Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Lisanne: ‘Alle menselijke geluiden die voorbijkwamen, deden mij vloeken omdat ik geen oordoppen bij me had’

Lisanne: ‘Alle menselijke geluiden die voorbijkwamen, deden mij vloeken omdat ik geen oordoppen bij me had’

Lisanne: ‘Alle menselijke geluiden die voorbijkwamen, deden mij vloeken omdat ik geen oordoppen bij me had’

“Als je hier op drukt, ben ik er,” zei ze, wijzend op iets wat op een afstands­bediening leek. Ik kon er alleen niet de tv mee bedienen, maar de verpleegkundige van dienst. De knop was voorzien van een rood kruisje. Kon niet missen.

Ze wenste me welterusten en kneep me even moederlijk in mijn voet, die was bedekt door de witte ziekenhuisdeken. Normaal houd ik er niet van als mensen aan mijn voeten zitten, maar dit keer vond ik niets zo bemoedigend als dit voetknijpje – het ontroerde me zelfs een beetje en ik werd er door verrast, door die ontroering.

Ik luisterde naar hoe haar lila Crocs steeds met een zachte kraak de ziekenhuisvloer raakten, tot de voetstappen wegstierven. Het was, op de gebruikelijke ziekenhuispiepjes na, stil in de zaal.

Ziekenhuisbed

Ik moest hier blijven, vannacht. Na een kleine operatie bleef ik klachten in mijn buik houden, dus ik moest ter observatie worden opgenomen. Ik had nog nooit in het ziekenhuis gelegen. Ik wist niet hoe het werkte. Wat de wetten in het rijk der zieken waren. Mocht ik de gordijnen om mijn bed heen dichtdoen voor wat meer privacy, of was dat alleen bedoeld voor als ik gereanimeerd moest worden of ter plekke zou doodbloeden – zodat mijn zaalgenoten een trauma zou worden bespaard?

En dit bed, hoe bedien ik het eigenlijk? Mag ik praten tegen mijn zaalgenoten, en zo ja, tot hoe laat dan? Hoe zit het met ontbijt, morgen, of klink ik dan verwend, als ik daarnaar vraag? En die piepjes; stoppen die ooit?

Ze kwam nog even aan mijn bed, de verpleegkundige met de lila Crocs. Of alles goed was, of ik zo pijnvrij de nacht in kon gaan. Ik knikte. Ze zei me niet dat alles goed kwam, dat mag een verpleegkundige natuurlijk helemaal niet zo zeggen, dat zou pas de volgende dag blijken, uit de echo (godzijdank), maar toen, die avond, was er iets in haar stem dat mij al deed geloven dat het goed zou komen.

Lees ook
Lisanne: ‘Ik had het niemand gezegd, want ik wilde niemand ongerust maken’

De verpleegkundige met lila Crocs

Ik drukte de hele nacht niet op het rode kruis. De wetenschap dat de lila Crocs in de buurt waren en pijnstillers die braaf hun werk deden, waren voldoende om me in een soezelstand te krijgen – die af en toe bruut werd onderbroken door een pijnkreun van de man op links, het gehoest van een man in de kamer naast ons, en een onmenselijk hard gezaag van de vrouw op rechts die we de schuld van de wereldwijde ontbossing best wel eens in de schoenen zouden kunnen schuiven. (Ik wist niet dat een mens zó kon snurken.)

Alle menselijke geluiden die voorbijkwamen, deden mij vloeken omdat ik geen oordoppen bij me had, maar voor haar waren ze aan de orde van de nacht. Af en toe hoorde ik de Crocs voorbijkomen, ze stopten bij een bed om een kussen op te schudden, dan weer om een glaasje water te vullen, een extra pijnstiller te brengen.

Toen ik mijn hoofd onder mijn deken stopte omdat de vrouw tegenover me moest overgeven, liepen de Crocs naar de vrouw toe, voor een bakje, een doekje, een nat washandje, “Was u duizelig, mevrouw?”, “Hè, wat vervelend zeg”.

Ze zei precies het goede, deed het juiste, zweeg wanneer er niets gezegd hoefde te worden. Ze schuwde niemands pijn. Ze schuwde niemands wonden. Ze schuwde niemands viesheid of angsten. Ze had gelijk. Zij, en al die andere verpleegkundigen: ze zijn er. 

Journalist Lisanne van Sadelhoff (32) woont met haar hond Leo in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt.

Fotografie: Bart Honingh