Eva Breda: 'Ik heb een kat gejat, zo één met een lange vacht' Beeld
Eva Breda: 'Ik heb een kat gejat, zo één met een lange vacht'

Eva Breda: 'Ik heb een kat gejat, zo één met een lange vacht'

Wij hebben ooit een kat gered - uh, gejat. Zijn naam noem ik niet, uit angst dat iemand me vandaag de dag toch nog komt berechten. De officiële eigenaren, bijvoorbeeld. Want dat waren geen lekkertjes. En ik kom er ongetwijfeld met een mank pootje en een gescheurd oortje vanaf als ik hen aan mijn deur krijg.

De liefste kat ooit

De jatkat was de liefste kat die je ooit hebt gezien. Hij had een lange wolkenvacht zo donkergrijs dat het ieder moment kon gaan regenen. En dan dat chagrijnige kopje, met die platgeslagen neus, dat eveneens op standje onweer stond. Hij had een klein wit snorretje en oogjes, zulke grote oogjes. Oogjes die smeekten om wat liefde omdat hij dat thuis niet kreeg. Hij kon niet miauwen, had zichzelf schor gehuild. De enige manier om te smeken om aandacht, waren die oogjes.

Gluren bij de buren

Mijn moeder verzorgde voor haar werk een oude kunstenares van het type blote voeten in de stad. Zij had niet alleen een boel vreemde kunst van verloren artiesten in huis, maar ook een boel verloren dieren. Onder hen het witte snorretje. Hij was van haar buren, maar aangezien hij daar werd opgesloten, getrapt, soms dagen geen eten kreeg en er tussen de familieruzies en klappen thuis geen aai voor hem overbleef, stak hij zijn kopje eens door het luikje van de buurvrouw en vond hij een waar kattenparadijs waar de Royal Canin à 60 euro de zak uitgestald stond en waar de katten languit spinden op het designmeubilair.

Lees ook Ik heb een 91 jarige penvriend, zal hij overlijden terwijl hij op mijn brief wacht?

Toevluchtsoord

Na een paar mooie jaren in dat paradijs waar het witte snorretje werd geaaid, gevoerd, naar de dierenarts werd gebracht en regelmatig als een poedel werd gekapt zodat zijn lange vacht hem in de zomer niet in de weg zat, besloten de officiële eigenaren dat ze hem terug wilden. Ze eisden het witte snorretje weer op en sloten hem op in de badkamer tijdens hun vakantie. Iedere dag hoorde de kunstenares zijn schorre gehuil door een kier in het raam. Toen redde - uh, jatte - ze hem en zocht ze een plek waar hij onder het mom van ‘weggelopen, ach, wat jammer nou’ zijn laatste jaren kon slijten. Want het witte snorretje was inmiddels grijs en als het had gekund, waren zijn smekende oogjes omringd door rimpels van ouderdom en stress. Dat veilige toevluchtsoord werd mijn moeder.

Bye poesje, bye poesje

Ik zal nooit vergeten dat ze thuiskwam met het snorrenkatje. Dat ik stoer aan vriendinnetjes vertelde dat we een gestolen kat thuis hadden. En dat ik dat dan weer niet aan te veel mensen moest vertellen uit angst dat ze hem terug kwamen jatten. Maar toen ons snorretje vijf jaar geleden zijn laatste adem uitblies, was het goed. We hadden hem geaaid, we hadden hem doen spinnen, we hadden zelfs soms een schorre, maar opgewekte miauw gekregen. We hadden een katje gered - uh, gejat.

Eva Breda (25) werkt voor Libelle, woont in Amsterdam en wijdt elke week een column aan iets waar ze haar hoofd over breekt.

Eva Breda

Op alle verhalen van Flair rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@flair.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden