Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Ferry overleefde de terroristische aanslag op theater Bataclan in Parijs: ‘De aanslag heeft mij mooie dingen gebracht’

Ferry overleefde de terroristische aanslag op theater Bataclan in Parijs: ‘De aanslag heeft mij mooie dingen gebracht’

Ferry overleefde de terroristische aanslag op theater Bataclan in Parijs: ‘De aanslag heeft mij mooie dingen gebracht’

Op 13 november 2015 was de aanslag op theater Bataclan in Parijs. 90 mensen kwamen door de aanslag om het leven. Na een proces van tien maanden doen Franse rechts woensdag 29 juni 2022 uitspraak in het proces over de aanslagen in Parijs. Ferry Zandvliet is een van de overlevenden van de Bataclan-aanslag. In 2020 deed hij zijn verhaal aan Flair.

Dit interview stond eerder in Flair 47-2020

Ferry Zandvliet overleefde zeven jaar geleden samen met drie vrienden de terroristische aanslag op theater Bataclan in Parijs. Het veranderde zijn kijk op het leven. “Boosheid brengt je nergens, je moet er niet in blijven hangen. Ik had een aanslag nodig om me dit te realiseren.”

Terroristische aanslag

“Het was doodstil in de zaal. Geen gegil, geen gehuil, zelfs geen gefluister. Alleen die knallen. In de verte zag ik drie schimmen staan. Mijn eerste gedachte was dat het beveiligers waren, tot ik hun wapens zag. Kalasjnikovs. Die herkende ik van videogames en films. De mannen schoten op het publiek. Heel kalm en beheerst. Gericht.

Ik zag lichamen op en neer bewegen door de harde inslag van de kogels. Een golf van doodsangst spoelde over de zaal en verlamde ons allemaal. Vluchten was geen optie. We zaten in een afgesloten donkere doos. De paniek in de zaal was extreem voelbaar, maar het was tegelijkertijd doodstil.

Er was geen ruimte voor gedachten in mijn hoofd. Voor de realisatie dat dit weleens mijn einde kon zijn. Het drong niet tot me door waar ik in terecht was gekomen. Het enige wat ik dacht was: je moet hier weg, je moet hier weg. Ik heb geen seconde aan mijn vrienden gedacht. Doodsangst trekt in je lijf en legt alles stil wat je niet nodig hebt om te overleven.

Het voelde alsof mijn brein en lichaam werden overgenomen. Alsof er een soort oerinstinct werd ingeschakeld. Dankzij dat instinct maakte ik mij zo klein mogelijk. Ik ben gaan liggen en heb gedaan alsof ik dood was. Een kwartier heb ik zo aan de rand van de zaal gelegen terwijl kogels over mij heen vlogen.

Om mij heen zag ik hoe mensen over en onder elkaar kropen om dekking te zoeken, hoe mensen geraakt werden, hoe ze stierven. De zwaarte hiervan kwam niet binnen. Ik was compleet emotieloos en gedachteloos. Ik was niet eens bang. Alsof ik er niet echt bij was. Ik ben ook hele stukken kwijt uit mijn herinnering. Achteraf realiseer ik me dat ik compleet in shock was. Het is zelfs nu nog zo bizar, dat ik soms nog steeds niet besef dat ik dit echt heb mee-gemaakt. Sinds die avond in de Bataclan is mijn leven nooit meer hetzelfde geweest.”

Weekendje Parijs

“Ik was echt toe aan een zorgeloos weekend weg met de jongens. Lekker ouwehoeren, muziek luisteren en bier drinken. We zijn al ruim tien jaar bevriend met ons vieren en onze gedeelde liefde voor muziek en droge humor staat garant voor gezelligheid. Ik had voorgesteld naar een concert in Barcelona te gaan, lekker in de zon, maar zij waren groot fan van de band Eagles of Death Metal, die in de Bataclan in Parijs zou spelen, een kleine concertzaal. Ik vond die muziek niet zo boeiend, maar ik legde me er bij neer. 

Zolang ik er maar even uit was, vond ik alles prima. Ik had net een nieuwe baan als fysiotherapeut, werkte tegelijkertijd in de horeca, mijn liefdesleven zat in het slop; kortom, mijn hoofd zat vol. Dat wist iedereen.

Mijn vrienden noemden mij ook vaak ‘ouwe zeikerd’ omdat ik altijd aan het klagen was. Of het nu over de scheiding van mijn ouders ging of over mijn stress op het werk: ik gaf er de hele wereld de schuld van dat mijn leven niet liep zoals ik wilde. Ik kon wel wat positiviteit gebruiken en een weekend met de jongens was het perfecte medicijn.

