Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Danseres Vivian (30) kreeg een dwarslaesie: ‘Dat ik bijna niets kan bewegen, is echt een marteling voor mij’

Danseres Vivian (30) kreeg een dwarslaesie: ‘Dat ik bijna niets kan bewegen, is echt een marteling voor mij’

Danseres Vivian (30) kreeg een dwarslaesie: ‘Dat ik bijna niets kan bewegen, is echt een marteling voor mij’

Danseres Vivian Gomez Cardoso (30) danste in de mooiste producties en bracht nog niet zo lang geleden haar eerste single uit. Ze leefde haar droom. Tot ze vorig jaar te horen kreeg dat ze ernstig ziek was, met een dwarslaesie tot gevolg. Opgeven is echter geen optie voor haar: “Het enige wat ik dacht was: oké, let’s go.”

In shock

“‘Ga ik nu dood?’ In shock vroeg ik het aan een van mijn artsen. Na anderhalve week onderzoeken en biopten wisten de artsen eindelijk wat er met me aan de hand was. Ik had op verschillende plekken in mijn lichaam lymfomen (gezwellen in het lymfestelsel, red.), waaronder één van twee centimeter in mijn ruggenmerg.

Het betekende dat ik vanaf mijn borst een complete dwarslaesie had. Vandaar dat ik al een tijdje bijna geen gevoel in mijn benen had; ik was deels verlamd.  ‘Dat weten we niet,’ antwoordde een arts. Anderhalve week later en een aantal onderzoeken verder zei mijn oncoloog tegen me: ‘Het is een heel agressieve vorm, maar we gaan voor genezing.’

Bij het woord ‘genezing’ wist ik genoeg. Natuurlijk, het was super heftig nieuws, maar er was een kans. En ik wist dat ik die kans moest pakken. Ik had niet voor niks zo hard gewerkt aan mijn carrière. Ik was eindelijk waar ik moest zijn, dus het enige wat ik dacht was: oké, let’s go. Die middag zat ik meteen aan de chemo.

Liefde voor dansen

Mijn liefde voor dans ontstond toen ik een jaar of vijf was. Ik kon nooit stilzitten en luisterde altijd naar muziek. Wellicht heb ik dat van mijn oma. Zij zong vaak, veel Spaanstalig, waardoor ik ook enorm van zingen hield. En van dansen. Ik kan ’t me niet meer herinneren, maar volgens mijn moeder wilde ik heel graag ballerina worden. Het liefst droeg ik elke dag mijn roze tutu. Vandaar dat mijn ouders me als kleuter inschreven bij de beroemde dansacademie van Lucia Marthas in Amsterdam. Het bleek dat ze daar zwarte tutu’s droegen.

Dat schijn ik jammer te hebben gevonden, maar gelukkig kon ik me daar wel overheen zetten. Ik had talent en al snel kwam ik in de selectie. Drie keer per week danste ik twee uur ballet en verschillende dansvormen van pop, theater en musical. Ik had er veel plezier in en was erg leergierig. Dat ik mijn havo-opleiding op de middelbare school combineerde met de vooropleiding van Lucia Marthas was dus geen verrassing.

Na de havo deed ik auditie voor de hbo-bachelors dans en docent dans bij Lucia Marthas. Voor beide studies werd ik aangenomen. Best pittig, allebei tegelijk, maar geweldig om te doen. En omdat ik al bekend was bij de school en de docenten wisten wat ik kon, mocht ik in overleg met hen het eerste jaar overslaan. Ik danste elke dag, zelfs in het weekend. Daar moest ik soms dingen voor laten. Bij gezellige familiefeestjes kon ik bijvoorbeeld niet altijd aanwezig zijn.

Het scheelde dat ik niet echt een uitgaanstype was. Ik was zo gefocust op mijn danscarrière dat ik heel gedisciplineerd leefde. Elke dag na school ging ik door naar de dansacademie. Elke avond ging ik om halftien naar bed en in het weekend weer vroeg op. Dat was part of the deal. Mijn vrienden en vriendinnen van de opleiding waren ook zo. Omdat zij net zo veel passie voor dansen hadden en hun levens er ongeveer hetzelfde uitzagen, voelde het voor mij niet alsof ik er veel dingen voor moest opofferen.”

Intense pijn

“Uiteindelijk studeerde ik op mijn negentiende voor beide studies af. Omdat ik graag zang en dans combineerde, deed ik auditie voor de musical Wicked. Ik werd aangenomen en zo begon ik aan mijn eerste baan als professioneel danser en zangeres: een fantastische tijd, waarin ik veel geweldige mensen ontmoette. Na twee jaar, in 2012, volgde mijn deelname aan het tv-programma So you think you can dance, waar ik als tweede eindigde.

Tijdens de opnames gingen we naar het New Yorkse Broadway om een choreografie van de musical Chicago te leren. Die voerden we uiteindelijk op in het theater waar Chicago elke avond te zien was. Dat was fantastisch. Het leek of ik zelf in de musical speelde. Daarna heb ik nog een tijdje bij het dansgezelschap van topchoreografen als Roy Julen en Isabelle Beernaert gedanst.

We leefden onze droom

En in de afgelopen twee jaar gaf ik mijn zangcarrière een boost. Met twee vriendinnen, beiden danseressen en zangeressen, begon ik in 2020 een band, Bella Belle. We kregen een contract bij Sony en brachten in mei vorig jaar onze eerste single uit, Lie to me. Het liedje was een succes en we leefden onze droom: ik combineerde mijn danscarrière met zingen en de wereld lag aan mijn voeten.

