artikelbeeld Column Gwen Beeld Dorian Jurne
artikelbeeld Column GwenBeeld Dorian Jurne

Gwen: ‘Ik was bang om van iets te gaan houden waarvan je weet dat je ‘t ooit verliest’

Mijn vriend is er niet en het is tijd om te gaan tukken. In plaats van te kiezen voor ons heerlijke XXL-bed met traagschuimtopper kies ik voor de bank. Want daar ligt Eddie, onze Engelse bulldog.

Sinds ik me kan herinneren, was het mijn grootste wens: een hond. Als enig kind had ik geen behoefte aan een broertje of zusje, maar zat ik wel te wachten op een harige sidekick. Films als E.T., Beethoven en Gremlins hadden dat verlangen alleen maar aangewakkerd. Maar ik wist dat ik kon dromen tot ik een ons woog, want die hond ging er niet komen.

Totdat hij er ineens wel kwam; ongelofelijk, mijn moeder was om. Toen ik zes was, verwelkomden we Sjymo! (Spreek uit als Sjimo.) Een lieve knuffelbeer die al rap meer was dan een hond. Hij hoorde bij het gezin, was mijn broertje. Toen hij op dertienjarige leeftijd overleed, was het verdriet zo groot dat ik het bijna niet aankon. Iets wat alleen mensen die gehecht zijn aan een huisdier zullen begrijpen.

Ik wist zeker dat er nooit meer een hond in mijn leven zou komen. Dat vond ik een dikke middelvinger naar Sjymo; hij was de enige echte. Maar ondertussen nam mijn liefde voor honden extreme vormen aan. Elke hond met een achterwerk dat op dat van hem leek, achtervolgde ik tot ik het even mocht aaien.

Voor mijn verjaardag werd ik meegenomen naar Crufts, de grootste hondenbeurs van de wereld, waar ik twee dagen lang honderden honden kon knuffelen. En in Amsterdam was ik oppasmoeder van twee bulldogs. Nog steeds had ik genoeg redenen om zelf geen hond aan te schaffen, want druk-druk-druk, geen ruimte in mijn leven en te veel verantwoordelijkheid.

Maar telkens als er een oppashond over de drempel kwam, had ik de tijd van m’n leven en als ie weer naar huis ging, was het janken. Dat dan weer wel.

“Er is een nestje in Engeland. Ze zijn net geboren. Iets voor jullie?” Voor ik kon nadenken, was mijn antwoord: ja, we komen eraan! De moeder van onze oppashond had een nestje gekregen en we mochten als eersten komen kijken. Ik draaide om als een blad aan een boom. Mijn hart ging er vol voor, maar achter in mijn hoofd trok mijn verstand aan me.

Hier hadden we toch geen tijd voor? Dit kon toch niet? Ik vroeg me hardop af hoe het kon dat mijn hart en verstand zo hard tegen elkaar ingingen. Ik moest diep graven om tot het antwoord op deze vraag te komen. Wat bleek? Ik was bang. Bang om weer zo veel van iets te gaan houden waarvan je weet dat je het gaat verliezen.

Maar wacht eens even… Is dat niet precies waarom we hier op aarde zijn? Om juist heel hard lief te hebben? Om zo veel mogelijk te houden van?

De gordijnen zijn open, de wolken geven licht en de maan zet een schijnwerper op de woonkamer. Het is muisstil in huis. Toen ik net mijn draai had gevonden met mijn dekbed op de bank, stond Eddie op om samen met mij onder de dekens te kruipen. Ik explodeer bijna van geluk. Fak, wat ben ik blij dat hij er is.

Deze column van Gwen komt uit Flair 1-2023. Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in Flair.

Gwen van Poorten (32) is presentatrice en maakt de podcast #metznallen. Ze woont met haar vriend in Amsterdam.

Gwen van PoortenDorian Jurne

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden