Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Dinotra (41) is trots op haar 1,92 meter: ‘Ik paste geen normale kinderkleding, dus outfits kocht ik bij Miss Etam’

Dinotra (41) is trots op haar 1,92 meter: ‘Ik paste geen normale kinderkleding, dus outfits kocht ik bij Miss Etam’

Dinotra (41) is trots op haar 1,92 meter: ‘Ik paste geen normale kinderkleding, dus outfits kocht ik bij Miss Etam’

Ze zijn langer dan 1,90 meter en dat maakt Neeltje, Mirjam en Dinotra opvallende verschijningen. Waren ze daar als kind niet blij mee, nu zijn ze dik tevreden met hun lengte. Dinotra is trots op haar 1,92 meter.

“Ik ben geboren met het syndroom van Marfan. Dit houdt in dat je lichaam niet genoeg bindweefsel aanmaakt. De symptomen zijn onder andere een magere lichaamsbouw met lange benen, armen en vingers. Kinderen met Marfan groeien erg snel. Op mijn derde leek ik bijvoorbeeld een meisje van zes.

Rechtop staan

Omdat mijn uiteindelijke lengte later op 2,15 meter werd geschat, begon ik op mijn zevende met hormonen. Hiermee geef je je groei een boost, zodat je eerder bent uitgegroeid en hopelijk minder lang wordt dan verwacht. Het was het idee van mijn kinderarts, omdat ik volgens hem later vooral ongemak van mijn lange lengte zou ondervinden. Iets wat mijn ouders bij voorbaat graag wilden voorkomen. Ik vond hier zelf niet zo veel van. Ik schaamde me nooit voor mijn lengte.

Mijn moeder, zelf 1,75 meter, leerde me dat ik altijd rechtop moest staan. En dat ik trots moest zijn op wie ik was. Dat was ik dus ook, maar toen ik door de hormonen al op mijn achtste ongesteld werd en vrouwelijke vormen kreeg, vond ik dat wel lastig. Ik wilde nog helemaal geen beha dragen, wilde er gewoon net zo uitzien als andere meiden van mijn leeftijd. Dankzij de hormonen was ik op mijn veertiende al helemaal uitgegroeid en 1,92 meter.

Al mijn outfits kocht ik bij winkels als MS en Miss Etam, omdat ik normale kinderkleding niet paste. Nou, daar wil je als veertienjarige nog niet dood gevonden worden. Daarom begon ik me in de puberteit creatiever te kleden. Ik experimenteerde met kleding uit kringloopwinkels door ze net even wat anders te dragen. Een blouse werd bijvoorbeeld een jurk en ik droeg veel leuke accessoires zoals sjaaltjes, hoedjes en riemen. Al met al was ik een erg kleurrijke tiener. Hierdoor trok ik waarschijnlijk nog meer de aandacht, want op straat werd ik vaak nagekeken. ‘Wel kijkgeld betalen, hè?’ riep ik dan. Of: ‘Pas op voor die lantaarnpaal!’

Ik maakte er altijd een grapje van en trok het me niet aan wat anderen van mij vonden. Helaas veranderde dat op mijn drieëntwintigste. Tijdens een feest op een hockeykamp grepen verschillende mannen en vrouwen me vanuit het niets bij mijn kruis en maakten me uit voor travestiet. Ook gooiden ze lachend bier over me heen. Dat was zo vernederend dat ik daarna niet meer uit wilde. De blikken die ik tijdens het uitgaan vaak van anderen kreeg, kon ik niet meer verdragen. Dankzij de steun van mijn familie en vrienden én EMDR heb ik het gelukkig uiteindelijk kunnen verwerken.”

Dochters

“Nu gaat het heel goed met mij. Ik ben, net als in mijn tienerjaren, supertrots op mijn mooie lengte en vind het fijn om te worden gezien. Uitgaan doe ik ook weer graag. Waar ik ook kom, ik blijf een attractie. Op de een of andere manier vinden anderen mijn lengte altijd intrigerend. Helemaal prima, zolang ik er maar geen last van heb. Als moeder van twee dochters, van elf en acht, geef ik aan mijn kinderen mee dat we allemaal prachtig zijn. Het Marfan syndroom is erfelijk, maar zij hebben het allebei niet. En als dat wel zo was geweest, was dat ook prima.

Hun vader, mijn ex, is even lang als ik. Dat vind ik zelf het prettigst, omdat ik lange mannen nou eenmaal aantrekkelijker vind. Ik date nu niet, maar op Tinder heb ik weleens het verzoek gekregen om met iemand te gaan worstelen. Dat leek de man in kwestie leuk, omdat ik zo groot ben. Ook word ik regelmatig gevraagd of iemand mijn submissive (de onderdanige in een BSDM-rollenspel, red.) mag zijn. Ik moet er altijd hard om lachen, maar ga er nooit op in. Kom zeg, ik moet er niet aan denken…”