We wilden meer nummers gaan opnemen en gaan touren, maar toen werd ik dus ziek. Het eerste wat ik merkte, was een rare, heftige pijn tussen mijn schouderbladen. Dat was mei vorig jaar. Ik stond er op een dag mee op en dacht dat ik misschien iets had verrekt. Op zich niet zo raar, want ik danste nog steeds elke dag. Daarom besloot ik het even aan te kijken, het zou vast vanzelf weer overgaan. Maar dat gebeurde dus niet. Sterker nog: het werd alleen maar erger.

Intense pijn

De pijn was zo intens dat ik binnen een paar dagen echt niet meer wist waar ik het zoeken moest. Het enige wat een beetje hielp, was een heel warm bad. Het opvallende was dat de pijn vooral midden in de nacht erger werd. Overdag was die nog enigszins te doen, maar ’s nachts was de pijn zo erg dat ik er misselijk van werd. In een nacht dat ik het echt niet meer uithield, heb ik de huisartsenpost gebeld. Mijn moeder ging met me mee. Helaas kon de dienstdoende huisarts geen oorzaak vinden.

Omdat ik zo misselijk was, werd ervan uitgegaan dat het mijn maag moest zijn. Ik werd naar huis gestuurd met maagtabletten, maar die hielpen niet. Dus de volgende nacht meldde ik me weer. De pijn was ondraaglijk. Ik hoopte dat ze nu wel wat konden vinden, maar opnieuw was dat niet het geval. ‘Neem maar een paracetamol,’ kreeg ik te horen. Het was zo frustrerend. Voor mijn gevoel werd ik niet serieus genomen, terwijl ik aan alles voelde dat er iets niet goed zat in mijn lichaam.

Aan kanker dacht ik overigens niet. Het was vast een beknelling of iets dergelijks. Zo kwakkelde ik verder. Ook de volgende drie nachten meldde ik me samen met mijn moeder in het ziekenhuis. Eerst bij de huisartsenpost, maar op eigen initiatief ook bij de spoedeisende hulp. Naast de pijn tussen mijn schouderbladen had ik inmiddels ook een slapend gevoel in mijn voeten en mijn benen.

Dat begon bij mijn grote teen en verspreidde zich in een rap tempo door mijn linkerbeen. Daarna volgde mijn rechterbeen. Het leek of mijn benen continu sliepen. Natuurlijk, dat was gek, maar zelf zag ik de ernst er niet zo van in. Ik dacht dat er hoogstens een spiertje was gescheurd, want elke keer werd ik naar huis gestuurd. Hierdoor wist ik niet zo goed wat ik ermee aan moest.”

Lees ook
Senna (35) heeft een zoontje met het syndroom van Down: ‘Ik ga mijn kind niet verstoppen, ik laat hem juist zien’

Geen kracht meer

“Ik begon bijna te geloven dat het misschien wel tussen mijn oren zat, totdat ik tijdens de vijfde nacht eindelijk door een jonge arts naar de neurologie-afdeling werd doorgestuurd. Daar werd een MRI-scan gepland, die een week later zou worden gemaakt. De volgende dag ging het thuis helemaal mis. Ik had opeens geen controle meer over mijn stoelgang en schrok me rot.

Dit is niet goed, dacht ik. De kracht in mijn benen werd ook steeds minder.  Voor de zoveelste keer ging ik naar het ziekenhuis, waar ik opgenomen werd op de afdeling acute zorg. Daar kreeg ik een rollator, omdat ik toen al bijna niet meer kon lopen. Zelfs toen dacht ik nog: het komt vast goed. Pijn is tijdelijk, dus als de oorzaak is gevonden, loop ik binnen een week weer het ziekenhuis uit.

Maar het liep anders… Na anderhalve week nam mijn arts me apart voor  ‘het gesprek’. Ik lag al die tijd in het ziekenhuis en toevallig belde ik net met mijn vriend Milan. Hij bleef aan de lijn en luisterde mee naar wat de arts te zeggen had.  ‘… iets gevonden op de MRI-scan… lymfomen bij de nieren, de borst, de hals en in het ruggenmerg.

Een zeer zeldzame complicatie, wat inhoudt dat het lymfoom de zenuwbanen heeft beschadigd… dwarslaesie vanaf de borst.’  Terwijl de arts zijn verhaal deed, staarde ik in shock voor me uit. Hoewel ik zijn woorden wel hoorde, kwamen ze niet echt bij me aan. ‘Ga ik nu dood?’ vroeg ik hem als verdoofd. Hij kon er nog niks over zeggen.

Milan huilde en zei dat hij meteen naar me toe zou komen. Ondertussen speelde zich in mijn hoofd een razendsnel overleg met mezelf af. Ik kan nu twee dingen doen, dacht ik: of ik leg me erbij neer en geef bij voorbaat op, of ik ga vechten. Eigenlijk wist ik meteen het antwoord al: ik ga vechten. Nog eens anderhalve week later zat ik aan mijn eerste chemo. Het ging opeens zo snel allemaal.”

Dit is een Real Life uit Flair. Het hele verhaal lees je in Flair 15-2022. Deze ligt van 13 t/m 19 april in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.