artikelbeeld Column EVA Beeld Dorian Jurne
artikelbeeld Column EVABeeld Dorian Jurne

Eva: ‘Het is heel moeilijk om iemand altijd te missen’

Eén grijs vinkje bungelt onder de berichten die ik hem via WhatsApp stuur: verzonden, niet ontvangen, zeker niet gelezen. Precies drie jaar geleden stuurde ik het eerste bericht dat nooit zou aankomen, dat hij nooit zou lezen en nooit zou beantwoorden: ‘Papa, waar ben je?’ Er niet meer, was het antwoord.

Hij was ergens op een bankje in slaap gevallen. Tenminste, dat dachten de mensen die hem vonden − tot ze zijn lichaam aanraakten. Hij werd nooit meer wakker. ‘Dankjewel dat je er was’ stuurde ik hem op zijn sterfdag. Eén grijs vinkje.

Toch ben ik niet gestopt met het sturen van berichten. Ik stuur hem een hartje als ik hem mis, ik stuur hem dat ik van hem hou, ik stuur hem melancholische dankbetuigingen. En zo markeert onze WhatsAppgeschiedenis van de afgelopen drie jaar al mijn emotionele episodes. Het eerste jaar wekelijks, nu slechts eens in de paar maanden.

Ons WhatsAppgesprek is mijn dagboek geworden: ik stuur video’s van mijn kitten, deel werkmijlpalen en vertel over zaken die mijn vader niets zeggen, zoals de coronacrisis. ‘Het leven is een zooitje’ stuur ik als de warboel in mijn hoofd te veel wordt, om mijn twijfels vervolgens aan onze chat – aan hem? – toe te vertrouwen. Met elk getypt woord lijkt het alsof ik de verstrikte draden in mijn brein ontwar en overzichtelijk op een spoel draai. Weer een grijs vinkje.

Op goede dagen scrol ik nog eens naar boven en lees ik zijn berichten uit de tijd dat hij nog leefde. Een van de laatste dingen waar we over kletsten was een kerstrebus met als uitkomst: ‘Fijne kerst, maar ik wil nog steeds dood’. Als ik zijn reactie lees, hoor ik hem in gedachten schateren in hoofdletters. Ik gniffel. Die kerstwens kwam in elk geval uit dat jaar.

Toen hij overleed, dacht ik dat ik hem continu zou missen. Maar wist je dat het heel moeilijk is om iemand altijd te missen? Soms vergeet ik het haast, door alle drukte. Door hem te appen, sta ik bewust stil bij zijn bestaan. Door naar het grijze vinkje te kijken, sta ik bewust stil bij zijn afwezigheid. Al krijg ik een kriebel in mijn buik als ik te lang naar zo’n grijs vinkje kijk. Alsof ik met mijn aanhoudend kijken tóch ineens het moment meemaak dat het vinkje verdubbelt en blauw wordt. Alleen al de gedachte – de verwáchting – dat dat zou gebeuren, maakt de hoop dat hij nog ergens aan de andere kant van de lijn zit ineens heel echt.

Maar ook vrees ik het moment dat de vinkjes ineens weer blauw worden. Want ondanks mijn fantasie ken ik de feiten. Ik weet heel goed dat het zou betekenen dat mijn vaders nummer voorgoed aan een ander toebehoort, dat het laatste lijntje dat ik met hem heb, definitief is doorgeknipt. Het zal ooit gebeuren, maar tot die tijd blijf ik whatsappen met de hemel.

Deze column van Eva komt uit Flair 01-2023. Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in Flair.

Eva Breda (25) schrijft, creëert en pluist uit. Ze maakte de podcast Komt een meid bij de psych en probeert het leven, het vrouw-zijn en zichzelf iedere week een stukje meer te ontdekken en ontplooien in haar columns.

Eva BredaDorian Jurne

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden