Marije: 'Daar in de auto maakte ik een beslissing en cancelde de komende week aan accommodaties' Beeld
Marije: 'Daar in de auto maakte ik een beslissing en cancelde de komende week aan accommodaties'

Marije: 'Daar in de auto maakte ik een beslissing en cancelde de komende week aan accommodaties'

Het regende. Een gordijn aan water viel in een mistige, grijze lucht. Het was het soort regen waarbij je je afvraagt of het ooit nog droog wordt. Zouden we ooit de overkant van de straat nog zien? Of de bergen die zich de vorige dag nog prachtig aftekenden tegen de helblauwe lucht?

We hadden ernaar gestaard, Franklin en ik. En zijn hand was even in de mijne gegleden in zo’n cheesy geluksbesef dat vooral tijdens vakanties plaatsvindt. Wanneer alle stress van vergeten broodtrommels, lege koelkasten en volle afwasmachines is weggeëbd. Samen stonden we daar met niets dan bergen om ons heen aan de andere kant van de wereld. Het voelde alsof we er bovenop stonden. Nu was er van die stemming weinig meer over. We zeiden dingen als: “Als het niet zou regenen, zou Sri Lanka niet zo prachtig groen zijn.” Maar het was een laffe poging, want allebei dachten we maar één ding: kut.

Regen

Ooit hadden we, toen Kyano nog een peuter was, een week op Ko Samui gezeten in de stromende regen. Het water had zich onverbiddelijk 24 uur per dag over ons uitgestort. We kochten poncho’s om toch onze hotelkamer uit te kunnen. Slechts twee straten verder liepen we dan, naar een restaurant, om daar tussen de Thai Friends te kijken. Onderweg zagen we onze zoon, die we ons vooral in de zee hadden voorgesteld, in plassen stampen. Elke dag steeg het water een beetje meer, tot het ergens tot aan zijn mollige armpjes rees.

We vulden de dagen met films kijken op onze hotelkamer, in het besef dat het allemaal nog erger had gekund omdat we de week daarna in een rieten hutje aan zee zouden zitten. De eerste dagen opende ik nog de app van Weeronline, maar toen ik doorhad dat dit niet echt bijdroeg aan onze gemoedstoestand, liet ik het maar. Toeristen sliepen inmiddels op de luchthaven, hopend op een vlucht naar huis.

Nu diende zich dag twee van regen aan. We pakten een taxi naar Kandy, de stad van de Tempel van de Tand. De kinderen duwden we na het inchecken de hotelkamer uit. De protesten “Maar het regent” bruut neersabelend met een niet zo opvoed-kundig “Nou en!” We zagen toeristen in poncho’s en drongen de gedachten aan die ene vakantie op Ko Samui dapper weg. “Wauw!” riep ik nog aan de voet van de Tempel van de Tand. “Doe ’ns normaal, het regent,” zei mijn zoon. Ik mopperde dat hij vroeger, toen hij twee was, in elk geval nog vrolijk door de plassen stampte.

Lees ook Marije: ‘Ineens was ik het zat om altijd maar de beste versie van mezelf te laten zien’

Op dag drie van regen was ik het zat. We zouden op de trein stappen naar Ella, een rit die volgens alle reisblogs unaniem de mooiste van de wereld moest zijn. De treinreis ging niet door vanwege een stroom modder die op de rails was gekomen en we reden nu al vier uur in diepe mist zonder het beloofde uitzicht. De knoop in mijn buik – ‘dit moest een fantastische vakantie worden’ – werd alleen maar groter toen ik Weer-online opende en zag dat het gebied waar we heen zouden reizen de komende dagen alleen maar regen zou kennen. Daar in de auto maakte ik een beslissing en cancelde de komende week aan accommodaties, om nieuwe te boeken in het oosten, waar de zon wél scheen. Nog geen uur daarna brak de zon door.

Marije Veerman (39) woont met Franklin (38), zoon Kyano (14) en dochter Liv (10) in Purmerend.

Deze column komt uit Flair 37-2022. Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in Flair. Wil je een editie (na)bestellen? Dat kan hier.

Fotografie: Dorian Jurne

Marije Veerman

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden