Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marije: ‘Eindelijk zag ik in wat de achternaam van Franklin en de kinderen echt was: een slavennaam’

Marije: ‘Eindelijk zag ik in wat de achternaam van Franklin en de kinderen echt was: een slavennaam’

Marije: ‘Eindelijk zag ik in wat de achternaam van Franklin en de kinderen echt was: een slavennaam’

Franklin en onze kinderen heten Meyerhoven. Jarenlang heb ik daar nooit verder over nagedacht. Het was simpelweg een gegeven, net zoals mijn naam een gegeven was. Ik stelde me weleens voor dat ik afstamde van een man die mensen heen en weer bracht met een veer, maar verder dan dat ging mijn interesse niet.

Meyerhoven klinkt natuurlijk hartstikke Nederlands, terwijl de roots van Franklins vader in Suriname liggen. Maar dat land is lange tijd een Nederlandse kolonie geweest. Het zal wel, dacht ik. Ik vroeg er niet naar, dacht er verder niet over na.

Wat wist ik eigenlijk weinig over de slavernij

Tot de kinderen groter werden en ik meer wilde weten over hun roots. Ik begon te lezen. Over het land, over de slavernij. Over de marrons, de ontsnapte tot slaaf gemaakten die in de bossen van Suriname in een soort vrijstaat leefden en vanaf daar verzet voerden. En over het relatief lage aantal kinderen dat werd geboren in gevangenschap in Suriname ten opzichte van bijvoorbeeld tot slaaf gemaakten in Noord-Amerika. In Suriname bleef de toevoer van tot slaaf gemaakten uit Afrika daardoor ‘nodig’ en Nederlanders exporteerden in drie eeuwen meer dan 600.000 mensen.

Wat wist ik eigenlijk weinig. Waarom was dit nooit onderdeel van mijn opvoeding geweest, of opleiding? Dat wilde ik met mijn kinderen anders doen. Ik weet nog goed dat het kwartje viel. Ik las hoe Afrikanen uit vooral Ghana werden vervoerd, en eenmaal in Suriname werden gestript van alles wat ze een identiteit gaf, in de eerste plaats hun naam.

Lees ook
Marije: ‘In mijn twintig jaar met Franklin heb ik kunnen zien hoe vaak je er tussenuit wordt gepikt door de kleur van je huid’

Een slavennaam

Franklins vader, inmiddels helaas overleden, was op een plantage opgegroeid. Dat wist ik uit de weinige verhalen die Franklin wél kende. Zijn oma was zelfs nog geboren in gevangenschap, toebehorend aan de plantagehouder. Het is recente geschiedenis, zo dicht zitten de generaties die de slavernij hebben meegemaakt op de onze. Generatie op generatie van mensen die geen enkel beslissingsrecht hadden, geen thuis, geen basis om voor te werken, geen gezin om voor te zorgen, geen toekomst. Niets.

Het was toen dat ik eindelijk inzag wat de naam Meyerhoven echt was: een slavennaam. Een naam die niets zegt over de roots van mijn kinderen, behalve de directe verwijzing naar de naam van de man, de familie, die ooit in het bezit was van hun overgrootouders. Meyerhoven: als in onderdeel van de hoven van de familie Meyer.

Niet langer onwetend zijn

Het is hard, pijnlijk en uiterst verdrietig. In Nederland wonen tienduizenden mensen in deze wetenschap. Een achternaam dragend die daarmee hun hele zijn verbindt aan de slavenhouders en het leed, de angst, de pijn en de onderdrukking die daarmee samenhangen. Niet zo gek, dat veel mensen deze achternaam willen veranderen.

Ik wil vooral niet langer onwetend zijn. Niet voor Franklin, niet voor mijn kinderen. Wie was deze meneer Meyer wiens naam mijn kinderen dragen? Wat speelde zich af op die plantage? Hoe was het leven van hun overgrootouders én is misschien nog te achterhalen van wie ze wél afstammen? Ik ben de zoektocht inmiddels begonnen. Of ze daarna hun naam willen veranderen, is aan hen.

Marije Veerman (39) woont met Franklin (38), zoon Kyano (13) en dochter Liv (10) in Purmerend. Alle columns van Marije lees je op onze website.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief