Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marleen: ‘Toen mijn ouders ziek werden, stond ik altijd ‘aan’. Nu mijn baby er is komt dat gevoel terug’

Marleen: ‘Toen mijn ouders ziek werden, stond ik altijd ‘aan’. Nu mijn baby er is komt dat gevoel terug’

Marleen: ‘Toen mijn ouders ziek werden, stond ik altijd ‘aan’. Nu mijn baby er is komt dat gevoel terug’

Het schemert als ik op de fiets zit. In een lekker tempo raas ik voorbij de huizen, maar ik merk dat ik steeds iets langzamer rijd als ik door mijn lievelingsbuurt sjees. De lichtjes lijken hier extra gezellig te branden, de warmte is bijna voelbaar vanuit de woonkamer waar mensen op hun bank languit liggen na een lange werkdag.

Lang leve de Nederlandse cultuur van het niet dichtdoen van de gordijnen, want zo kan ik voor die ene milliseconde meegenieten van het tafereel wat zich achter het glas afspeelt.

Een tafereel waar ik soms zelf even graag deel vanuit zou willen maken. Ik zou zo een willekeurig huis binnen willen stappen, mezelf onderdompelen in de knusheid, me laten verzorgen door de moeder des huizes, op de bank willen ploffen en even helemaal niets hoeven.

Ouders ziek

Ook al ben ik net nieuw in het moederschap, het gevoel altijd aan te staan is voor mij niet nieuw. Toen mijn ouders ziek werden en het duidelijk werd dat er geen beterschap aan het einde van de kilometers lange ziektetunnel was, ging er automatisch een knop om en stond ik in de zorgstand. Ik was er, ik stond aan. Elk ziekenhuisbezoek, elke laatste minuut die ik nog met ze had, zelfs in mijn dromen ’s nachts was ik alleen met hen bezig. En heb daarna eigenlijk nooit meer ‘uit’ gestaan besef ik me, sinds ik in therapie ben.

Dat ik als moeder altijd aan zou moeten staan, daar keek ik dus ook niet per se tegenop. Ik kon me een voorstelling maken van hoe dit zou zijn, het continu zorgen voor iemand. Dat had ik immers al twee keer gedaan voor beide ouders en toen was ik nog jong en onervaren. Voor een baby zorgen zou ik dit toch ook wel moeten kunnen?

Maar er is een factor waar ik geen rekening mee heb gehouden. Dan heb ik het niet eens over slapeloze nachten die het ‘aan staan’ redelijk bemoeilijken. Ik kan me namelijk als moeder niet altijd even terugtrekken met mijn verdriet. Ik moet soms mijn tranen inslikken als dat kleine ventje op mijn schoot mijn onverdeelde aandacht wil. Omdat ik niet alleen maar de moeder wil zijn die huilend op de bank zit, houd ik me daarom dus soms groot, iets te groot misschien, zodat ik ook even ‘leuk’ ben. Maar dat mijn verdriet even op pauze wordt gezet, betekent niet dat het dan ook weg is. Een valkuil van het rouwen waar ik elke keer in lijk te trappen. Als ik het maar diep genoeg wegstop of negeer, dan is het er niet.

Lees ook:
Marleen: ‘Ik wil dat je weet wat ‘nee’ betekent, voor jezelf en voor een ander’

Thuiskomen bij mama

Als ik dan wel even alleen ben met mijn gedachten en het verdriet overvalt me, denk ik altijd aan die warme huisjes. Gaat het gezellige kaarslicht aan in mijn hoofd en trek ik de deur in mijn hoofd achter me dicht. Laat ik me overgieten met liefde van mijn eigen moeder, voel ik haar weer even heel dichtbij. Dan denk ik aan toen ik nog niet voor haar hoefde te zorgen en hoe zij voor mij zorgde. Dat koude washandje op mijn voorhoofd als ik ziek was of die eindeloze knuffel als ik ergens om moest huilen en ik bij haar op schoot mocht kruipen. Hoe oud ik ook was.

Op deze manier is mijn moeder, ook al is ze er al tien jaar niet meer, toch nog even bij me. Als ik het moeilijk heb als moeder, als ik het even niet meer weet als Marleen, als ik mijn oude ‘ik’ mis, als ik mijn jongere ‘ik’ mis die haar ouders nog niet hoefde te missen. Als alles gewoon net even iets te veel is, dan zoek ik haar op.

In die gezellige lichtjes is mijn moeder aanwezig. Dat is mijn ’thuiskomen’, daar staat mijn bank waar ik even op mag ploffen zodat ik mezelf weer kan opladen. Zo kan rouwen soms toch ook iets heel moois zijn. Je hoeft iemand niet écht voor altijd te missen, je kan hem of haar altijd opzoeken in je herinneringen. Want die gaan nooit weg, die gaan nooit dood. Die zijn er altijd.

Marleen (30) werkt voor Flair, is moeder van zoon Fynn en proeft van het prille ouderschap met man Tyron. Ze verloor op jonge leeftijd haar ouders en schrijft over rouwen en hoe het is om moeder te zijn zonder moeder.