Het plan was om op de dag van het concert rustig naar Parijs te rijden en de volgende dag terug te keren. Chaotisch als we zijn, vertrokken we te laat uit Nederland, waardoor de heenreis een race tegen de klok werd. En handig als we zijn, hadden we ook nog verschillende hotels geboekt. We hadden nog nét tijd om een goedkope hamburger en wat biertjes weg te tikken en haastten ons daarna naar het theater. In dezelfde straat zagen we een cool rockers-café. We hadden geen tijd meer om daar een kijkje te nemen, dus spraken we af er na het concert aan het bier te gaan. Maar die avond liep natuurlijk anders dan wij ons ooit hadden kunnen voorstellen.”

Aanslag in Parijs

“Toen we binnenkwamen, was het voorprogramma al in volle gang. ‘We gaan hier in ieder geval niet dronken worden,’ zei ik lachend terwijl ik naar de lange rij voor de bar wees. Na lang wachten manoeuvreerden we ons, met een absurd duur biertje in de hand, door de mensenmassa om een goed plekje met zicht op het podium te bemachtigen. De zaal was bomvol. Onderweg raakten we met allerlei mensen aan de praat. Ze kregen door dat we helemaal uit Nederland waren komen rijden voor deze band. Dat vinden fans natuurlijk tof.

Iedereen was supervriendelijk. Ik herinner me dat ik zelfs nog een compliment kreeg over mijn ‘coole lange rockershaar’. Ik ben bij heel wat concerten geweest, maar hier was de sfeer uitzonderlijk goed. Terwijl mijn vrienden naar het midden van de zaal toe gingen om zich bij de dansende menigte voor het podium te voegen, bleef ik aan de rand staan om te genieten van de muziek. De band was verrassend goed.

Uit het niets hoorde ik keiharde knallen boven mijn hoofd. Ik schrok me kapot, draaide me om en zocht al turend in het donker naar de geluidsboxen waarvan ik dacht dat ze waren ontploft. Ik kon niks zien. De band speelde gewoon door. Om me heen dook iedereen naar de grond. Ik hurkte mee. Ik snapte niet wat er gebeurde, ik dacht: misschien is dit wel zo’n moment tijdens een concert waarop iedereen bukt en daarna vrolijk opspringt. Misschien had ik de aankondiging gemist omdat ik geen Frans spreek. Weer klonken er uit het niets harde knallen. Toen wist ik dat het menens was.”

Onbeschrijfelijk onwerkelijk

“Er kwam geen eind aan de schoten. In een haast constant ritme werden er kogels afgevuurd. Het was onbeschrijfelijk onwerkelijk. Ik voelde dat de mensen die naast mij lagen voorzichtig in beweging kwamen, ik twijfelde geen seconde en kopieerde exact wat zij deden. Ik zag dat een paar meter verderop de nooduitgang door iemand was geopend. Kruipend over de vloer heb ik mezelf naar buiten gesleept. Voor ik het wist stond ik in de open lucht in een donkere steeg. Iedereen om me heen rende in paniek weg. Hulpdiensten waren er nog niet.

Ik werd uit mijn verdoving gewekt door de geweerschoten en zette het ook op een rennen. Totdat ik een paar honderd meter verderop op een bar vol mensen stuitte. Veiligheid, dacht ik. Ik stormde naar binnen, maar dat viel niemand op. Iedereen was er compleet verzonken in zijn telefoon. Het contrast tussen de drukke bar en de bizarre horrorfilm waar ik net uit was ontsnapt, deed mij voor het eerst beseffen wat er zojuist was gebeurd.”

Angst

“De angst greep me naar de keel. Mijn vrienden! Ik had geen seconde aan ze gedacht. Waar waren ze? Leefden ze nog? Ik moest ze vinden. Een vrouw die mijn wanhoop zag, sprak me aan in de bar. Ze was verpleegkundige. Ik kan me het gesprek niet goed herinneren, maar ik bleef volgens haar herhalen hoeveel geluk ik had dat ik nog leefde, dat ik heel veel mensen dood had zien gaan, dat ik bang was dat mijn vrienden dood waren en dat ik niet kon geloven dat het echt was.

Ze was heel moederlijk, ontfermde zich over mij en nam me mee naar haar huis. Ze bood me een luisterend oor, een kop thee en een warme douche. Beseffen wat er was gebeurd kon ik nog steeds niet volledig. Mijn lijf stond stijf van de adrenaline. Ik kon niet stoppen met ratelen, moest om de paar minuten plassen en had barstende koppijn.

