Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Lisanne van Sadelhoff > Lisanne: ‘De eerste helft van mijn leven was op zijn zachtst gezegd verschrikkelijk’

Lisanne: ‘De eerste helft van mijn leven was op zijn zachtst gezegd verschrikkelijk’

Lisanne: ‘De eerste helft van mijn leven was op zijn zachtst gezegd verschrikkelijk’

De eerste helft van mijn leven was verschrikkelijk. De creatieve vrijheid van mijn broertje was in ons gezin belangrijker dan mijn behoefte aan bedrust. Om half acht ʻs ochtends sprong dat kutkind (waarheidsgetrouwe benaming) uit bed. Hij nam plaats achter zijn drumstel en riep dan: “Sorry, dit moet even!”

Kutkind

Die sorry was niet afdoende voor het helse kabaal dat daarna door ons huis – met houten vloeren en dunne muren – dreunde. Van álle instrumenten die mijn broertje had kunnen kiezen (triangel, akoestische gitaar, piano) koos hij het luidste en lompste. En mijn ouders hè, die stonden áltijd faliekant achter al dat geboem-boem-tsjak, want creativiteit komt op als kakken.

“Wie heeft er ook last van?” vroeg mijn moeder na elke klaagzang van mij, waarmee ze verwees naar het feit dat ons huis vrijstaand was. Ik stak dan mijn vinger op. “Ik heb er last van, ik ben een puber en pubers houden niet van geluid, en al helemaal niet als hun broertjes het produceren.” Zijn liefde voor zijn drumstel bleek hardnekkiger dan die voor de meisjes die hij mee uiteten nam.

Zijn optredens brachten ons gezin naar plekken waar we anders niet zouden komen. Ik zie nog voor me hoe hij als achtjarige bij de fanfare tijdens een dorpsfeest niet boven de trommels uit kwam en een bierkrat als verhoging gebruikte. De vertedering in de zaal was haast voelbaar. En ik weet nog hoe ik ooit met vriendinnen mega-omaonderbroeken bij de Zeeman had gekocht en die op het podium had gegooid, alsof we groupies waren.

Hij was woest. Zijn eerste optreden met zijn rockbandje was op school, een nummer van Metallica. Twaalf was hij, zijn grote hamsterhoofd kwam nét boven de bekkens en hi-hat uit. De volgende dag vroegen de populairste meisjes in mijn klas zich af wie dat leuke jongetje achter het drumstel was. “Zo schattig!” En dat was echt de énige benaming die ik nou nooit aan mijn broertje zou toekennen.

Lees ook
Lisanne: ‘Ik wil het niet druk hebben en ik wil niet instorten’

Drie jaar later mocht hij een keer optreden in de Melkweg. Mijn ouders en ik waren  zo zenuwachtig dat er niemand zou komen, dat we iedereen die we kenden hadden uitgenodigd. Ik zie mijn broertjes paniekerige hoofd nog voor me toen hij op het podium ontdekte dat hij zijn drumstokken was vergeten. En hoe onze lieve moeder, zijn fan, als vanzelf twee stokken uit haar handtas haalde, ze had ze bij zich, altijd, bij elk optreden, “voor het geval dat“.

Mijn broertje is nu dertig, hij vergeet nooit meer zijn stokken en komt boven zijn drumstel uit. Afgelopen week weer, hij speelt in een band die de nummers van Fleetwood Mac covert. Ik was er, het zusje van de drummer, en ik keek naar dat enthousiaste hoofd en voelde wat ik sinds de tweede helft van mijn leven voel: intense trots in elke vezel van mijn lijf.

Van die trots die je alleen hebt bij iemand van wie je heel veel houdt. Die maakt dat je tegen iedereen in de zaal wilt zeggen: “Dat is mijn broertje.” Oprechte trots, zuiver, zonder jaloezie, zonder kritiek. En dan glundert hij, en dan glunder ik vanzelf mee, en dan voelt het bijna, echt bijna, alsof ik zelf op dat podium sta, achter dat drumstel zit – al is het voor iedereen beter dat ik dat aan dat kutkind overlaat.

Journalist Lisanne van Sadelhoff (31) woont met haar hond Leo in een klein – maar fijn – appartement in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt.