Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Lisanne van Sadelhoff > Lisanne: ‘Omdat ik van tevoren niet wist hoe ik me zou voelen na een derde shotje Pfizer, ging ik me vervelen’

Lisanne: ‘Omdat ik van tevoren niet wist hoe ik me zou voelen na een derde shotje Pfizer, ging ik me vervelen’

Lisanne: ‘Omdat ik van tevoren niet wist hoe ik me zou voelen na een derde shotje Pfizer, ging ik me vervelen’

“Wat ga je morgen doen?” vroeg de Brabo me terwijl hij naast me in bed kroop en meteen de dekens meren-deels in beslag nam. “Morgen ga ik me vervelen,” zei ik. “Hoezo?” “Omdat ik dat eigenlijk nooit doe.”

Verveling

De boosterprik die ik die ochtend had gekregen, bood de perfecte verveelgelegenheid: omdat ik van tevoren niet wist hoe ik me zou voelen na een derde shotje Pfizer (altijd hetzelfde liedje met shotjes), besloot ik de dag erna vrij te nemen voor het geval dat. Ik keek er al weken naar uit, ik had het ook groot in mijn agenda gezet, met spaties tussen elke letter voor de nadruk: V E R V E L E N. Van tevoren deed ik diepgaande research. De Van Dale legde uit dat verveling ‘een onaangenaam lang gevoel van leegte’ is. Klonk niet heel uitnodigend, niemand houdt van onaangenaam, maar ik wilde het toch proberen.

Vervelen is een staat van zijn die ik nooit bereik. Als mijn werk af is, of on hold staat, heb ik altijd nog wel dingen op te ruimen, blijven-liggen-klusjes te doen zodat ze er eindelijk niet meer liggen (schilderijtjes ophangen, administratie wegwerken, rommellades opruimen). Mijn leven is altijd onaf en beveelt me altijd stilletjes om die losse eindjes aan elkaar vast te knopen. Ook als ik geen klusjes doe, als ik niet werk, is vervelen geen optie; ik bevind me dan in een interbellum tussen iets doen en niets doen. Dat komt omdat de mogelijkheden tot ontspanning ook eindeloos zijn: er zijn tal van series die ik nog wil zien, boeken die ik nog wil lezen, meditatie-oefeningen die ik wil doen. Ook ontspanning is nooit klaar. Nooit af. Die dag stond ik op, ik douchte, wandelde met Leo in een langzamer tempo dan ik anders deed, zonder muziek, zonder podcast, zonder te appen, zonder doel. Leo leidde ons naar het hondenveldje en daar zat ik te zitten op een bankje, tot Leo er klaar mee was en voor het poortje een blafconcert gaf aan elke willekeurige passant. Weer bij de Brabo thuis douchte ik nog een keer, want waarom niet, trok een verwassen joggingbroek aan en een te grote zwarte trui, ik deed mijn haar in een lelijke lage staart en was klaar om op te gaan in het meubilair van de Brabo.

Lees ook:
Column Lisanne: ‘Het is eigenlijk bloedlink om een loterijlot aan iemand te geven’

Vandaag zou ik niet bestaan. Dat mijn verveeldag bij de Brabo zou plaatsvinden, was trouwens niet geheel toevallig. Dat de afwasmachine niet was uitgeruimd, dat de kalender nog steeds niet was opgehangen in de wc: I don’t care. Zijn afwasmachine. Zijn kalender. Zijn wc. Zíjn huis. Ik zei vijf keer tegen de Brabo “dat ik me nog niet verveelde”, keek een kabbelende film die niet saai was maar ook niet boeiend, en toen die was afgelopen en ik een tosti had gegeten, verveelde ik me nog steeds niet.

In plaats daarvan deed ik een dutje. Daarna bekeek ik het plafond uitgebreid alsof het de Nachtwacht was, telde ik de lantaarnpalen die ik vanaf de bank door het raam kon zien, luisterde ik naar het geneurie van de thuiswerkende Brabo, kriebelde ik mijn eigen arm, ging ik op mijn rug op het tapijt liggen, telde ik de snorharen van Leo. Het plafond bleek een vreemd reliëf te hebben, vanaf de bank kun je zeven lantaarnpalen zien, de Brabo neuriede Jingle Bells, je eigen arm kriebelen is minder lekker dan wanneer iemand anders het doet, het tapijt ligt uitstekend, Leo heeft 21 snorharen en de Van Dale had geen gelijk.

Journalist Lisanne van Sadelhoff (31) woont met haar hond Leo in een klein – maar fijn – appartement in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Fotografie: Bart Honingh