artikelbeeld Lisanne Beeld Dorian Jurne
artikelbeeld LisanneBeeld Dorian Jurne

PREMIUM

Lisanne: ‘Rouw kan je laten voelen als een hond die zijn eigen staart achternazit’

De mensen die hier binnenkwamen, liepen allemaal met hun ziel onder de arm. Je kon ’m niet zien, die ziel. Maar je wist het, dat ie er hing.

Er werden handen geschud, mensen stelden zich voor, er werden namen genoemd, en direct daarna werd over en weer gevraagd: ‘En wie ben jij verloren?’ De vraag was niet omhuld door ongemak of schaamte. De stellers van die vraag hadden niet de neiging rood te worden of te stotteren.

Want dat is wat die dood normaal doet: die kan ervoor zorgen dat achterblijvers zich vaak onbegrepen voelen. Ze bedoelen het goed, die lieve stamelende omstanders, maar het ongemak wint nog te vaak. We hebben rouw naar het verdomhoekje van onze samenleving gestuurd. Maar hier was het anders. Hier zochten en vonden we elkaar. Hier was de vraag ‘en wie ben jij verloren’ de normaalste vraag die gesteld kon worden. Hem beantwoorden: ook al zo ontzettend normaal.

‘Mijn broer.’ ‘Mijn opa.’ ‘Mijn vader.’ ‘Mijn zusje.’ Vaak veel te jong, te lief.Hier in dit sfeervolle zaaltje in dit restaurant in Arnhem waren alleen maar mensen die iemand zijn verloren. Ik gaf er een lezing over rouw, over wat dat doet met je lijf, je hoofd, je leven (een boel, was mijn korte conclusie). Daarna zou er een borrel zijn. Een rouwborrel – hoe gezellig kon dat nou precies zijn? Ik sloeg de gasten gade. Er was moed voor nodig om hier te komen. Rouw kan je ziek maken, desoriënteren, die kan je doen vloeken in het luchtledige, doen denken aan dingen waar je niet aan wilt denken.

Rouw kan je in een somberte storten die je nog nooit eerder hebt gekend, rouw kan je laten verlangen naar slaap terwijl diezelfde rouw je wakker houdt en naar het plafond laat staren. Het kan je laten voelen als een hond die zijn eigen staart achternazit (been there, done that).

Maar als je het niet uitspreekt, niet uit je strot krijgt hoe kut je je voelt, en niemand ernaar vraagt, is er ook niemand die het ziet. Maar niet hier. Hier vertelde iemand goudeerlijk hoe werken niet meer lukte: “Ik sla dicht in elke vergadering.” Een jongen bekende hoe moeizaam zijn relatie loopt sinds zijn moeder dood is: “Mijn vriendin begrijpt me niet.” Er klonken verhalen over ruzies om erfenissen, fysieke rouwklachten, angsten, twijfels, eenzaamheid, herbelevingen – en er waren altijd anderen die hevig knikten, ja, ja, heb ik óók.

Er hing herkenbaarheid in de lucht. De term ‘dode-ouderclubje’ viel een paar keer, gelach volgde. Een vrouw van in de dertig was haar beide ouders al verloren en raakte in gesprek met twee zusjes, allebei nog geen achttien. Hun vader was net een paar maanden dood, een hartaanval, allemaal heel plots. De vrouw vertelde, nippend aan haar wijn, aan de meisjes hoe verdriet op den duur minder overheersend wordt: “Het wordt lichter, echt, ik beloof het jullie.” De meisjes luisterden, knikten. Ik beeldde het me vast in, maar ik dacht het echt te kunnen zien: hoe hun ziel – die onder hun armen hing – heel eventjes iets lichter werd.

Deze column van Lisanne komt uit Flair 50-2022. Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in Flair.

Journalist Lisanne van Sadelhoff (32) woont met haar hond Leo in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt.

Lisanne van SadelhoffDorian Jurne

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden