Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Nieuws & Maatschappij > Uithuisplaatsingen van kinderen: ‘We moeten zoeken naar betere oplossingen, zodat kinderen en ouders samen kunnen blijven’

Uithuisplaatsingen van kinderen: ‘We moeten zoeken naar betere oplossingen, zodat kinderen en ouders samen kunnen blijven’

Uithuisplaatsingen van kinderen: ‘We moeten zoeken naar betere oplossingen, zodat kinderen en ouders samen kunnen blijven’

Het aantal uithuisplaatsingen van jeugdigen moest met de nieuwe Jeugdwet in 2015 verminderen. Hoewel de cijfers nog steeds hoog zijn, spreekt het actieprogramma Zorg voor de Jeugd van een dalende trend. Die dalende trend is nodig, vindt kinderpsychiater Peter Dijkshoorn. “Is de schade van het uithuisplaatsen eigenlijk niet groter dan de winst?” 

Wet op de Jeugdzorg

Voor de Vereniging Nederlandse Gemeenten houdt Peter Dijkshoorn zich bezig met hoe het jeugdzorgstelsel beter kan. Hier spreekt hij over met Argos, een onderzoeksjournalistieke radio-uitzending van HUMAN en VPRO, eind 2020. Het jeugdzorgstelsel moet ook beter, daarom werd in 2015 de Wet op de Jeugdzorg verandert. Het streven was een effectiever jeugdstelsel.

In 2018 bleek uit een evaluatie dat de beoogde verandering naar een beter jeugdstelsel nog niet behaald was. Er was meer tijd nodig om de doelen te behalen, schreef het Nederlands Jeugdinstituut.

De cijfers

In 2020 werden er 13.820 kinderen uit huis geplaatst, volgens Zorg voor de Jeugd. Dat is een daling van 27% in 2019 naar 26%. Dat lijkt geen noemenswaardige vermindering, maar ten opzichte van 2016 (34%) is het dat wel. Aan het einde van 2020 waren er volgens Pleegzorg.nl 19.097 pleegkinderen. 30% daarvan woonde vrijwillig bij pleegouders. Dat betekent dat de ouders het ermee eens zijn of dat het pleegkind meerderjarig is en zelf de beslissing heeft gemaakt.

34% van de kinderen die in 2020 bij pleegouders zijn geplaatst, zijn tussen de 5 en 11 jaar. Daarnaast werden er ook veel kinderen uit huis geplaatst in de leeftijd tot 4 jaar, namelijk 31%. Zo’n 12% van de pleegkinderen was eind 2020 18 jaar of ouder. Dat is vier keer zoveel als in 2017, maar dat komt omdat kinderen sinds 1 juli 2018 het recht hebben om in een pleeggezin te blijven tot 21 jaar, mochten ze dat willen. De cijfers van 2021 worden midden 2022 verwacht.

Uithuisplaatsingen in pleeggezin

Het liefst wordt er gekozen voor een pleeggezin, omdat dat het meeste aanvoelt als een echte thuissituatie. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een woongroep of een instelling. Toch vindt kinderpsychiater Dijkshoorn dat een uithuisplaatsing minder vaak voor moet komen. Volgens hem zouden ouders door middel van de juiste begeleiding en behandeling veel kunnen leren. “Ik wil daarmee niet zeggen dat er nooit een kind uit huis geplaatst moet worden. Maar we moeten zoeken naar betere oplossingen eerder in het leven van kinderen en ouders, zodat ze samen kunnen blijven”, zei hij in Argos.

Een uithuisplaatsing is een ingrijpende situatie. “We zijn na uithuisplaatsing geneigd te zeggen: het is maar goed dat we het kind uit huis hebben gehaald, want moet je kijken hoe erg die gedragsproblemen zijn”, aldus Dijkshoorn. Echter komt er steeds meer het inzicht dat gedragsproblemen ook juist het gevolg kunnen zijn van de uithuisplaatsing.

Besluiten van hulpverleners

De vele uithuisplaatsingen kunnen volgens Dijkshoorn te maken hebben met een kloof tussen hulpverleners en gezinnen. De focus ligt meestal op wat er niet goed gaat. Ook al gaan er natuurlijk ook dingen wel goed in een gezin, dat is meestal onderbelicht. De communicatie met de gezinnen moet beter, dat beaamt ook Cora Bartelink in Argos. Ze is onderzoeker aan de Haagse Hogeschool in het lectoraat Jeugdhulp in Transformatie, daarnaast is ze mede-opsteller van de Richtlijn Uithuisplaatsing.

In 2020 is onderzocht in welke mate die Richtlijn wordt toepast door hulpverleners. Dat bleek helaas niet voldoende. Er zijn best wel wat verschillen in de besluiten van hulpverleners. “Dit kan betekenen dat de ene professional nog mogelijkheden ziet om het kind thuis te laten blijven en nog mogelijkheden ziet om hulp te organiseren. Terwijl de andere professional al een kind uit huis wil gaan plaatsen”, legt zij uit aan Argos. Overigens benadrukt ze daarbij dat ze nog nooit gehoord heeft dat een hulpverlener met plezier iemand uit huis plaatst.

Lees ook
Yuli (44): ‘We moesten ons verdedigen voor een jury, als we faalden waren we het gezag over onze kinderen kwijt’

Kinderen afgenomen

Dijkshoorn denkt dat mensen bang zijn om aan de bel te trekken als er iets aan de hand is in hun gezin. Ze hebben dan het gevoel dat hun kind afgenomen kan worden. “Als wij niks doen aan het feit dat ouders niet tijdig zelf hulp durven zoeken,” eindigt hij zijn verhaal bij Argos, ‘dan blijven wij die kinderen uiteindelijk ook uit huis halen.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Bron: Zorg voor de Jeugd, Argos, Nederlands Jeugdinstituut, Pleegzorg.nl | Beeld: Getty Images