artikelbeeld Column Marije Beeld Dorian Jurne
artikelbeeld Column MarijeBeeld Dorian Jurne

PREMIUM

Marije: ‘Ik voel de paniek vlammen in mijn buik. Zitten we vast?’

Het is donderdagavond laat. De achterbank ligt vol snoeppapiertjes en lege flesjes drinken. Ertussenin zitten mijn kinderen. We zijn die middag vertrokken voor een weekend Parijs. De bedoeling was ergens tegen de avond aan te komen, zodat we meteen een leuke Franse brasserie in konden duiken.

Dus toen de kinderen zo’n halfuur voor Parijs begonnen te morren dat ze honger hadden, snoerde ik ze resoluut de mond. Geen McDonald’s, die brasserie zouden we halen. “Even volhouden nog, we zijn er zo.” Als ik Google Maps rood zie kleuren, is het al te laat: we komen uiteindelijk twee uur later op de plek van bestemming aan. We moeten alleen nog even de auto in de parkeergarage zetten.

“Kijk jongens wat leuk, een autolift.” De deuren schuiven open en Franklin manoeuvreert de auto naar binnen. Het past net, maar de liftdeuren sluiten niet. Ik probeer me de uitleg van de receptionist te herinneren, maar eerlijk gezegd heb ik van het Engels met Frans accent slechts de helft meegekregen. We moeten denk ik nog op het knopje drukken? Het is zo krap dat ik via het raam naar buiten kruip. De lift zet zich in beweging.

“Zijn we er al?” Liv kijkt verwachtingsvol naar de liftdeuren als we ineens stilstaan. De deuren bevinden zich nog twintig centimeter boven de vloer. Dit ziet er niet goed uit. Ik druk nog een paar keer op de -1. Maar er gebeurt niets. Ook Franklin kruipt uit het raam. Ik voel de paniek vlammen in mijn buik. Zitten we vast?

De lucht in de lift is bedompt, warm en plakkerig. Ik doe mijn best om kalm te blijven – dat hoort als je moeder bent – en druk op de alarmknop. Een blikkerige Franse stem klinkt door de intercom. “We are stuck in the elevator.” “Je ne comprends pas.” “Hoezo verstaat hij dat niet?” Onbegrijpelijke zinnen. “Wat is ‘vast in de lift’ in het Frans!?” Nog meer onbegrijpelijke zinnen, een au revoir en daarna de pieptoon. “Heeft hij nu gewoon opgehangen?” “Jezus mam, doe niet zo hysterisch.”

Kyano heeft inmiddels zijn trui uitgetrokken. Liv zit nog in de auto, er staan tranen in haar ogen. Met mijn mobiel in de lucht zwaaiend probeer ik een signaal te vinden. Het lukt: ik bel het hotel. De receptionist verzekert me dat hij direct hulp gaat bellen.

Ondertussen probeert Franklin de deuren open te krijgen, maar de jongen van het hotel zegt dat het beter is dit niet te doen. “Het gaat wel tot -4.” Het idee dat we vier verdiepingen onder de grond zitten, doet de paniek weer opvlammen. Ik probeer ergens anders aan te denken. Zon, zee, strand, ijsjes. Ik prevel het allemaal tegen Liv, maar zeg er niet bij dat dit mij ook rustig maakt.

Dan, na een halfuur, zet de lift zich in beweging. Eenmaal buiten snap ik niet meer waarom ik zo bang was. We grappen dat Franklin op de terugweg in zijn eentje de lift in mag. Het is elf uur als we eindelijk gaan eten. Bij de Pizzahut.

Marije Veerman (39) woont met Franklin (38), zoon Kyano (14) en dochter Liv (10) in Purmerend.

Deze column komt uit Flair 46-2022. Volg Marije via @marije.veerman op Instagram.

Marije VeermanDorian Jurne

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden