Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marleen: ‘Door veel over mijn ouders te praten, ook over hun fouten, houd ik ze levend’

Marleen: ‘Door veel over mijn ouders te praten, ook over hun fouten, houd ik ze levend’

Marleen: ‘Door veel over mijn ouders te praten, ook over hun fouten, houd ik ze levend’

Over de doden niets dan goeds, luidt het gezegde. Door de twee grote gaten die in mijn hart zijn geslagen door het verliezen van mijn ouders, zou je misschien verwachten dat ik ook alleen maar de mooiste herinneringen te verkondigen heb.

Nu is dat ook zeker zo, maar mijn ouders waren geen heiligen. Met de jaren die verstrijken durf ik ook steeds meer in mijn hart toe te laten dat ze niet altijd de goedlachse, immer positieve en goede ouder waren. En dat is helemaal oké. Sterker nog, doordat ik dit toelaat, voel ik me weer een beetje extra verbonden met ze.

Troost

Begrijp me niet verkeerd, het liefste hemel ik mijn ouders zo ver op, dat het bijna schandalig en gênant voor iedereen die mijn verhalen over hen wil aanhoren. Mijn ouders waren de liefste, de beste en onovertroffen. Aan deze gedachten heb ik jarenlang ook stevig vastgehouden, want toen ze uit mijn leven werden gerukt waren deze positieve herinneringen het enige dat ik nog had. Het bood troost, ieder keer als ik mijn vader en moeder weer opzocht in mijn gedachten. Het gaf me kracht als ik het moeilijk had. Het zorgde voor een glimlach op donkere dagen.

Als op jonge leeftijd je ouders overlijden, ben je eigenlijk nog enorm van ze afhankelijk. Ze zijn je ouder, je veilige basis waar je altijd op kan terugvallen ook al ben je al lang en breed uit huis en ben je volwassen, ze zorgen misschien niet meer voor je, maar ze maken zich wel altijd zorgen óm je. Dat is een fijne gedachte, ze zullen er altijd zijn, je bent voor altijd hun kind. Dus omarm je elk positief stukje van hun karakter alsof het zo van je kan worden afgepakt, wanneer ze er niet meer zijn. Daarom wordt er – zoals het gezegde – ook nooit kwaad gesproken over de doden. Het is allemaal al erg genoeg wanneer ze er niet meer zijn.

De band met je ouders komt naarmate je ouder wordt onder een vergrootglas, je wordt zelf een jaartje ouder en kijkt kritischer naar je opvoeding en jeugd. Dat is heel natuurlijk en normaal, we willen het namelijk allemaal anders doen dan onze eigen ouders. Maar als je ouders er niet meer zijn op het moment dat je op dit punt in je leven bent aangekomen, kun je dan nog wel kritisch zijn?

Geschreeuwd en gehuild

Tijdens het rouwen is er simpelweg geen ruimte voor kritiek. Je bent bezig met het verdriet, het gemis, dit allemaal te verwerken en het vooral overleven. Maar een nieuwe zijweg in mijn rouwproces is aangebroken. Nu ik zelf moeder ben geworden en ik vaak genoeg (soms iets te) kritisch kijk naar mijn nieuwe rol, kijk ik ook door een nieuwe bril naar mijn eigen ouders.

Het is namelijk verre van realistisch om hen op dat enorme voetstuk te plaatsen waar ik ze al die jaren heb neergezet. Ze waren namelijk niet zonder fouten. Er werd ook gewoon geschreeuwd bij ons thuis, met deuren gesmeten en gehuild in de nacht. Ze waren namelijk niet alleen mijn ouders, ze waren gewoon mens. Met hun eigen gedachten, struggles, verlangens en ook fouten.

Mensen blijken verrassend genoeg altijd menselijk, of ze nu dood of levend zijn. Praten over mijn ouders alsof ze nooit een misstap hebben begaan, zou hen geen eer aan doen. Praten over mijn ouders alsof ze de mensen waren waarin iedereen zich kan herkennen? Dat levert de mooiste gesprekken op, zorgt voor herkenning en verbinding. En zorgt ook voor een zachtere blik als ik kijk naar mezelf als nieuwbakken moeder.

Door mijn ouders in veel gesprekken te noemen, al is het maar kort en een fractie van een seconde en voor mijn gesprekspartner amper op te vangen, zijn ze er weer even. Niet door de herinnering, maar door hardop over mijn ouders te praten houdt ik ze levend. En door te benoemen dat ze ook maar mens waren, geef ik mezelf automatisch ook toestemming mens te zijn. Met mijn fouten. Met mijn verlangens. Met mijn struggles.

Juist de ‘negatieve’ herinneringen zorgen voor een positief effect op mijn eigenwaarde, mijn eigen pad dat ik bewandel in het leven. Deze herinneringen laten negatieve stemmen in mijn hoofd naar de achtergrond verdwijnen. Ik mag fouten maken. Dat maakt me geen slecht mens, geen slechte ouder, maar het maakt me een realistisch voorbeeld voor mijn eigen kind.

Marleen (30) werkt voor Flair, is moeder van zoon Fynn en proeft van het prille ouderschap met man Tyron. Ze verloor op jonge leeftijd haar ouders en schrijft over rouwen en hoe het is om moeder te zijn zonder moeder.