bij mijn Nederlandse klasgenoten, die veel directer waren dan ik gewend was. Heel zacht ben ik opgevoed, bescheiden en conflictvermijdend. Ik viel tussen wal en schip, met als gevolg dat mijn gevoel van eigenwaarde als tiener heel laag was.

Een gevoel waarin mijn vader zich goed kon verplaatsen. Omdat hij zich door Nederland nooit begrepen heeft gevoeld in zijn strijd voor een vrij Molukken. We leerden samen stapje voor stapje over onze gevoelens te praten. Hoe meer hij deelde over zijn verdriet en verleden, hoe groter mijn begrip werd voor de Molukse cultuur en hoe meer ik voelde dat ik mijn dubbele identiteit volledig mocht omarmen.

Inmiddels weet ik wat het Moluks-zijn voor mij betekent. We zijn veel meer dan ons koloniale verleden. Meer dan onze boosheid en verdriet, meer dan treinkapers of agressievelingen in motorbendes. We zijn boven alles een volk van veerkracht en saamhorigheid. We hebben onze eigen weg gevonden in Nederland, maar zijn onze verbinding met elkaar en onze adat (Maleis voor tradities, red.) nooit verloren.”

Lees ook
Anouchka (39) is verslaafd aan bleek: ‘Zo’n 9 keer per dag spuit ik het in het toilet of de wasbakken’

Veerkracht en saamhorigheid

“Mijn gemeenschap is hecht, warm en talentvol. Dat is de Molukse identiteit die ik op mijn dochter wil overbrengen. Ik ga regelmatig met haar naar opa en oma in de Molukse wijk. Daar maken we actief onderdeel uit van de gemeenschap. Zij ziet en leert daar dat Molukkers voor elkaar zorgen.

Of het nou in de Molukse kerk is, waar ze binnenkort wordt gedoopt, of tijdens acties om geld in te zamelen voor ons land. De uitspraak ‘Lain sayang lain’ oftewel: ‘Wij kijken naar elkaar om’, vormt voor mij de kern van het Moluks-zijn. En staat daarom op mijn onderarm getatoeëerd. Ik ben trots op het eerlijke verhaal over mijn dappere voorouders die voor ons op de boot zijn gestapt in de hoop op een beter leven.

Ik voel dat ik het aan hen ben verschuldigd om ervoor te zorgen dat ons volk, in tegenstelling tot in het verleden, wél wordt gehoord en gezien. We verdienen het om gezien te worden. Ik ben mijn voorouders intens dankbaar. Dankzij hun moedige keuze om niet onder het regime van Indonesië te willen leven, zijn wij opgegroeid in een vrij land.

Maar de Molukken blijven ons thuis. Zelfs voor mij voelt dat zo, terwijl ik er nog maar twee keer ben geweest. Ik kan het niet uitleggen, maar de eilanden zitten in mijn hart. Ik kan niet wachten om mijn dochter de groene oerwouden, parelwitte stranden en traditionele dorpen van haar voorouders te laten zien.

Verhuizen naar de Molukken is voor mijn gezin geen optie, ons leven is hier in Nederland. Mijn gedachten zijn wel bij mijn volk op Maluku. Zij worden nog altijd onderdrukt en sociaal-economisch achtergesteld door Indonesië. Of het realistisch is weet ik niet, maar ik hoop met heel mijn hart dat de onafhankelijkheid er ooit komt.”

Naast Gina vertellen ook Jecy en Glenda over hun Molukse roots. Hun verhalen lees je in Flair 17-2022, de editie die van 27 april t/m 3 mei in de schappen ligt. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier

tekst Jadrike Boels | fotografie Yara Brouwer | styling Charise Rozenbeek | visagie Sisley Angenois