Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Lisanne: ‘Het voelde alsof ik moest voorkomen. Alsof ik de verdachte was’

Lisanne: ‘Het voelde alsof ik moest voorkomen. Alsof ik de verdachte was’

Lisanne: ‘Het voelde alsof ik moest voorkomen. Alsof ik de verdachte was’

Laatst stond ik voor de rechter, in de rechtbank van Utrecht, een statig gebouw met hoge, zware deuren die ik niet in mijn eentje open kreeg, en meer glas-in-lood dan mijn huis überhaupt aan ramen had.

Ik was geheel tegen mijn karakter en principes in een uur te vroeg, uit angst voor de strenge doch rechtvaardige blik van vrouwe Justitia. Het voelde alsof ik moest voorkomen. Alsof ik de verdachte was. “Wat moet ik zeggen, zo, eigenlijk, als het proces begint?” vroeg ik aan de beveiliger, die me aankeek alsof hij water zag branden. Ik geloof dat ik dezelfde blik had toen de deur openging en mijn naam werd omgeroepen. Daar ging ik. Geen weg meer terug. Ik werd beëdigd.

‘Ja ik wil’

Dit alles begon een halfjaar geleden met een vraag van een van mijn beste middelbareschoolmaten Judith. Of ik haar Babs (buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand) wilde zijn. Google vertelde me dat dat dus betekende dat ik haar en haar aanstaande man officieel mocht trouwen. Ja, ik wil. Doodeng, maar ja, ja, ik wil.

En dus moest ik antwoord geven op de vraag of ik de ‘betrekking van Babs met eerlijkheid en nauwkeurigheid zal vervullen en dat ik de wettelijke voorschriften, burgerlijke stand betreffende, met de meest nauwgezetheid zal opvolgen; dat ik voorts tot het verkrijgen van mijn aanstelling, middellijk noch onmiddellijk, onder enige naam of voorwendsel, aan iemand iets heb gegeven of beloofd, en dat ik, om iets in deze te doen of te laten, van niemand enige beloften of geschenken zal aannemen’.

Lees ook
Lisanne: ‘Het verlies van de ene ouder doet je vrezen voor het verlies van de andere ouder’

Eer en geweten

De rechter vroeg of ik mijn rechterhand omhoog wilde doen, bij het afleggen van de eed. Vijf woorden, veel zenuwen, mijn rechterhand trilde toen ik die omhoog bracht, te danken aan de serieuze setting en het zenuwachtige getik van de griffier. “Dat verklaar en beloof ik.” Ik zei het plechtig, luid, alsof ikzelf iemand op dit moment eeuwige trouw beloofde, zo voelde het echt.

Alsof iemand een mooi sieraad bij me omdeed dat goed stond, maar niet meer af kon. Ik had van tevoren gegoogeld wat ik voor de rechtbank zou verkondigen, en het betekende zoveel als dat ik me niet mocht laten omkopen en mijn functie – babs voor een dag – naar eer en geweten moest invullen.

Dat kun jij wel, had iedereen gezegd, en de Brabo grapte er nog achteraan: “Als je ná de ceremonie pas aan de champagne gaat”. Ik liet de champagne staan, trok een toga aan, struikelde een paar keer over de te lange stof en voelde een straaltje zweet langs mijn rug naar beneden lopen toen ik de ceremoniezaal in liep.

Lef

De gasten stonden buiten en door een klein raampje in de torenkamer kon ik precies zien hoe mijn Judith in een prachtige prinsessenjurk uitstapte. De vriendin bij wie ik heb afgekeken met tentamens, die ik als allereerste belde toen ik voor het eerst had getongd, die ik heb zien zoenen achter het schoolplein met namen die vandaag niet genoemd zouden worden.

Voor trouwen is lef nodig. Je belooft elkaar iets voor in de toekomst, terwijl je niet weet wat die toekomst brengt. Als je dat samen aandurft, zit het goed. Judith en haar Nick liepen door een boog vol klappende mensen naar het kasteel, ik struikelde over mijn toga heen naar mijn spreekgestoelte en stond klaar toen ze binnenkwamen, eerst Nick, strak in pak, daarna Judith, zingend, You’re still the one van Shania Twain. Looks like we made it. Look how far we’ve come, my baby.

Zij huilden, iedereen huilde, ik huilde, ik sprak, zij spraken, en toen kwam het officiële gedeelte. Ja, zij wilde. Ja, hij wilde. Ik verklaarde ze tot man en vrouw, want dat mocht ik, de wet en ik hadden een deal, een afspraak, en toen zoenden zij. En ik kon me op dat moment niet precies meer herinneren wat er allemaal in die wet stond, in al die moeilijke bewoordingen en ellenlange zinnen, mijn hoofd was een beetje zompig, week, want de liefde, mensen.

De liefde.

Journalist Lisanne van Sadelhoff (32) woont met haar hond Leo in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt.