Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marleen: ‘Bij elke stap die ik neem in het moederschap verwijder ik mezelf weer iets verder van mijn ouders’

Marleen: ‘Bij elke stap die ik neem in het moederschap verwijder ik mezelf weer iets verder van mijn ouders’

Marleen: ‘Bij elke stap die ik neem in het moederschap verwijder ik mezelf weer iets verder van mijn ouders’

‘Eerste keren’, ik vind het maar niks. Geef mij maar liever de ’tweede keer’, dan is de spanning er af en weet ik wat ik kan verwachten. Nee, er schuilt niet per se een avonturier, een Expeditie Robinson-rot, in mij, maar ondanks de spanning vooraf durf ik wel alles aan. Het leven is te kort en je moet ergens beginnen, dus dan is de eerste keer onvermijdelijk. Net zoals de eerste dag en nacht zonder baby.

Na een halfjaar slaapregressie in en uit, sprongetjes, zesde ziektes en weet ik hoeveel opvanggriepjes hebben mijn blonde wederhelft en ik de maanden overleefd op koffie en karakter. Slaap was er even niet, maar we zijn er nog. Dat niet slapen is niet erg, maar een nacht even samen weg is nu inmiddels wel hard nodig. Zeker nu de baby al een hele vent is en heel goed kan slapen zonder als een koalabeertje op ons te liggen, is het tijd om er even tussenuit te gaan. Tijd voor ons, tijd voor een hotelbed, roomservice en uitslapen.

Al voelt dit moment dat nu echt nadert voor mij alsnog veel te snel. Dat is niet omdat ik niet kan loslaten of omdat ik het spannend vind Fynn achter te laten bij zijn opa en oma. Ik vertrouw ze blind en kan zonder brok in mijn keel wegrijden als het moment daar is. De wendagen van de opvang bijvoorbeeld vond ik alles behalve dramatisch. Even een traan en gaan – aan moeders kant dan. Ik ben goed in loslaten en rust vinden in het vertrouwen dat alles altijd echt wel goedkomt, ook al weet je soms de uitkomst niet.

Overgave, een woord waar ik elke dag naar leef sinds de dood van mijn ouders, want als je je ergens niet op kan voorbereiden en het maar moet nemen zoals het komt, is het dat wel. Nu ik moeder ben komt dat woord telkens als een boomerang weer bij me terug: overgave. Je geeft je namelijk al vanaf de eerste wee volledig over aan het onbekende.

Waarom ik er dan toch zo tegenop zie, die nacht weg? Omdat dit wederom een mijlpaal is waar mijn ouders geen getuigen van zijn. Een moment waarbij het gewoon geen optie is om mijn ouders te vragen op te passen, omdat ze er simpelweg niet meer zijn. Een moment dat in helemaal niets bijzonder is, maar juist omdat het ‘gewoon’ zou moeten zijn, het voor mij ongewoon voelt doordat ik mijn ouders niet meer heb. Ik had het ze zo graag willen vragen, net zoals dat ik ze nog 1001 dingen had willen vragen.

Bij elke vraag, iedere hulp, elk moment dat ik deel van mijn zoon verwijder ik mezelf steeds een stapje verder van mijn ouders. Zodra ik de onzichtbare navelstreng met Fynn – die nog zo duidelijk voelbaar is in elke vezel van mijn lijf – doorknip bij elke Grote Stap in het moederschap die ik neem, word de band tussen mij en mijn ouders een beetje losser. Worden de grenzen vager. Het gemis duidelijker.

Lees ook
Marleen: ‘Hoe makkelijk ik over de dood van mijn ouders praat, zo moeilijk vind ik het om om hulp te vragen’

Daarom gaan deze piekmomenten niet zonder een flinke dip en pruillip voorbij. Een enorm groot nat front nadert mijn brein en zet de storm weer even op ‘aan’. Ik voel zoveel, wil van alles, maar verstijf en kan alleen maar huilen. Terwijl het juist een heugelijke gebeurtenis zou moeten zijn. Ik weet dat zodra de tranen zijn gelaten ik een fantastisch weekend tegemoet ga in dat hotel met een croissantje op bed, Netflix-zappend met de liefde van mijn leven en een paar uurtjes extra slaap. Dat een tweede keer een oppas vragen omdat paps en mams weer op boevenpad gaan een stukje makkelijker zal zijn. En dat er steeds minder tranen aan vooraf gaan en de dip misschien zelfs plaats kan maken voor de voorpret.

Dat ik dit weet, maakt het niet makkelijker. In mijn hart wordt het elk moment steeds pijnlijker. Naarmate ik meer groei, als moeder en als mens, hoe minder ik mijn ouders nodig heb. Word het nog normaler dat ze er niet zijn. Zal blijken dat in elke situatie, wat er ook gebeurt, het me lukt er iets van te maken. Omdat ik er steeds sterker uit zal komen, er eelt groeit op mijn ziel en ik herrijs uit de as van mijn rouw.

Maar soms wil ik gewoon even niet zo sterk zijn, wil ik gewoon het onmogelijke, dat mijn ouders er weer zijn. Dat ik ze kan bellen en gewoon kan vragen om op te passen. Heel gewoon. Zoals iedere ouder dat vraagt aan zijn of haar eigen ouders.

Marleen (30) werkt voor Flair, is moeder van zoon Fynn en proeft van het prille ouderschap met man Tyron. Ze verloor op jonge leeftijd haar ouders en schrijft over rouwen en hoe het is om moeder te zijn zonder moeder.