Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Marije Veerman > Marije: ‘Ik was 13 jaar, en onze buurman reed mij stiekem naar een afgelegen parkeerplaats’

Marije: ‘Ik was 13 jaar, en onze buurman reed mij stiekem naar een afgelegen parkeerplaats’

Marije: ‘Ik was 13 jaar, en onze buurman reed mij stiekem naar een afgelegen parkeerplaats’

Ik was dertien toen we nieuwe buren kregen. Een jong stel van in de dertig met een vierjarige tweeling. Ik weet nog hoe blij ik was. Als jongste in het gezin vond ik het altijd jammer dat ik nooit een broertje of zusje had. Met de komst van de nieuwe buren zag ik kansen.

Misschien mocht ik wel oppassen? Ik weet nog dat ik extra aardig probeerde te zijn. Soms keek ik uit het raam van mijn slaapkamer en zag ik de buurman richting voordeur lopen. Dan zwaaide ik en hij zwaaide terug. Zelfs nu ik het opschrijf voel ik me daar nog vies over. Het is meer dan vijfentwintig jaar geleden, maar ik kan elk gevoel nog terughalen.

De blijdschap toen de buurman op een dag voor de deur stond om te vragen of ik misschien een oppasbaantje zocht en de teleurstelling toen bleek dat ze gingen verhuizen nog voordat ze een oppas nodig hadden gehad. En toen op een vrijdagavond ging ineens de telefoon. Mijn moeder nam op. Ze waren bij zijn schoonouders, die bij ons om de hoek woonden. Ze wilden graag een hapje eten in de stad en vroegen of ik wilde oppassen. Mijn moeder twijfelde, maar ik haalde haar over:  “Alsjeblieft, alsjeblieft.”

Later hoorde ik van mijn moeder over het onbestemde gevoel dat ze had toen hij vijf minuten later al met de auto voor de deur stond, maar het ging allemaal te snel. Terwijl ze nog heen en weer werd geslingerd tussen ingrijpen of loslaten, zat ik al in de auto. Ik wist het op het moment dat de auto de straat uit reed en niet de kant op ging van zijn schoonouders. Ik herinner me nog dat hij lachte toen ik vroeg waar we naartoe gingen. Ik had het verkeerd begrepen, zei hij. Ze zaten bij zijn ouders, niet bij die van haar. Ik wist dat hij loog. Zo zeker als je op je dertiende weet dat Sinterklaas niet bestaat, maar ik hield mijn mond.

In plaats daarvan vormde de angst een klomp in mijn buik. Uiteindelijk reed hij naar een afgelegen parkeerplaats midden in de polder. Ik herkende het als de parkeerplaats van het zwembad. De muziek van Ruth Jacott klonk op de achtergrond. Ik heb er veel aan gedacht de laatste weken. Toen alle verhalen naar buiten kwamen naar aanleiding van The Voice. De verontwaardiging die ontstond, waarom deze meiden het ‘hadden laten gebeuren’. De vragen ook. Hoe kan het toch dat je niet vecht? Het antwoord is vrij simpel en weinig feministisch.

Het is weten dat je geen kant op kunt. Het is weten dat je het altijd aflegt tegen de kracht van een man. Of je nou dertien bent, achttien of achtentwintig. Het is weten dat als je vecht er altijd nog iets ergers kan gebeuren. Ik was dertien en daar in die auto wist ik dat. Ik luisterde naar zijn monoloog over hoe verliefd hij op me was en ik dacht alleen maar aan wat ik kon doen om hem niet boos te maken. Nog steeds besef ik dat ik enorme mazzel heb gehad over hoe het is afgelopen. Dat het is gebleven bij pogingen alleen.

Als één ding mij pijnlijk duidelijk is geworden nu de eerste verontwaardiging rondom de onthullingen rond The Voice is in-gedaald, is het dat er op het onderwerp nog altijd een taboe rust. Eén op de tien vrouwen krijgt in haar leven te maken met een vorm van seksueel geweld, seksueel misbruik en seksuele intimidatie. Het enige wat we kunnen doen is ons uitspreken. Om bewustwording te creëren en ervoor te zorgen dat de stilte die er heerste voor The Voice niet terugkeert.

Marije Veerman (38) woont met Franklin (38), zoon Kyano (13) en dochter Liv (9) in Purmerend. Alle columns van Marije lees je op onze website. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.