Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marije: ‘Hoe leg je in vredesnaam dat schreeuwende schuldgevoel het zwijgen op?’

Marije: ‘Hoe leg je in vredesnaam dat schreeuwende schuldgevoel het zwijgen op?’

Marije: ‘Hoe leg je in vredesnaam dat schreeuwende schuldgevoel het zwijgen op?’

Op Internationale Vrouwendag klinkt de roep weer even keihard: vrouwen moeten financieel onafhankelijk zijn en parttime werken staat dat in de weg.

Slechts een kwart van de vrouwen in Nederland heeft een fulltimebaan. De helft van de vrouwen heeft geen eigen inkomen dat hoger is dan het wettelijk minimumloon. Dat dit een probleem is, hoef ik voor niemand nog uit te tekenen. Afhankelijk zijn is nooit goed, zeker niet van een partner van wie je nooit zeker weet of het je partner blijft. Gaat de relatie stuk, dan zit jij met de gebakken peren. In de jaren zeventig, toen mijn moeder haar eerste kind kreeg, had ze voor die parttimebaan waarschijnlijk een moord gedaan. Ze werkte na een jarenlange studie bij Shell, maar stopte toen ze kinderen kreeg. Want zo ging dat toen. Punt. Toch fluisterde ze mij regelmatig in hoe belangrijk het was om later financieel onafhankelijk te zijn: “Je weet nooit hoe het leven loopt. Dan kun je in elk geval jezelf onderhouden.” Waarschijnlijk omdat ze maar moeilijk kon verkroppen dat zij dat op dat moment niet kon. Toen wij eindelijk op de middelbare school zaten en ze haar kans schoon zag, bleek haar branche zo veranderd dat er niets anders op zat dan zich te laten omscholen. Ze bikkelde door drie jaar studie heen, omringd door veel jongere studiegenoten, en moest zich tijdens stages ontdoen van het stigma van ‘dat huisvrouwtje dat ook wil meedoen’.

Kind op schoot

Maar daar was ineens het fenomeen deeltijdbaan. Wel moederen, geen gat in je cv, the best of both worlds. Natuurlijk was het even moeilijk toen je amper twaalf weken na die levens veranderende gebeurtenis dat kleine hoopje voor het eerst bij de kinderopvang achterliet. Maar je zette door. Hier had je goed over nagedacht, je wilde een bijdrage blijven leveren aan de maatschappij, aan je portemonnee en aan je eigen ontwikkeling. Je wist heel goed dat feministen in de jaren zeventig en tachtig voor deze mogelijkheid hadden gestreden. Maar nu vinden diezelfde feministen de parttime werkende vrouw dus verwend. Een prinsesje dat er eigenhandig voor zorgt dat de loonkloof niet wordt gedicht en de emancipatie muurvast zit.

Daar zit je dan, met een kind op schoot, achterstallig werk voor je neus en ongewassen haren, terwijl je je afvraagt: hóé dan? Wie gaat er, als beide ouders fulltime werken, naar de schoolvoorstellingen – altijd op onhandige tijden? Hoe zorg je voor een gezonde maaltijd in dat uurtje waarin jij thuiskomt en je kinderen alweer naar bed moeten? Wie blijft er thuis bij een ziek kind? En hoe leg je in vredesnaam dat schreeuwende schuldgevoel het zwijgen op? Ik werk wél fulltime en worstel daar elke dag mee. Het wordt tijd dat we inzien dat onze hele maatschappij is ingericht op deeltijd werkende vrouwen. Om daar bewijs voor te vinden, hoef je alleen maar te kijken naar iets simpels als de schooltijden. Ter vergelijking: in Denemarken gaan kinderen standaard tot vier uur naar school. Vandaag werd met luid tromgeroffel een verhoging van het ouderschapsverlof bekendgemaakt. Ouders krijgen in het eerste jaar dat ze ouderschapsverlof opnemen niet vijftig, maar zeventig procent van hun loon uitbetaald, maar het is slechts een druppel op een gloeiende plaat. Daar zou het over moeten gaan op een dag als deze. Niet door wederom met het vingertje te wijzen naar de Nederlandse vrouw en de vraag ‘draagt ze wel genoeg bij?’ op te werpen.