Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Lisanne: ‘Ik voelde zweet lopen op plekken waar ik nog nooit zweet had voelen lopen’

Lisanne: ‘Ik voelde zweet lopen op plekken waar ik nog nooit zweet had voelen lopen’

Lisanne: ‘Ik voelde zweet lopen op plekken waar ik nog nooit zweet had voelen lopen’

Als het aan mijn kuiten had gelegen, had ik het niet gedaan, die tien kilometer hardlopen, echt niet, geen dénken aan, want die kuiten zaten vol met venijnige spierpijnknoopjes die me lieten strompelen alsof ik zojuist de complete Santiago de Compostela al sprintend had afgelegd (wat dus niet zo was, even voor de duidelijkheid).

Hardloopwedstrijd

Als het aan mijn interne afkoelsysteem had gelegen, had ik het ook niet gedaan, die tien kilometer: het was 24 graden die dag. “Beláchelijk warm,” zei ik tegen de Brabo toen we aan het warmlopen waren – wat overigens nogal tegenstrijdig aanvoelde, warmlopen terwijl je het in stilstand al zo warm hebt.

En als het aan mijn intrinsieke motivatie had gelegen, had ik het al helemáál niet gedaan, want terwijl we naar de start fietsten passeerden we tientallen terrasjes met tientallen biertjes en bitterballen en ze riepen me: ‘Lisáááánne, kom dááán, kom maar, jaaaa, Lisááánne… Je wilt ons…’

“Waarom doen we dit?” vroeg ik aan de Brabo, ik klonk een beetje jammerend, ik kon er niets aan doen. Hij antwoordde schouderophalend dat hij dat ook niet wist. “Jíj bent degene die ons heeft opgegeven voor deze hardloopwedstrijd, Lies,” zei hij. Waarop ik eigenlijk iets wilde antwoorden waardoor er een discussie zou ontstaan, maar bij het idee dat ik discussiërend bij de start van een hardloopwedstrijd moest staan, werd ik al moe – dus ik hield me in en spaarde mijn krachten. En die had ik nodig.

Lees ook
Lisanne: ‘Lekker kontje! riep de vrouwenstem toen ik langsliep’

Startschot

Het startschot klonk en de moed zonk me in de schoenen en die schoenen begonnen maar met lopen, ik weet ook niet hoe dat gebeurde. Ze liepen op het ritme van de harde opzweepmuziek die bij de start klonk, en op het ritme van het applaus van de mensen langs de kant. En ik wist heus wel dat ze niet voor mij klapten, ik wist dat mijn beste vriendin bij de finish stond, dat er niemand specifiek voor mij bij de start stond, toch stuwde het geluid dat die handen maakten me richting de eerste kilometer, waar weer een andere dj stond, die riep dat we goed bezig waren, dat we er goed uitzagen, “en zeiknat van het zweet!” vulde een loper aan, iedereen lachen, ik ook.

“Kom op, jongens, gaat goed,” riepen mensen vanaf de kant, ze dronken biertjes, aten borrelnootjes, exact wat ik ook had gedaan als ik hier niet had gelopen, maar ik liep hier, ik deed het, drie kilometer op de teller, mijn Runkeeper-app tetterde af en toe in mijn oor dat ik sneller liep dan ooit, maar ik moest goed luisteren om de stem te horen omdat overal bandjes stonden, de fanfare speelde ons richting de vierde kilometer, een groep trommelaars richting de vijfde, een groep mensen langs de weg richting de zesde, wielrenners die onderweg waren gestopt, joelden ons naar de zevende.

Twee kilometer later gooiden mensen confetti – bestipt renden we verder richting de finish, waar het publiek zich afvroeg waarom alle lopers ineens papieren snippers op hun bezwete voorhoofd hadden. Vlak voordat ik de eindsprint kon inzetten, zag ik mijn beste vriendin, juichend, ik kreeg het plaatsvervangend warm van het broekpak dat ze droeg, ik voelde zweet lopen op plekken waar ik nog nooit zweet had voelen lopen, er stond verdomme ook geen zuchtje wind, de schaduw had zich verstopt voor ons, maar ik voelde het toch op mijn armen: kippenvel.

Journalist Lisanne van Sadelhoff (31) woont met haar hond Leo in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt.

Fotografie: Dorian Jurne