Godzijdank hoorde ik binnen een uur nadat ik naar buiten was gerend dat al mijn vrienden het hadden overleefd. Ze waren zelf ontsnapt en na een politieverhoor veilig teruggebracht naar hun hotel. Ik barstte in tranen uit, ik was zó opgelucht. Ik liet berichten over het aantal slachtoffers los. Mijn vrienden leefden, dat was voor nu wat telde. Ik kreeg een slaappil van mijn Franse redster in nood en viel in slaap op de bank.”

Rollercoaster aan emoties

Het weerzien met mijn vrienden de volgende dag was niet zo meeslepend als veel mensen zouden denken. ‘Wat zie jij eruit,’ zei een van mijn vrienden toen ik aan kwam lopen. ‘Ja, ik heb nogal een heftig nachtje gehad,’ grapte ik, waarna we elkaar huilend in de armen vielen. We zijn samen in de auto gestapt en terug naar Nederland gereden. Bizar eigenlijk, dat dat ons is gelukt na zo’n avond.

De rit naar huis was een rollercoaster aan emoties. Stap voor stap hebben we ieders ervaring van de avond doorgenomen. We hebben samen gehuild, maar ook veel gelachen en luidkeels met muziek meegezongen. Ja we hadden iets heftigs meegemaakt, maar we hadden het overleefd. Dat was het belangrijkste. Het leven gaat door. We hadden toen geen idee wat voor mentaal proces ons te wachten stond.”

Posttraumatische stressstoornis

“Thuis kwam ik terecht in een wervelstorm van bezorgde familieleden, collega’s, talkshows en interviews. Ik was in één klap een soort bekende Nederlander. Het voelde fijn om mijn verhaal te doen, om gehoord te worden, maar tegelijkertijd liet de aanslag mij daardoor geen seconde los. Ik had nog geen moment stilgestaan bij hoe ik me eigenlijk voelde. Ik was continu op tv, aan het werk, aan het bellen met journalisten, met vrienden aan het hangen; alles om maar niet alleen op de bank te zitten. Daar werd ik heel onrustig van.

Onbewust wist ik dat stilstaan een confrontatie met mijn emoties zou betekenen. Maar gelukkig was mijn agenda sinds de aanslag propvol. Ik schoof overal aan waar ik aan kon schuiven. Ik nam te lang te veel hooi op mijn vork. Mijn leven denderde in sneltreinvaart door, terwijl mijn onverwerkte trauma steeds meer in de weg begon te zitten.

De buitenwereld zag niks aan mij, maar vanbinnen ging ik door de zwartste periode van mijn leven. Ik werd gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis, had extreme slaapproblemen en paniekaanvallen. Ik was overdag zo moe, dat het voelde alsof ik een marathon had gelopen. Bijna voortdurend voelde ik me onrustig, benauwd en zwaar.”

Leven overhoop

“Het maakte me ontzettend boos. Mijn hele leven lag overhoop door die stomme aanslag, mijn relatie was uitgegaan en op het werk zorgden mijn klachten voor allerlei moeilijkheden. Alle ingrediënten om weer in mijn bekende rol van de ‘ouwe zeikerd’ te stappen. Maar ook al had ik alle recht om boos te zijn en me in een slachtofferrol te werpen… door de aanslag realiseerde ik me voor het eerst in mijn leven dat ik een keus had. Ik kon ervoor kiezen boos te blijven óf om dat niet te doen. Voor veel mensen is het leven die avond in de Bataclan opgehouden. Zij hadden geen keus. Zij kunnen de touwtjes niet meer in eigen handen nemen. Ik wel.

Ik heb vreselijk veel geluk dat ik het kan navertellen. Dus ik besloot niet in mijn negatieve patroon terug te vallen. Ik wilde niet langer boos zijn op de wereld. Ik had immers ook van dichtbij gezien dat er zo veel moois is. Mijn bijzondere band met mijn allerliefste vrienden, de lieve vrouw die mij onbaatzuchtig te hulp schoot in Parijs. Het pure kwaad van de aanslag die ik had meegemaakt, was de uitzondering op de regel. Ik weigerde mijn boosheid hierover mijn leven te laten beheersen.”

Gevecht met mijn trauma

“Anderhalf jaar na de aanslag besloot ik het gevecht met mijn trauma aan te gaan. Ik ging een intensief psychologisch traject in, ben gaan luisteren naar mijn lichaam door te rusten en te sporten, en ben uit de ratrace van het werken als fysiotherapeut gestapt. Stukje voor stukje heb ik mijn trauma 
afgebroken. Mijn omgeving merkte dat ik steeds zachter werd. Ze zeiden letterlijk: ‘Je bent zo aardig geworden.’ Die positieve aandacht motiveerde mij. Ik wilde deze kant van mezelf niet meer kwijt.

