artikelbeeld Column Marije Beeld Dorian Jurne
artikelbeeld Column MarijeBeeld Dorian Jurne

Marije: ‘De auto begon te haperen. Fuck, ik had moeten tanken’

“Stap lekker in. Moet ik je een zetje geven? Normaal zet ik de mensen gewoon op een veilige plek neer tot de ANWB komt, maar voor jou maak ik graag een uitzondering. Ik takel je gewoon naar een tankstation. Al is het wel echt een enorm blonde actie. Ja sorry, dat móést ik natuurlijk even zeggen.”

Hij wrijft over zijn gemillimeterde haar en blaast in zijn handen. “Heb jij het niet koud in dat dunne jassie?” Ik bedank hem. Ik denk wel tien keer. Ik hoor mezelf ratelen. Dat het allemaal de schuld is van die stomme nieuwe auto’s. Wat is er mis met een groen lampje en een harde piep zo gauw je de sleutel omdraait als een dringende reminder dat je er benzine in moet gooien?

Nu stapte ik op maandagochtend de auto in, reed de snelweg op en zat met mijn hoofd al bij de dag die komen zou. Een drukke dag vol vergaderingen en besluiten die moesten worden genomen. Het was op dat moment dat de auto begon te haperen. Het onmiddellijke besef kwam in schrikvorm. Vanuit mijn buik sloeg het binnen vijf seconden naar mijn wangen. Fuck, ik had moeten tanken!

Ik had het al twee dagen uitgesteld en afgelopen zaterdag de auto geparkeerd met het idee: maandag écht. Stapvoets probeerde ik de snelweg af te komen via de vluchtstrook. Aan het einde van de afrit stopte hij ermee. Natuurlijk precies voor het stoplicht. Zelfs naar de berm duwen lukte niet meer. Vervolgens stapte er in de tien minuten die volgden zeker zes keer een bestuurder uit die claimde dat dit toch echt gewoon moest lukken.

De automatische parkeerstand dacht er anders over. Inmiddels had ik de leasemaatschappij al gebeld. Een takelwagen was onderweg. Ik vervloekte het dunne jasje dat ik die ochtend had aangetrokken. Ondertussen zaten er mensen op me te wachten, er moest een nummer naar de drukker, een cover afgetikt, een klap worden gegeven op een campagne. Zo goed en zo kwaad als het ging, probeerde ik telefonisch het een en ander af te stemmen.

Een auto van Rijkswaterstaat reed toevallig langs en stopte. “Geen benzine, zeg je? Ja, je moet zo’n ding wel af en toe tanken hè, anders doet ie het niet.” Een schaterlach volgde. “Wij zetten deze baan wel even af voor jouw veiligheid. Wacht, ik bel ook nog wel even een takelwagen. Ik ken die jongens van Volvo wel, die gaan eerst rustig koffiedrinken en laten je zo een uur staan. Als ik net een hectorpaaltje verder terug doorgeef, sta je officieel nog op de snelweg en heeft de melding spoed.”

Inmiddels had het schaamrood op mijn kaken een permanent karakter gekregen. Al die mensen in touw omdat ik zo stom was. “Joh,” hij trok zijn gele hesje aan, “het is mij ook weleens overkomen, hoor. Oké, dat lieg ik. Maar zie het van de zonnige kant: het gebeurt jou na vandaag vast ook niet meer.”

Deze column komt uit Flair 1-2023.

Marije Veerman woont met Franklin, zoon Kyano en dochter Liv in Purmerend. Volg Marije via @marije.veerman op Instagram.

Marije VeermanDorian Jurne

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden