Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Opgebiecht > Opgebiecht: ‘Ik ben doodsbang voor de hond van mijn nieuwe vriend’

Opgebiecht: ‘Ik ben doodsbang voor de hond van mijn nieuwe vriend’

Opgebiecht: ‘Ik ben doodsbang voor de hond van mijn nieuwe vriend’

Maria (32): “Ik kan heel bang zijn voor honden. En laat mijn nieuwe vriend nou een enorme herder hebben. Ik vrees dat mijn angst ons uit elkaar gaat drijven…”

Tanden stonden in mijn arm

“Ik herinner me de dag waarop ik bang ben geworden. Ik was vijftien en sliep met nog twee meiden bij een vriendin op de boerderij. Zij was alleen thuis en we mochten er een logeerfeestje houden. Heel onschuldig, maar wij vonden het al spannend om daar in het donker over het erf te lopen. Lachen en een beetje keten, natuurlijk…

Ze hadden een stokoude sint-bernard. Het beest sliep bijna de hele dag, keek niet op als je langsliep en sjokte enkel nog wat rond. Diezelfde hond nam op de bewuste avond een sprintje in mijn richting en beet in mijn arm – volledig uit het niets! Zijn tanden waren door mijn jas gegaan en stonden in mijn arm. We waren in shock; waar kwam dit vandaan? Die hond had in jaren niet gerend en ik had niks gedaan!

Sinds die dag heb ik het niet meer op honden, maar ik was er ook nooit zo mee bezig. Ik merkte pas dat ik er nog last van had toen ik tijdens de lockdown vaak wandelde in het park. Als er een loslopende hond op me af komt, duik ik weg achter degene met wie ik op pad ben. Vriendinnen moeten daar om lachen, niemand verwacht dat van me. Allemaal geen ramp, maar het wordt lastiger als je vriend een hond heeft…”

Lees ook
Opgebiecht: ‘Ik schaam me voor mijn ouders, ze zijn gewoon tokkies met wie ik niets heb’

Verliefd op een hondeneigenaar

“Kevin en ik kennen elkaar een paar maanden. Ik ben in tijden niet zó verliefd geweest. We vielen als een blok voor elkaar. Ik wist wel dat hij een hond had, want de eerste keer dat hij bleef slapen was hij vroeg vertrokken, omdat Dirk – je verzint het niet – eruit moest. Ik was er niet mee bezig, die hond was door mijn verliefdheid op de achtergrond geraakt. Totdat ik voor het eerst bij Kevin thuis kwam, aanbelde en keihard geblaf hoorde. Dat was geen teckeltje, zeg maar.

Kevin deed open en zag mijn twijfel om door te lopen. ‘Je bent toch niet bang?’ vroeg hij. ‘Ook geen liefhebber,’ zei ik maar eerlijk. Toen die grote herder blaffend op me af kwam en begon te snuffelen, kroop ik weg achter Kevin. Die moest erom lachen en beval Dirk in zijn mand te gaan liggen, wat hij overigens braaf deed. Ik was onrustig, vertelde Kevin mijn verhaal over de sint-bernard, maar dat maakte geen indruk: Dirk was de liefste hond ooit en zou geen vlieg kwaad doen.

Aansteller

Maar al zat die hond me zoet aan te kijken, aaien ging me te ver. ‘Jullie wennen wel aan elkaar,’ zei Kevin. Dat denk ik dus niet. Ik vind het zó onrustig om daar te zijn. Zoenen waar die hond bij is? Straks vliegt hij me aan om zijn baasje te beschermen! Heb ik die hond in mijn nek.

Het is ook scary om alleen met hem in de kamer te zijn, zelfs als Kevin even in de keuken is. Ik durf ook niet bij Kevin te slapen. In de slaapkamer is het veilig, want daar mag Dirk niet komen, maar stel dat ik ’s nachts moet plassen? Ik kan toch moeilijk vragen of Kevin even meegaat… De eerste keer heb ik een smoes verzonnen, daarna heb ik het toch eerlijk gezegd. Zijn blik zei genoeg: aansteller!

Toch komt Kevin nu bij mij thuis en ik niet meer bij hem. Hij kan alleen nooit lang blijven, want Dirk moet uitgelaten worden. Het is dus niet ideaal. ‘Die hond is mijn beste vriend’, waarschuwde hij me al eens. Ik weet dat Dirk belangrijk voor hem is. Ik wou dat ik een oplossing wist, want ik zou het vreselijk vinden om Kevin te verliezen.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Valerie van der Meer | Beeld: Gettyimages