Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Eva Breda: ‘Dit is dé plek om te oefenen met zeggen: tot hier en niet verder’

Eva Breda: ‘Dit is dé plek om te oefenen met zeggen: tot hier en niet verder’

Eva Breda: ‘Dit is dé plek om te oefenen met zeggen: tot hier en niet verder’

“Wil je een koele of een warme toner?”, vraagt de kapper. Ik zit in de kappersstoel en in mij kriebelt een nerveus gevoel. Je loopt namelijk zelden een kapperszaak uit met dat waarmee je wenste te vertrekken. Je haar is vaak vier centimeter korter dan je vroeg, de pony nog te lang, de kleur net te donker, de styling te futloos en het prijskaartje te hoog.

“Een warme toner graag”, antwoord ik. Ik weet dat asblond de trend is, maar nu ik als jonge twintiger nog kan genieten van het gebrek aan grijze haren, houd ik het graag nog even bij mijn natuurlijk warme, goudgele lokken. Tot nu toe lijkt het kappersbezoek nog vrij onschuldig en weet ik redelijk zeker dat ik zal vertrekken met dat wat ik wil, tot de kapper vraagt: “Weet je zeker wat je een warme toner wilt?” Ze plukt kritisch aan mijn haar.

Die opmerking was zo pijnlijk als hij klinkt

“Ja. Ik weet het zeker.”
“Zou je dat wel doen, een gele gloed in plaats van een grijze?”
“Ja?”
“Weet je het zeker?”

Op het moment dat iemand je meerdere keren vraagt of je iets zeker weet, weet je het eigenlijk allang niet meer zeker. En terwijl mijn toner-beslissing wankelt, pakt de kapster een punt van mijn haar beet en laat me mijn eigen lokken zien in de spiegel. “Dus dit vind je mooi?”, vraagt ze afkeurend. Ja, die opmerking was zo pijnlijk als hij klinkt. Inmiddels begin ik mijn hele leven te bevragen. Moet ik toch toegeven?

Lees ook
Eva Breda: ‘Ik geef het maar toe: ik heb een klein zwak voor stelen’

Persoonlijke grenzen opgerekt in kappersstoel

Na een kleine rondvraag bij collega’s blijk ik niet de enige te zijn wier persoonlijke grenzen worden opgerekt in de kappersstoel. De ene collega die graag ‘alleen de puntjes’ laat knippen, komt structureel thuis met veel te korte lokken. En een andere collega dacht laatst naar de kapper te gaan voor een zen-momentje in de stoel, maar liep even later ge-bro-ken de zaak uit omdat de kapper haar de oren van haar kop had gekletst.

Ik weet dat vrouwen een dingetje hebben met grenzen aangeven. Mijn mannelijke vrienden zijn daar een stuk beter in. Mijn broer vraagt zijn kapper zelfs om niet te praten omdat hij geen zin heeft in small talk. Waarom heb ik zo veel moeite met staan voor mijn zaak?

‘Tot hier en niet verder’

Daar, in die kappersstoel, herinner ik me werkweken van 70 uur omdat ik mijn grenzen niet aangaf. Ik herinner me mannen die me bleven lastigvallen, omdat ik mijn grenzen niet aangaf. En dan, net op tijd, herinner ik me schuine pony’s, pornoblonde highlights en veel te korte boblijntjes, omdat ik niet tegen mijn kapster durfde te zeggen dat ik dat eigenlijk niet wilde. Is de kapsalon misschien wel dé plek voor ons vrouwen om te oefenen met zeggen: tot hier en niet verder? “Ja, ik vind mijn kleur nu mooi”, antwoord ik de kapper als ik uit mijn gedachtes ontwaak. “Dus doe maar gewoon die warme toner.”

Maar mocht je me straks voor lul zien lopen met knalgeel haar, dan moet ik misschien toch mijn eigen grenzen heroverwegen.

Eva Breda (24) werkt voor Libelle, woont in Amsterdam en wijdt elke week een column aan iets waar ze haar hoofd over breekt.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.