Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marleen: ‘Hoe makkelijk ik over de dood van mijn ouders praat, zo moeilijk vind ik het om om hulp te vragen’

Marleen: ‘Hoe makkelijk ik over de dood van mijn ouders praat, zo moeilijk vind ik het om om hulp te vragen’

Marleen: ‘Hoe makkelijk ik over de dood van mijn ouders praat, zo moeilijk vind ik het om om hulp te vragen’

“En je vader of je moeder”, vraagt de wijkverpleegkundige van het consultatiebureau, “kunnen zij helpen?” “Die heb ik niet meer.”

Er valt een net iets te lange stilte. Mijn woorden rollen met een bijna enge vanzelfsprekendheid van mijn tong. Het zijn juist deze mini-momenten waarop het weer even pijnlijk voelbaar wordt dat het verliezen van mijn ouders niet iets ‘normaals’ is. Al voelt het na al die jaren voor mij inmiddels wel zo. Het is voor mij ‘gewoon’, ik ben al een tijdje niets anders gewend.

Door de jaren heen heb ik hier behoorlijk mee geworsteld, dat ik ‘alleen’ ben. Dit lot wat mij is overhandigd, is niet als een lot uit de loterij, maar voelt als een soort label wat je opgeplakt krijgt. ‘Marleen, die heeft geen ouders meer.’ Toen een paar jaar na het overlijden van mijn moeder, ook mijn vader stierf, wilde ik koste wat kost van dit label af nog voor ik het kreeg. Ik wilde ‘gewoon’ Marleen zijn. Maar ja, zo’n enorme gebeurtenis vormt wel wie je bent, daar ontkom je niet aan.

Het laatste wat ik in ieder geval wilde, was medelijden. Van dat van een ander, maar vooral dat van mezelf. Zelfmedelijden, daar heb je niks aan zei de veel te strenge stem in mijn hoofd. Een paar weken van rouw gunde ik mezelf, maar daarna moest het afgelopen zijn. Je moet door en dat kun je alleen maar als je je schouders eronder zet. How little did I know.

Deze vrijgevochten onafhankelijkheid heeft me in eerste instantie wel goed door de jaren heen gesleept. Automatische piloot aan en gaan. Maar inmiddels ben ik zo ontzettend vastgeroest in mijn eigen, zorgvuldig gesponnen web van mijn eigen kunnen, dat ik er niet meer uit kom nu de draadjes langzaam losraken en ik hulp nodig heb.

Zelf weer een kind

Hoe makkelijk ik ook over de dood van mijn ouders kan praten, zo moeilijk vind ik het om te vragen om hulp. Omdat ik veel zelf heb moeten leren doen zonder ouders, vind ik ook dat ik het zelf moet kunnen. Mijn onafhankelijkheid staat me daarom zeker sinds ik zelf moeder ben vaker in de weg, dan dat het me goed heeft gedaan. Je leert als moeder namelijk genadeloos je eigen grenzen kennen en je komt er al snel achter dat ‘willen’ en ‘kunnen’ toch wel iets verder uit elkaar liggen dan je soms wenst.

Als kersverse moeder ben je namelijk zelf ook weer even kind. Over elke poep – letterlijk – en scheet ben je onzeker en dan heb je die aai over je bol nodig, de woorden dat je het goed doet en de hoop dat er altijd iemand is om je te helpen als je het zelf niet meer weet. Je hebt die bevestiging echt nodig van je ouders.

Elke vorm van hulp kun je dan ook goed gebruiken. Al is voor mij de drempel om de hulp ook daadwerkelijk te vragen en toe te laten inmiddels een enorme berg geworden waar ik telkens met al mijn restjes energie over heen moet klimmen. Daardoor duurt het even voor het me lukt. Maar hulp kun je niet ontvangen als je er niet om vraagt.

Moederlijk instinct

Misschien heb je daarom als moeder zijnde misschien ook wel extra behoefte aan je eigen moeder als je het even niet meer weet. Moeders ruiken het gewoon wanneer ze moeten bijspringen, zonder dat je er ooit om hoeft te vragen. Ze zien hun kind vallen nog voor het gebeurt en geven je die kus op je voorhoofd voordat je een moeilijke dag tegemoet gaat zodat je de hele wereld aan kan. Het moederlijk instinct is een zevend wereldwonder en daarom extra bijzonder.

Hoe erg ik de verzorgende handen van mijn moeder nu mis, ik zie ze gelijk weer voor me als ik met mijn eigen vingers voor de zoveelste keer door de oranje haren van mijn zoon strijk als hij het zwaar heeft. Deze herinnering geeft me de bevestiging door te gaan waar ik mee bezig ben. Ook al is mijn eigen moederinstinct nog aan het groeien, mijn kleine baby voelt nu al wel de troost van mijn handelen.

Met die gedachten kijk ik weer eens in het holst van de nacht naar mijn eigen kind, dat mijn bevestiging opnieuw even nodig heeft om fijn te kunnen slapen tijdens de donkerste uurtjes. Laat hem me nu nog maar nodig hebben, want er komt een moment, ik hoop dat het nog heel lang mag duren, dat hij het zonder mij zal moeten doen. Dat ik hem niet meer kan helpen of er voor hem kan zijn. Dus tot die tijd geef ik hem alle tijd die ik heb, zolang mij is gegund.

Marleen (30) werkt voor Flair, is moeder van zoon Fynn en proeft van het prille ouderschap met man Tyron. Ze verloor op jonge leeftijd haar ouders en schrijft over rouwen en hoe het is om moeder te zijn zonder moeder.