Hoe sterker ik in mijn schoenen kwam te staan, hoe beter ik aanvoelde wat mij echt blij maakt: het delen van mijn verhaal om anderen te inspireren. Ik zette mijn bedrijf op en inmiddels reis ik als motivational speaker de wereld over om mensen te vertellen over persoonlijk leiderschap. Van scholen tot politieacademies tot de Verenigde Naties en politieke leiders. Ik had nooit durven dromen dat ik op deze manier mijn leven kon indelen. En dat alles door de simpele realisatie dat ik zelf de regie over mijn leven in handen heb. De aanslag bleek een keerpunt in mijn leven.”

Niet langer boos

“In mijn jarenlange verwerkingsproces heb ik mijn gedachten en gevoelens van me af geschreven. Dat werd uiteindelijk zo’n bulk aan informatie, dat ik besloot alles in een boek te bundelen: Souvenirs, beter na Bataclan. Het is echt mijn kindje. Ik hoop mensen aan de hand van mijn verhaal te laten zien dat een tegenslag, of dat nu een aanslag, een ongeluk of een scheiding is, niet de rest van je leven hoeft te definiëren. Ik geef hiervoor in mijn boek concrete tools en tips. Natuurlijk is het balen dat het jou overkomt en je mag ook echt wel boos zijn, maar blijf er alsjeblieft niet in hangen.

Ik weet dat het soms makkelijker voelt om het op de achtergrond te laten sluimeren, maar dat is zo zonde van het leven. Ja het is kut, maar zet je schouders eronder en dan wordt het echt beter. Boosheid brengt je nergens. Ik had een aanslag nodig om me dit te realiseren.

Mensen reageren altijd heel verbaasd als ik zeg dat ik zelfs niet boos ben op de terroristen. Voor mij is het simpel: boosheid brengt mij alleen maar negativiteit en het verandert niks aan de zaak. Dus ik kan het net zo goed niet zijn. Het is niet zo dat ik nu een soort supermens ben dat nooit negatief is, maar ik ben geen boos mannetje meer zoals voor de aanslag. Toen bewoog ik mij vaak ontevreden door het leven. Ik leefde wel, maar niet bewust.”

Lees ook
Ysannes (39) 15-jarige zoon werd vermoord: ‘Ik heb mijn hand op zijn hart gehouden, totdat het het niet meer deed’

Ruimte voor liefde

“Nu grijp ik alles aan om mijn mooiste leven te leiden. Ik geniet echt. Voor het eerst. Door mijn nieuwe mindset ontstond er ook weer ruimte in mijn leven voor liefde. Na de aanslag had ik jaren geen behoefte aan intieme contacten. Ik ben zelfs naar de huisarts gegaan om te laten checken of er iets mis met me was. De dokter zei dat mijn brein zo druk was met het verwerken van het trauma, dat er letterlijk geen plek was voor een relatie. Die had ik namelijk niet nodig om te overleven.

Door het verwerken van mijn trauma kon ik mijn hart weer openen voor liefde. Ik krijg zelfs een dochtertje. Dat had ik op mijn leeftijd echt niet meer verwacht. Fantastisch toch?”

Droomleven

“Met mijn vrienden gaat het ook goed. Vijf jaar is een lange tijd. Niemand staat meer onder behandeling van een psycholoog. Vergeten kunnen we het niet, maar het beheerst ons leven niet meer. Het is gek om te zeggen, maar de aanslag heeft mij mooie dingen gebracht. Toch zal ik nooit zeggen dat ik blij ben dat ik dit heb meegemaakt. Er zijn zo veel families die wensen dat die avond nooit had plaatsgevonden. En er zijn beelden die nooit meer van mijn netvlies verdwijnen. Maar ik ben wel blij dat ik door die ellende mijzelf beter heb leren kennen en heb geleerd dat ik aan het roer sta van mijn leven.

Mijn leven is 180 graden gedraaid. Van boos mannetje naar iemand die zijn droomleven leidt. Het is mijn missie om aan de hand van mijn verhaal steeds meer mensen te laten inzien dat ook zij het roer kunnen omgooien. En ik wil mensen ook op het hart drukken dat ze niet bang moeten zijn voor een aanslag. Ook angst is een keuze. Je hebt toch geen controle op wat er gebeurt, dus het is zinloos om je leven daardoor te laten regeren. Het leven is kostbaar, laat het niet aan je voorbijgaan.” 

Dit interview stond eerder in Flair 47-2020.
Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

tekst Jadrike Boels | fotografie Mariel Kolmschot