Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Eva Breda: ‘De buren zaten het liefst naakt in de tuin en er zou een kinderlokker rondlopen’

Eva Breda: ‘De buren zaten het liefst naakt in de tuin en er zou een kinderlokker rondlopen’

Eva Breda: ‘De buren zaten het liefst naakt in de tuin en er zou een kinderlokker rondlopen’

Er werd steevast luid geruzied twee huizen verderop en volgens wilde verhalen van buurkinderen zat er een undercover politieagent verstopt in een auto, omdat een man met een bijl de buurt teisterde. Ook zaten de buren het liefst naakt in de tuin en in de straat zou een kinderlokker rondlopen.

Het maakte ons allemaal niet uit. Toen mijn moeder, mijn broer en ik vijftien jaar geleden een sociale huurwoning toegewezen kregen in deze levendige buurt, waren we allang blij. Ik zeker. We zouden een hekje in de voortuin krijgen dat sloot met een klein slotje. Ik zou een eigen wastafel in mijn slaapkamer hebben. Het huis was roze, wat mijn tienjarig prinsessenhart sneller deed kloppen. En we kregen van mama een troost-trampoline in de tuin om het verdriet van de scheiding en plotselinge verhuizing van onze kinderlijfjes af te springen. En springen deden we, terwijl we giebelend de tuin van die naakte buren in gluurden. 

Nostalgie

Het werd het huis met de trap die we altijd nog eens zouden verven, maar zoals dat gaat met klusjes die nog moeten gebeuren nadat je een huis betrekt, gebeurde dat nooit. Het was het huis met een slootje achter, dat zo kort was dat je enkel een paar meter van rechts naar links kon varen. Maar je kon er varen. Het werd het huis waar mijn moeder, mijn broer en ik een drieëenheid werden. Waar mijn ouders van twee naar één gingen. Waar ik mijn vader miste, maar ook rust vond zonder hem. 

Lees ook
Eva Breda: ‘Dít kan het duwtje in mijn rug zijn om me leuk te blijven kleden’

Het werd het huis waar de lagen behang als jaarringen onze levensfases kleurden. Toen we net introkken bekleedden we de wanden met zwart-wit gestreept behang, zodat je, als je heel dichtbij stond, jezelf nog even kon doen geloven dat je in het vorige huis stond en dat er niets veranderd was. Na een paar jaar wennen aan het leven met z’n drietjes, durfden we echt opnieuw te beginnen. Laag twee: fris wit behang. Een paar jaar geleden verruilden we dat behang voor beige strepen. Een neutraal behangetje dat wilde zeggen: wij zijn oké nu. 

Mijn broer en ik zijn uitgevlogen, maar keren nog met liefde terug naar de plek waar we ons het meest thuisvoelen en waar het knispert van de nostalgie. De kleine woonkamer drukt onze drieëenheid dan even extra dicht bij elkaar. 

Een pleister op mijn tienjarige prinsessenhart

Voor zolang dat nog kan. Want in een dorpje verderop staan steigers en betonnen platen klaar om een nieuw huis te vormen. Het nieuwe huis van mijn moeder. Deze keer niet alleen van haar, maar ook van mijn stiefvader. Het huis heeft een sloot waarin je kilometers ver kunt varen. Het heeft buren met kleding aan. En het heeft geen trampoline in de tuin, want er valt daar niets meer te troosten. 

Maar het huis is niet roze. De trap is geverfd. Er zit geen wasbak in de slaapkamer. En ook al gun ik mijn moeder en stiefvader met alle liefde een nieuwe laag behang, ga ik het missen om terug te kunnen keren naar de vertrouwde plek die ik nu nog ‘thuisthuis’ noem. Gelukkig weten de verknipte economie en arbeidsmarkt dat en zorgen personeels- en materiaaltekorten ervoor dat de bouw van mijn moeders nieuwe huis vertraging oploopt, zodat ik nog een paar maanden extra heb om zo vaak mogelijk bij mijn trotse roze huisje langs te gaan. Ondertussen help ik mijn moeder en stiefvader met behang uitzoeken. Roze, wordt het, met bloemetjes, als pleister op mijn tienjarige prinsessenhart. Maar mag ik nog één keer troost-springen?

Eva Breda (25) werkt voor Libelle, woont in Amsterdam en wijdt elke week een column aan iets waar ze haar hoofd over breekt. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.