Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Marleen Staal > Marleen: ‘Bij de eerste kus aan mijn zoon dacht ik aan de laatste kus die ik mijn moeder gaf voordat ze stierf’

Marleen: ‘Bij de eerste kus aan mijn zoon dacht ik aan de laatste kus die ik mijn moeder gaf voordat ze stierf’

Marleen: ‘Bij de eerste kus aan mijn zoon dacht ik aan de laatste kus die ik mijn moeder gaf voordat ze stierf’

Moeder zijn zonder zelf een moeder te hebben. Of vader. Marleen (30) verloor op jonge leeftijd haar beide ouders en voelt, nu ze zelf kersverse moeder is, hoe dit gemis een nieuwe rol speelt in haar leven. Voor Flair schrijft ze elke week hoe het is om te rouwen in je kraamtijd, over die roze wolk niet altijd even roze is en over het gouden randje dat verdriet soms ook kent.

Het gat krijgt geen plekje

Rouwen is niet voor niets een werkwoord, als je er eenmaal mee begint zal je er nooit mee ophouden. Dat klinkt vermoeiender dan het is, want rouwen doe je niet elke dag evenveel. Het overvalt je als een flinke hoosbui je op een zonnige dag. Je loopt misschien wel elke dag met een donderwolk boven je, het regent niet ieder moment. Er is tussendoor genoeg tijd voor zonnige momenten waar je intens van kan genieten.

Ik krijg dan ook jeuk als mensen het hebben over verlies ‘een plekje geven’. Als je iemand verliest – in mijn geval mijn beide ouders – dan is het gat dat wordt weggeslagen niet iets dat een plekje kan krijgen. Dat gat neemt juist een enorme plek ín. Het is dus andersom. Je leven gaat door en die gapende, zwarte leegte wordt daar onderdeel van. Door te rouwen leer je dit met verdriet, boosheid en acceptatie te omarmen en zo wordt iemand verliezen onderdeel van wie je bent.

Nieuw hoofdstuk, opnieuw rouwen

Ik sta er dan ook niet altijd bij stil dat ik het doe, rouwen. Rouw komt in vele gedaantes voorbij afhankelijk van welk hoofdstuk je in je leven bent. Ik dacht bijvoorbeeld dat ik het verlies van mijn ouders had verwerkt, dat ik na heel wat bladzijden aan therapie en tranen verder kon met mijn eigen verhaal. Tot ik dit jaar moeder werd. Een nieuw hoofdstuk betekent opnieuw rouwen.

Met de komst van een baby voelde ik me ineens zelf weer een kind en wie heeft een kind het meeste nodig als ze op haar kwetsbaarst is? Haar ouders. Dus daar zat ik dan, aan de rand van mijn kraambed. De roze wolk maakte al snel plaats voor een donderwolk die nooit echt weg was gegaan: het rouwen.

Lees ook
Hoe je iemand steunt die rouwt: Marleen verloor beide ouders en vertelt daarover

Eerste kus, laatste knuffel

De eerste kraamdagen vond ik net zo heftig als de eerste dagen zonder mijn moeder. Toen ik mijn kersverse blote baby op mijn borst gelegd kreeg, dacht ik in een flits terug aan hoe ik zelf een aantal jaar geleden op het sterfbed van mijn moeder zo lag, met mijn hoofd op haar borst. Een laatste knuffel. En nu gaf ik mijn eerste knuffel aan mijn eigen zoon. Leven en dood, het bestaat zo nauw naast elkaar. Dat ook daadwerkelijk zo ervaren is best zwaar. Het voelen van het intense gemis van je ouders, maar ook de plotselinge grootse liefde voor je eigen kind die alle emoties wil overschreeuwen. Alsof er twee titanen in mijn hoofd het tegen elkaar opnemen wie het meeste ruimte krijgt in mijn hart: het rouwen of het houden van?

Maar in mijn hoofd was er geen ruimte voor beiden. Het is of/of, er is geen grijs gebied. Vanaf het moment dat Fynn in mijn leven was, voelde ik extra hard hoe ik mijn eigen vader en moeder in mijn leven miste. Hoe kon dit? Ik zou toch high on hormonen, met mijn baby in mijn armen alleen maar een potje gaan zitten te genieten? Dat zag ik overal online op mijn tijdlijn gebeuren. Hoe kunnen er dan ook zoveel tranen vloeien? Dat zeiden ze er niet bij in de handleiding…

Er is gelukkig goed nieuws. De hoosbui die gepaard gaat met mijn niet zo roze wolk gaat vanzelf weer liggen. Alleen weet ik nog niet wanneer. Ik moet het maar gewoon over me heen laten komen en in de tussentijd op zoek naar een plekje waar ik af en toe kan schuilen. Want na een traan volgt een lach, dat ik huil betekent niet dat ik nooit meer zal lachen. Ik geef het tijd, geef mezelf de ruimte. Er is in mijn hart namelijk plek genoeg voor mijn vader, moeder én mijn lieve baby Fynn.

Marleen (30) werkt voor Flair, is moeder van zoon Fynn en proeft van het prille ouderschap met man Tyron. Ze verloor op jonge leeftijd haar ouders en schrijft over rouwen en hoe het is om moeder te zijn zonder moeder.

Fotograaf: Dian Dillema